Review

Israels halfvergeten miljoen

David Grossman: Vriend of vijand. Contact, Amsterdam; 277 blz. - f 39,90.

INEZ POLAK

Een kleine drie jaar geleden, na zich opnieuw lange tijd van de buitenwereld afgesloten te hebben om zijn 'Book of Internal Grammar' te schrijven, was Grossman, van oorsprong een journalist, weer aan enige 'afleiding' toe. Ditmaal besloot hij te gaan praten met Israels meest 'vergeten' groep, de Israelische Palestijnen.

De ongeveer 160 000 Palestijnen die in 1948 verkozen in de 'Joodse staat' te blijven (600 000 anderen sloegen op de vlucht of werden verdreven) zijn uitgegroeid tot een gemeenschap van 900 000 zielen. Ze zijn, in tegenstelling tot de Palestijnen in de bezette gebieden (westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook), staatsburgers van Israel met - bijna - alle plichten en rechten vandien. Ze maken 18 procent van de Israelische bevolking uit en vormen 15 procent van het electoraat - een relatief iets lager percentage door het hoge kindertal.

Toch zijn ze in het openbare leven haast nergens te bekennen, al werd er verleden jaar bij de verkiezingen een record gevestigd toen acht Palestijnen in het parlement (dat 120 leden telt) werden gekozen. Er is nog nooit een Arabische minister geweest, wel enkele onderministers.

Onder de 12 opperrechters die Israel tot nu toe heeft geteld, is geen enkele Arabier. Het voornemen van minister van buitenlandse zaken Peres om deze herfst misschien voor het eerst een Arabier tot ambassadeur te benoemen, was een bericht in de krant. Tegelijkertijd is maar liefst 55 procent van de gezinnen die volgens de laatste Israelische peilingen onder de armoedegrens leven, Arabisch.

Koordstaan

De titel die Grossman voor zijn boek koos - in het Hebreeuws: nochachiem nifkadiem, afwezige aanwezigen - is ontleend aan de absurde bureaucratische term die Israel bedacht voor die groep Palestijnen die na de oorlog van '48 in Israel bleef, maar niet geregistreerd stond bij het ministerie van binnenlandse zaken. Ze waren er dan wel, maar ze bestonden niet echt, een situatie die nog altijd tekenend is voor de wijze waarop (Joods) Israel met deze minderheid omgaat: ze mogen er zijn zolang ze zich koest houden en het zou nog mooier zijn als je helemaal niet merkte dat ze bestaan.

In het Engels werd gekozen voor de vertaling Sleeping on a Wire, Slapen op een koord, waarmee juist de levenshouding tot uitdrukking komt die deze Palestijnen zich hebben aangemeten, verscheurd als ze leven tussen hun verschillende loyaliteiten: aan enerzijds hun Palestijnse broeders, die toevallig net aan de andere kant van de scheidslijn wonen, en hun 'eigen' staat Israel, die niet echt van hun is. 'Het geheim van het koorddansen boven een diepe afgrond kent iedere acrobaat', schrijft Grossman. 'De Palestijnen in Israel hebben een nog veel ingewikkelder kunst geleerd: koordstaan. Jarenlang geen overijlde beweging maken. Een voorlopig leven leiden, waarin de wil voortdurend opgeschort en afgestompt wordt. Ze kunnen slechts staan want bij elke stap krijgen ze of van de Palestijnen in de bezette gebieden of van de Israeliers op hun kop. En zo staat de Palestijnse koorddanser in Israel jarenlang stil op het koord, het ene been omhoog, om nooit neergezet te worden. Hij kijkt uit zijn ooghoeken omlaag: vanuit het publiek stijgen steeds kreten van waarschuwing en woede op, Joodse kreten, Arabische kreten. Een verkeerde beweging en .. .'

Net als in 'Over de grens' is Grossman er ook in 'Vriend of Vijand' - een duidelijk minder subtiele titel dan de Engelse - erin geslaagd zijn gesprekspartners openhartig aan het woord te laten, met al hun twijfels, angsten, woede, dromen en nachtmerries en tegelijkertijd in al hun verscheidenheid.

Frappant is de ontmoeting die Grossman organiseert tussen de Palestijnse bewoners van Barta'as, wier dorp in tweeen is gesplitst: er is het westelijke deel van Barta'a, dat in Israel ligt, en er is, aan de andere kant van het dal, oost-Barta'a, op de westelijke Jordaanoever, waar de intifada woedt. Achttien jaar leefden ze apart, doordat in 1949 in een zitting van de commissie voor de wapenstilstand tussen Israel en Jordanie iemand met een liniaal en een groen potlood een lijn trok door het dal. De ene helft werd Israelier, de andere kwam onder Jordaans bestuur.

Toen ze elkaar in 1967 weer begroetten, schrokken ze er zelf van hoe anders ze waren geworden. De 'Israeliers' hadden zich een andere levenssstijl aangemeten, moderner, sneller. Maar ook nu, nog eens 25 jaar later, terwijl het contact allang weer is hersteld, leven ze in twee werelden: de ene dorpshelft, de Israelische, kijkt met schroom, zelfs met enige vrees toe, terwijl de andere kant, de 'oosterlingen' die met hun intifada strijd voeren tegen Israel, deel uitmaakt van de Westoever, en daarmee van een internationaal probleem. De ene helft praat met Grossman in zijn eigen taal, met zijn eigen slang en codes, omzichtig heen en weer geslingerd tussen zijn twee identiteiten. De andere helft praat in het Arabisch, duidelijk, en strijdlustig over de Palestijnse staat die er komt en dan wel hun Barta'a zal omvatten, maar niet dat van hun 'dorpsgenoten'. Zij, die laatsten, willen ook een Palestijnse staat - maar of ze er ook in willen wonen is geheel andere vraag.

Paradoxen

Van tijd tot tijd mengt Grossman zijn eigen waarneming in de gesprekken.

Het is de waarneming van een Joodse Israelier die de angsten van zijn Joodse medeburgers deelt, maar tegelijkertijd soms ook verstomd staat van het lot waaraan zij (ook hij) de Palestijnse Israeliers hebben onderworpen, met alle paradoxen vandien. Zo vormen de Arabieren in Israel dan wel een minderheid, maar voelen ze zich in vele opzichten een meerderheid, verbonden als ze zijn met de Arabische volken in de regio, terwijl de Israelische 'meerderheid' in eigen land een minderheid in de regio is. En zo, constateert Grossman, zitten we hier met een minderheid die zich geen minderheid voelt en een meerderheid die zich geen meerderheid voelt!

Aan het slot probeert Grossman, in een verhitte discussie met twee andere Israelische schrijvers, de Joodse Yehoshua en de Palestijnse Sjammas, een 'oplossing' te zoeken. Zijn recept luidt dat er een nieuwe 'Israelische' identiteit moet komen, die plaats biedt voor beide groepen, de Joodse meerderheid en de Palestijnse minderheid. Het lijkt voorlopig een illusie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden