Schrijverscolumn

Is plichtsbesef een goede eigenschap voor een schrijver?

Beeld Olivia Ettema

Kun je in een column naar de wc? Eigenlijk had ik een ander stuk geschreven, over hoe schrijvers worden geacht ambassadeur te zijn van De Literatuur, meer dan van hun eigen werk. Een analyse waar ik heel tevreden over was, maar zit de Trouw-lezer er ook op te wachten? Ik weet nooit waar die lezer op zit te wachten, ik doe altijd maar waar ik zelf plezier in heb. Maar nu kwam die ingebeelde Trouw-lezer ineens in opstand.

Is plichtsbesef iets goeds voor een schrijver? In hoeverre moet je dingen doen voor de lezer of voor de literatuur? Toen ik gevraagd werd voor de jury van de P.C. Hooft-prijs 2019, vond ik dat een moeilijke beslissing. Werk van collega’s heb ik nooit willen beoordelen. Maar meedenken over een oeuvre van betekenis is iets anders dan ingestuurde boeken op één na afkeuren. Dus ik zei ja. Vorige jury’s hadden haar gepasseerd, maar onze jury koos voor het verfijnde, tijdloze werk van Marga Minco. Omdat ze al zo oud is, had de uitreiking vervroegd plaats, bij haar thuis.

Net daarvoor had ik een fotosessie voor een magazine in een steenkoud park. Het moest zonder jas. De fotograaf was eerst drie kwartier bezig geweest met de opstelling. Vervolgens wilde hij dat ik ‘actief’ langs een hek liep, waarbij hij mij en het hek zou uitlichten en de lucht niet, alsof ik was bevrijd van iets bijzonder duisters. Hij had me opgedragen lichte kleren aan te trekken, maar het lichtste wat ik zo gauw kon vinden was een middenblauw fluwelen jasje, niet wat hij in gedachten had. Verder ging het op heel veel manieren niet zo goed met dat actief lopen. Ik kwam telkens op een andere plek uit dan die waarop hij had scherp gesteld.

Ik was daardoor aan de late kant voor de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs. Iedereen was al binnen, ook minister Van Engelshoven. Maar door dat wachten in de kou, moest ik echt eerst even plassen.

Het geroezemoes in de aangrenzende huiskamer verstomde. Zijn we compleet? hoorde ik Aad Meinderts van de P.C. Hooft-stichting vragen. Dan kunnen we beginnen. Schrijfster Franca Treur zit nog op de wc, zei de vrouw die me had binnengelaten. Haar woorden werden donderend beaamd door de stortbak.

In de volle, maar doodstille kamer begon ik handen te schudden. Ik kwam aan bij een stokoude vrouw, niet groter dan een elfjarige. Marga Minco, bedacht ik met een schok. Meteen zag ik vanuit mijn ooghoeken in de verte nóg zo’n grijs vrouwtje zitten. Of was zíj het? Zeven jaar geleden was ik nog met haar tegelijk geïnterviewd. Hoe had ze er toen uitgezien? Ik wist alle ogen op mij gericht. Ik moest nu iets zeggen. Van harte gefeliciteerd, zei ik, en voor de zekerheid feliciteerde ik daarna iedereen, als bij een verjaardag.

Ze was het toch. Van iedereen had zij de grappigste speech, die er alleen wat moeilijk uitkwam omdat ze haar eigen stem niet meer hoorde. Het ging over de plekken waar haar verhalen waren ontstaan, het Witsenhuis aan het Amsterdamse Oosterpark en haar huidige huis daar vlakbij, toevallig naast dat van haar uitgever, zodat ze de getypte velletjes over de heg kon inleveren. Ze stelde zich voor dat Hooft vroeger daar ook had gewandeld, ook al bestonden die huizen toen nog niet. Ze vond dat die buurt veel beter bij hem paste dan de straat die ze uiteindelijk naar hem hebben vernoemd.

Later die middag zei ze dat ze het heel leuk vond dat ik er was, en voelde daarbij goedkeurend aan mijn fluwelen jasje.

Gerbrand Bakker schrijft met Franca Treur om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden