Vlnr: Nanoah Struik, Inge Frank van Vught en Remco Boxelaar

Genderneutrale taal

Is het Nederlands klaar voor het genderneutrale ‘Hen loopt’?

Vlnr: Nanoah Struik, Inge Frank van Vught en Remco BoxelaarBeeld Patrick Post

Als iemand zich geen hij en geen zij voelt, hoe kan die persoon in het Nederlands dán worden aangeduid? De non-binaire gemeenschap vindt ‘hen’ een fijn alternatief: ‘Hen loopt.’ Taalkundigen reageren sceptisch, maar beamen dat het Nederlands toe is aan een gender-update. Weet u nieuwe woorden voor de tussenmens?

Misgenderen, kent u dat woord al? Het staat voor het verkeerd benoemen van iemands ‘gender’, de zelfervaren geslachtelijke identiteit. Ondergetekende werd er onlangs van beschuldigd toen hij in een nieuwsbericht over auteur Marieke Lucas Rijneveld had opgeschreven dat zij met haar roman ‘De avond is ongemak’ de prestigieuze International Booker Prize had gewonnen. Helemaal fout, riep een collega de volgende dag. Er had moeten staan: zij (meervoud) hebben een prijs gewonnen voor hun boek.

Inderdaad had Rijneveld in april in een interview met The New York Times uitgelegd dat ze in het Engels niet meer wil worden aangeduid als ‘she’, maar als ‘they’, in het meervoud. ‘They’ is in Engelstalige landen een populair voornaamwoord onder non-binaire personen. Dat zijn mensen die zich niet thuisvoelen in de binaire hokjes man of vrouw. De Amerikaanse krant respecteerde Rijnevelds wens en schreef daarom ‘They preferred wearing boy’s clothes’. In het stuk stond ook ‘their  name’ en ‘their  life’. Het is even wennen, zo’n meervoudsvorm voor één persoon, maar dankzij de context snap je wat er staat.

Non-binaire mensen – in de VS naar schatting zo’n 450.000 – identificeren zich als man én vrouw, als geen van beiden, als iets ertussenin, als genderfluïde of als genderneutraal. Ze worden steeds zichtbaarder. Het non-binaire ‘they’ klinkt daardoor ook vaker. Op veel universiteiten en op Facebook kunnen Amerikanen al aangeven dat ze met dat woord willen worden aangeduid. De American Dialect Society verkoos het in 2015 tot woord van het jaar en afgelopen januari zelfs tot woord van het decennium. Ook de media gebruiken het geregeld, zeker nu het is opgenomen in de invloedrijke ‘Chicago Manual of Style’ en de ‘AP Style Guide’.

Wat zijn de opties?

In Nederland zien we al wel het genderneutrale toilet opkomen, en in september verscheen voor het eerst het non-binaire personage Lesley in de populaire tv-serie SpangaS. Maar anders dan in het Engels zijn we in het Nederlands nog nauwelijks bekend met alternatieven voor ‘hij’ en ‘zij’. Wat zijn onze opties? Welke voornaamwoorden hebben volgens taalkundigen de meeste kans van slagen? En wat willen non-binaire Nederlanders zelf?

We leggen de kwestie eerst maar eens voor aan Rijneveld. Ze reageert per e-mail. “Het is jammer en soms pijnlijk dat we in de Nederlandse taal nog geen ander voornaamwoord hebben gevonden voor de tussenmens”, schrijft ze. “In de Engelse taal zijn ze heel secuur met ‘they’ of ‘them’. Het is daar ook vaak de eerste vraag die ze stellen: hoe wil je aangeduid worden? Terwijl ze in Nederland eerder op je uiterlijk afgaan en daar hun keuze op baseren: ziet hij of zij er als een jongen of een meisje uit. Ik heb ervoor gekozen om me in het buitenland als non-binair te laten aanduiden en in mijn vaderland nog met ‘zij’ en ‘haar’. Simpelweg omdat er hier geen beter woord is voor de tussenmens. Wie weet ga ik mezelf ooit ‘hij’ en ‘hem’ laten noemen, omdat dat toch beter voelt dan ‘zij’ en ‘haar’.”

De Nederlandse taal is kennelijk toe aan een gender-update. Het Transgender Netwerk Nederland roept dat al langer. In 2016 hield de stichting een enquête onder 500 non-binaire Nederlanders. Deelnemers konden kiezen uit drie alternatieven voor de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden hij/hem/zijn en zij/haar/haar. De opties waren: die/die/diens, of hen/hen/hun of dee/dem/dijr. Nummer twee won. Concreet levert dat zinnen op als: ‘Hen heet Amandla Stenberg. Ik ken hen van hun blog.’ Veel respondenten vonden ook ‘die’ prima als onderwerp: ‘Die heet Amandla.’

Zouden doorsnee taalgebruikers daarin meegaan? Marc van Oostendorp, taalkundige aan het Meertens Instituut, betwijfelt het. “Een zin als ‘Hen loopt’ is te raar, want we ervaren ‘hen’ als meervoud en als lijdende vorm. In onze taal bestaat toch al veel verwarring over ‘hen’ en ‘hun’. Hiermee maak je het nog erger.” Het alternatief ‘die’ geeft hij wel een serieuze kans. “We gebruiken ‘die’ in de spreektaal al voor zowel mannen als vrouwen: ‘Waar is Marie? Die is al naar huis.’” In geschreven tekst heeft ‘die’ als nadeel dat het erg nadrukkelijk overkomt, zeker als het vaak achter elkaar opduikt. Maar als je het afwisselt met de naam of het beroep van de persoon, valt er stilistisch misschien best mee te leven.

Bizarre woorden redden het nooit

Je kunt natuurlijk ook volstrekt nieuwe voornaamwoorden bedenken. De afgelopen jaren is al veel creatiefs geopperd, zoals dee/dem/dijr, xy (ksie)/xy/xys, nij/ner/ner en de losse vormen ‘qij’ (kwij) en ‘zhij’. Van Oostendorp heeft zelf ooit vij/her/zaar voorgesteld. “Dat was een grapje, hoor”, verzekert hij. “Zulke bizarre vormen redden het in de praktijk nooit.”

Op zich kun je naar believen sleutelen aan taal, maar alleen met inhoudswoorden, zoals zelfstandige naamwoorden. In de trein klinkt nu ‘Beste reizigers’ in plaats van ‘Dames en heren’: geen probleem. “Maar functiewoorden die grammaticale relaties aanduiden, zoals voornaamwoorden, zijn sterk verankerd”, aldus Van Oostendorp. “Ze vormen een systeem, een conservatieve kracht. Daar doe je weinig aan. Wim T. Schippers kwam in de jaren tachtig met ‘joe’ om niet meer te hoeven twijfelen tussen ‘jij’ en ‘u’. Er bestaat maatschappelijk nog steeds behoefte aan zo’n tussenwoord. Toch is ‘joe’ nooit ingeburgerd.”

In Zweden lijkt het wél gelukt om een nieuw voornaamwoord te lanceren. Begin deze eeuw ging de Zweedse lhbtqi+-gemeenschap naast ‘han’ (hij) en ‘hon’ (zij) het genderneutrale ‘hen’ promoten. Met succes: het woord kreeg veel media-aandacht en sloeg aan. In 2014 werd ‘hen’ opgenomen in het woordenboek van de Zweedse academie. De meeste Zweden beschouwen het inmiddels als vast onderdeel van hun taal, meldde taalkundige Féline Visscher in 2017 op basis van een mini-enquête in haar afstudeerscriptie. Het woord heeft twee betekenissen: het kan verwijzen naar een persoon van wie het gender irrelevant is – zeg maar de ‘hij/zij’ uit een personeelsadvertentie – of het duidt op een non-binair individu.

Het Zweedse succes valt deels te verklaren doordat Zweden zich al decennialang inspant voor gendergelijkheid en inclusief taalgebruik. Bovendien verschilt ‘hen’ maar één klinker van ‘han’ en ‘hon’. “Het valt niet zo op”, zegt Van Oostendorp “Je kunt het een beetje wegmoffelen als je praat. Dat komt de acceptatie ten goede.”

De opmars van het non-binaire ‘they’ in het Engels is ook niet toevallig; het heeft historische wortels. Al sinds de Middeleeuwen kun je in het Engels naar een algemeen persoon verwijzen met ‘they’, ongeacht het geslacht. Visscher citeert een voorbeeld uit The Guardian van 2017: ‘You can watch TV with a kid and talk to them  while doing so, but the phone seals them off from reality.’ (Je kunt met een kind wel naar de tv kijken en tegelijk met hem (of haar) praten, maar de mobiele telefoon sluit hem (of haar) van de werkelijkheid af.)

In het Nederlands ontbreekt zo’n historisch element. Dat maakt het ontzettend lastig, beaamt Ingrid van Alphen, als taalkundige aan de Universiteit van Amsterdam gespecialiseerd in gender. “Ik zou willen dat ik kon helpen, maar de mogelijkheden zijn beperkt. Mij lijkt ‘diegene’ beter dan ‘die’, want ‘diegene’ verwijst altijd naar mensen en ‘die’ is te aanwijzend. ‘Hen’ en ‘hun’ zijn verwarrend. Nog een optie is ‘het’. Een enkele non-binaire persoon geeft daar de voorkeur aan. De praktijk moet het uitwijzen.”

Taalunie

Van Alphen zit in een commissie van de Taalunie die een advies gaat uitbrengen over genderbewust taalgebruik. Een concrete suggestie voor non-binaire voornaamwoorden ligt nog niet op tafel. “Wat Marieke Lucas Rijneveld wel alvast kan doen”, zegt Van Alphen, “is zich geen ‘schrijver’ of ‘schrijfster’ noemen, maar ‘schrijvende’. De NS kunnen ook beter ‘Beste reizenden’ zeggen dan ‘Beste reizigers’. Reiziger is mannelijk. Je zou kunnen stellen dat de non-binaire mensen de dames uit de trein hebben gejaagd.”

De zichtbaarheid van gender in taal is belangrijk, weet Van Alphen. “Vrouwen solliciteren bijna nooit op vacatures waarin alleen een mannelijke beroepsnaam staat. Ze voelen zich dan niet aangesproken. Daarom is het een enorme fout om vrouwelijke termen af te schaffen. Als je ‘schrijfster’ vervangt door het mannelijke generiek, wis je de vrouw uit en maak je iedereen tot ‘man’.”

Ook non-binaire mensen hebben recht op hun eigen taaldomein, vindt Van Alphen, al wil ze geen woorden van bovenaf opleggen. “Dat roept terecht weerzin op. Je kunt het beter van onderaf doen. Trouw kan bijvoorbeeld voortaan aan elke non-binaire geïnterviewde vragen hoe diegene wil worden genoemd. Lezenden nemen dat dan misschien over. Iemand moet beginnen.”

Oproep: Heeft u een tip voor het ideale genderneutrale voornaamwoord, of weet u hoe de Trouw-redactie het beste met deze kwestie kan omgaan? Stuur een mailtje naar lezers@trouw.nl.

Nanoah Struik (20):

“Als kind voelde ik me al anders. Ik was net geen meisje, maar ook geen jongen. Anderen vonden mij een stoere meid. Ik had een ingewikkelde puberteit. Op mijn veertiende begon ik een lange zoektocht, tot ik op mijn zeventiende op internet de term non-binair tegenkwam. Dát was ik dus. Het menszijn staat bij mij centraal.

“Omdat ik het gewend ben, gebruik ik nog vaak de voornaamwoorden ‘zij’ en ‘haar’. Maar ik probeer over te stappen op ‘die’, ‘hen’ en ‘hun’. Mijn omgeving moet nog erg aan wennen aan bijvoorbeeld ‘hun jas’ in plaats van ‘haar jas’, of ‘hen gaat op stap’ in plaats van ‘zij gaat op stap’. Mijn moeder probeert het nu aan mijn 6-jarige broertje te leren. Hij begrijpt het en wil haar gaan verbeteren als ze zich een keer vergist.

“Als iemand mij misgendert, ga ik niet direct schelden. Maar ik vind het wel vreemd als iemand ‘zij’ blijft zeggen terwijl ik heb uitgelegd dat ik ‘hen’ wil worden genoemd. Ik zie het als een kwestie van respect om daarin mee te gaan. Aan respect ontbreekt het nogal eens. Op Facebook werd ik een keer uitgescholden voor ‘genderkwiebus’. Dat is nu de naam van mijn podcast.”

Inge Frank van Vught (25):

“Ik noem mezelf non-binair, bij gebrek aan een beter woord. Mijn gender is steeds in beweging. Ik zweef buiten de man-vrouw-indeling. Dat ambiguë is er altijd geweest. Ik heb het liefst dat mensen mij aanduiden met ‘die’ en ‘diens’. ‘Hij’ of ‘zij’ vind ik ook prima, maar ‘die’ en ‘diens’ voelen fijner. Mensen gebruiken ‘die’ natuurlijker voor één persoon dan ‘hen’ of ‘hun’. Online kun je mijn zine [gidsje, red.] over genderneutrale voornaamwoorden raadplegen. Ik vind het belangrijk dat media de verschillende opties in hun stijlgids opnemen. Dat maakt het voor journalisten laagdrempeliger om ze te gebruiken. Vervolgens kan ook het publiek eraan wennen.”

Remco Boxelaar (29):

“Op mijn twintigste kwam ik uit de kast toen ik een vriendje kreeg. Mensen noemden mij homo. Ze waren niet verbaasd, zeiden ze, want ik kleedde me altijd al vrouwelijk. Over die opmerking ben ik dieper gaan nadenken. Mijn conclusie: gender zit tussen je oren, geslacht zit tussen je benen en van wie je houdt zit in je hart. Gender, geslacht en seksualiteit zijn verschillende dingen.

“Toen ik een keer op mijn werk verscheen met nagellak, veroorzaakte dat ophef. Ze waren bang dat ik klanten zou afschrikken. Dat voelde heel onveilig. Daarom heb ik Corporate Queer opgericht, een platform waarmee ik strijd voor diversiteit in het bedrijfsleven.

“Ik vind het prima als mensen me ‘hij’ noemen, maar ik ga ook wel eens als vrouw de deur uit. Ik experimenteer met ‘die’ en ‘hen’. Ook voor mij was het laatst een uitdaging om in een groepsgesprek met non-binaire mensen alles goed te zeggen, maar oefening baart kunst.”

Lees ook:

‘Met welk voornaamwoord wil je worden aangeduid?’ is in Zweden een hele normale vraag

Een jongetje dat op school verschijnt in een prinsessenjurk: niemand kijkt ervan op, behalve de eerste dagen, merkt Zweden-correspondent Anne Grietje Franssen. De gelijkheid tussen man en vrouw, toch al groot, kreeg in Zweden via genderneutrale taal een extra duwtje in de rug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden