Interview

Ivo van Hove: 'Theater moet zo geloofwaardig zijn dat je vergeet dat het gespeeld is'

Ivo van Hove Beeld ANP

Ivo van Hove wordt deze maand zestig en is drukker dan ooit. De Vlaamse directeur van Internationaal Theater Amsterdam, die nu hoge ogen gooit met zijn regie van ‘Een klein leven’, is inmiddels wereldberoemd. ‘In deze levensfase gaan deuren voor me open.’

"Mag ik…?" Ja, knikt Ivo van Hove nog voor de zin is afgemaakt. De verslaggeefster mag haar mobieltje op tafel leggen om het gesprek op te nemen. Geen woord te veel bij Van Hove: het efficiënte gebruik van tijd van de Vlaamse regisseur is legendarisch en verklaart voor een deel hoe hij zijn werk in Amsterdam combineert met een imposante internationale carrière.

Van Hove is hot. Vooral sinds hij in 2014 met ‘A View from the Bridge’ in Londen en New York furore maakte en prijzen in de wacht sleepte. Buitenlandse critici roemen de manier waarop hij bestaande teksten als nieuw presenteert, met een koele buitenkant en een zinderende binnenwereld. Grote sterren als Juliette Binoche (‘Antigone’), Jude Law (‘Obsession’), David Bowie (‘Lazarus’) wilden met hem werken.

Ook voor Van Hove als operaregisseur gaan alle deuren open, in 2019 zelfs die van The Metropolitan Opera in New York. In 2020 volgt op Broadway zijn nieuwe regie van ‘West Side Story’. Toch is het middelpunt van zijn leven nog altijd Toneelgroep Amsterdam, tegenwoordig Internationaal Theater Amsterdam genaamd, waar hij sinds 2001 directeur is en opvallende voorstellingen maakte als ‘Romeinse tragedies’ en ‘Kings of War’.

Schaarse tijd

De keerzijde van dat internationale succes is dat tijd schaars wordt. Eerdere interviewaanvragen werden afgewezen wegens tijdgebrek, maar in juni kwam eindelijk groen licht: eind augustus, rond de repetities van ‘Een klein leven’, was Van Hove beschikbaar.

Slank, sober gekleed, een gesloten gezicht. Maar als het gesprek begint, verandert er iets aan de andere kant van de tafel in zijn Amsterdamse werkkamer. Van Hove’s gezicht opent zich, er klinkt geregeld vrolijk gelach en zijn ogen sprankelen innemend. Het is net of hij zichzelf ‘aan’ heeft gezet. Na de afsluitende zinnen – ‘bedankt voor het gesprek, graag gedaan’ – gaat het gezicht weer dicht. “Ik kan goed switchen”, verklaart hij. “Daar sta ik om bekend. Nu zit ik in dit interview, over een uur begint de repetitie. Nu denk ik niet aan de repetitie, straks ga ik niet tobben over wat ik in het interview heb gezegd.”

Van Hove wordt eind deze maand zestig, reden waarom er dit jaar maar liefst vier boeken over de regisseur uitkomen, in Nederland, België, de Verenigde Staten en Canada. Het is inmiddels bijna veertig jaar geleden dat hij met zijn levensgezel Jan Versweyveld in Antwerpen zijn eerste voorstelling ‘Geruchten’ maakte. Nog altijd verzorgt Versweyveld de vormgeving en het licht bij al zijn producties. Betekent het iets bijzonders voor Van Hove om zestig te worden?

“Nee, ik ben sowieso geen man van verjaardagen. Voor mij is het gewoon een dag die voorbij tikt. Er is wel het besef dat het leven eindig is. Dat heb ik mijn hele leven al gehad, maar dat wordt steeds sterker. Tegenwoordig kies ik mijn projecten met nog meer zorg. Vroeger kon ik geen projecten afzeggen, nu wel. Waarom zou ik me bezighouden met iets waarin ik niet meer geloof? Zonde van de tijd.

“Toch heb ik niet de neiging om nu terug te kijken. Er gebeurt zoveel in mijn leven. Het is niet iedereen gegeven om op zijn zestigste zulke nieuwe uitdagingen te krijgen. Ik heb dat geluk wel, voor een deel afgedwongen, denk ik. Daardoor heb ik veel om over na te denken, ik moet mij verhouden tot nieuwe mensen en omstandigheden.”

In deze fase van uw leven ligt Broadway zogezegd aan uw voeten. Hoe ervaart u dat succes zelf?

“Kijk, ik heb geluk gehad, maar ik heb ook, met mijn team, iets heel moois gemaakt. De eerste stap op Broadway was met A View From the Bridge, waarvoor ik in 2016 de Tony Award voor de beste regie en productie kreeg. Nog nooit had een Europeaan deze Amerikaanse prijs gewonnen. Natuurlijk was ik daar trots op. Ja, sorry hoor, dat ga ik echt niet relativeren. Het jaar daarvoor won ik in Engeland de Olivier Award, in 2017 de Franse prijs voor ‘Les Damnés’. Die dingetjes heb ik thuis allemaal op de kast gezet.

“Maar je moet er ook weer niet te lang bij stilstaan. De dag na de Tony Awards zat ik al in Parijs in het repetitielokaal voor het volgende stuk. Daar hebben ze me toen de hele dag schertsend Tony genoemd (lacht). Ik heb geleerd te genieten van deze momenten. Dat feest bij die Tony Award, je wordt rondgereden in een enorme auto: je voelt je écht belangrijk. Maar het is maar belangrijk voor één dag.”

Heeft u niet de neiging af en toe in uw arm te knijpen en u af te vragen of dat jongetje uit Kwaadmechelen nu echt een ster is in New York?

“Ik denk toch wel dat ik het verdiend heb. Waarom zou ik vals bescheiden zijn? Je krijgt de erkenning dat je iets hebt gemaakt wat ertoe doet. We doen ertoe in Engeland, Frankrijk, Amerika, België, Nederland.”

Bijna veertig jaar geleden begon u met experimentele, performance-achtige voorstellingen. Nu baseert u zich juist op tekstrepertoire. Is er desondanks een constante in al uw werk?

“Ik vind dat performance-elementen nog steeds in mijn voorstellingen zitten, ook al heb ik die liefde voor teksten ontwikkeld. Bij performance is wat je voor je ziet echt, bij theater is het gespeeld. Wat mij enorm heeft geïnspireerd in mijn jonge jaren zijn performances van mensen als Joseph Beuys en Marina Abramovic. Beuys liet zich opsluiten met een coyote, hij leefde een paar dagen met een wild dier.”

Wat is daar zo bijzonder aan?

“Het gevaar. Abramovic richtte minutenlang een vlijmscherpe pijl op de borst van haar vriend. Op die momenten weet je: dit is echt, je kunt er niet omheen. Ook al is het door iemand bedacht en dus kunst. Naar zulke momenten zoek ik altijd in mijn voorstellingen: een moment waarop iets echt is.”

Waarom moet dat er zijn in theater?

“Omdat ik altijd in gevecht ben met het feit dat theater fake is. Het mág geen fake zijn, het moet zo oprecht mogelijk zijn. Het lichamelijke moet echt zijn en de emoties puur en juist. Theater moet zo geloofwaardig zijn dat je je helemaal kunt verplaatsen in de situatie op het toneel, zodat je even vergeet dat het allemaal gespeeld is. Dat is voor mij de constante uitdaging.”

En de reden om toneel te maken?

“Nou, ik heb ook iets te vertellen, denk ik. De reden dat ik opera en toneel maak, is omdat ik zo het dagboek van mijn leven schrijf. Hoe ik me voel, hoe ik denk over de wereld en over andere mensen, daar maak ik voorstellingen over, zoals anderen een boek schrijven. Daarom vind ik het niet erg om veel te werken: ik kan mij uiten in het theater. In het repetitielokaal voel ik me thuis, letterlijk.

“Het lijkt misschien niet zo, maar ik ben heel schuchter. Smalltalk, ik kan dat niet opbrengen. Daarom ben ik op mijn best in het theater, want daar weet ik dat ik iets te vertellen heb. Dat kan fout of niet zo goed zijn, maar ik heb iets te melden.”

Toch baseert u zich tegenwoordig altijd op teksten, boeken of filmscripts van anderen. Ook nu weer met ‘Een klein leven’.

“Via deze omweg kan ik beter vertellen over wat ik voel en denk over de wereld. Een tekst is nooit objectief, je kunt nooit gewoon spelen wat er staat. Een tekst moet je altijd interpreteren. En in elk jaar van je leven kom je tot andere interpretaties. Ik merk dat nu met de #MeToo-beweging: de mannenrol in een van mijn volgende stukken, iemand die alleen in macht geïnteresseerd is, krijgt daardoor een heel nieuwe dimensie.”

Toch werd het u wel verweten dat uw stukken niet geëngageerd genoeg zijn, dat u voor een huwelijksdrama kiest terwijl de wereld in brand staat.

“Dat is oude koek. Kijk dan wat ik gemaakt heb, om te beginnen tien jaar terug met Romeinse tragedies, Kings of War, ‘The Crucible’, ‘Network’, noem maar op. Maar men moet het engagement wel willen herkennen, hè. Ik doe nu Een klein leven, dat gaat over zwaar seksueel misbruik. Daar staan elke dag de kranten vol van.

“Die lijn heb ik gevonden toen ik in 2006 aan de opera ‘Der Ring des Nibelungen’ van Wagner begon. Ik ben toen van alles gaan lezen, teksten waardoor ik een hedendaagse Ring zou kunnen maken. Zo ontdekte ik de politicoloog Benjamin Barber. Iedereen zou zijn ‘Jihad versus McWorld’ moeten lezen, een boek uit 1995 dat alle latere spanningen in de wereld al voorspelde. De Ring heb ik helemaal opgebouwd aan de hand van hedendaagse filosofen, politicologen en sociologen. Dat is voor mij een eyeopener geweest.

“Na 9/11 was de wereld veranderd, maar ik wist de eerste jaren niet hoe ik me daartoe moest verhouden op het toneel. Het heeft me een paar jaar gekost om mijn verhaal te vinden. Via de Ring is dat begonnen. Het goud waar het in de Nibelungen om draait, werd bij mij the digital highway. Nou, dat is het nog altijd, hè. Ik zou de Ring dolgraag nog eens doen.

“Ook in de Couperus-trilogie, die ik kort geleden maakte, zit die blik op de wereld. Couperus vind ik een heel politieke schrijver. ‘De stille kracht’ is geen Haags drama, maar vertelt over de clash tussen twee culturen.”

Vindt u het misschien te makkelijk om een puur politiek verhaal op het toneel te zetten?

“Maar wat is politiek? Ik zie politiek niet als partijpolitiek, maar in de maatschappelijke betekenis van ‘polis’, samenleving. Ik was dit jaar voor het eerst in Athene en werd daar overweldigd door de Akropolis. Niet vanwege het Parthenon, maar wat zie je daar omheen? Twee theaters, het ene voor tekst, het andere voor muziek; de rots waarop de rechtspraak plaatsvond; een centrum van wetenschap; en aan de voet van de Akropolis de plek waar men samenkwam om te discussiëren over politiek.

“Dat hele spectrum, de polis, vind ik veel interessanter dan partijpolitiek. Ik ben er een beetje heftig over, omdat ik maar niet loskom van dat label in Nederland. Niet dat ik ervan wakker lig, maar het is totale onzin. Soms wordt politiek theater verward met het opzetten van een Trumppruik. Maar in de Verenigde Staten hebben alle recensenten in de Richard III van Hans Kesting de voorafschaduwing van president Trump gezien.”

Wat u zou u graag nog eens doen?

“West Side Story wilde ik graag doen. Ik ben naar de enige producer gestapt die dit waar kon maken. Vergis je niet, van het budget zou je in Nederland heel wat films kunnen maken. In deze fase van mijn leven gaan de deuren voor me open: ik kan een project toelichten en de beste producer krijgen. In The Met regisseer ik ‘Don Giovanni’ met de bariton Peter Mattei, dat is de wereldtop.

“Dat is het fijne van deze fase van mijn leven. Ik heb hier bij Internationaal Theater Amsterdam een stel acteurs van wereldniveau, maar ook op andere plekken heb ik nu de mogelijkheid om onder heel goede omstandigheden te werken. Mijn agenda zit vol tot 2021. En elk project staat er om een reden.”

Ivo van Hove (Heist-op-den-Berg, 1958)

Van Hove maakte kennis met toneel op het jongensinternaat van zijn jeugd. Na een korte studie rechten koos hij voor een regieopleiding. In de jaren tachtig maakte hij zijn eerste voorstellingen bij het zelf opgerichte gezelschap AKT. Hij stapte in 1990 over naar Zuidelijk Toneel en in 2001 naar Toneelgroep Amsterdam. In 1999 deed hij zijn eerste operaregie, ‘Lulu’. Van 1997 tot 2004 was hij artistiek directeur van het Holland Festival. Inmiddels werkt hij een deel van het jaar in het buitenland. In zijn slipstream speelt Internationaal Theater Amsterdam over de hele wereld zijn Amsterdamse voorstellingen.

Lees ook:

Recensie van 'Een klein leven': een symfonie van pijn en verdriet

Steeds als je denkt: het kán niet erger, blijkt dat het wel degelijk erger kan. In Hanya Yanagihara's 'Een klein leven', dé literaire tearjerker van de eeuw, worden seksueel misbruik en de desastreuze gevolgen ervan als vuistslagen in de buik van de lezer geplaatst.

Nog één keer 'Romeinse tragedies'

De laatste keer dat Toneelgroep Amsterdam 'Romeinse tragedies' speelde. De monsterproductie waarin Ivo van Hove drie Shakespeare-stukken aaneensmeedde, was tien jaar eerder in première gegaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden