Schrijverscolumn Gerbrand Bakker

Is het erg dat je schrijvers niet kent?

Beeld Trouw

Hoe kom ik aan mijn boeken? Zelden bezoek ik een boekhandel, eigenlijk alleen als ik een boekenbon heb. Als je zoals ik op het moment op de een of andere manier verbonden bent aan drie uitgeverijen, kom je al een heel eind. Uitgevers delen namelijk erg makkelijk en graag boeken uit. ‘Wil je nog wat?’ Ja, graag, zeg ik dan, en vervolgens loop ik zelf de schappen met kakelverse boeken langs. Vorige week nog snaaide ik bij Cossee de nieuwe John Coetzee mee. Ook gebeurt het dat ik boeken toegestuurd krijg, eveneens van uitgeverijen, en dan juist weer niet van de drie hierboven genoemde. Dan zit ergens een redacteur te peinzen wie er over dit of dat boek weleens iets vriendelijks en positiefs zou kunnen twitteren. Regelmatig zitten ze mis, dan krijg ik een boek over de natuur, zo’n modern boek, waarin staat dat bomen pijn voelen of dat Hosta’s de hele dag door met elkaar communiceren, om nog maar te zwijgen over wat geraniums ’s nachts met elkaar uitvreten.

Geen honorarium, wel een boek

Onlangs las ik in een kroeg voor uit een boek van Lucia Berlin. In café Helmers is het de bedoeling dat je niet uit eigen werk voorleest. Dat vind ik een fijn initiatief en daarom deed ik eraan mee. Er is geen honorarium aan verbonden, meestal is dat een reden om nee te zeggen tegen zulke uitnodigingen. Ik hoop dat de bezoekers van die avond zich genoopt voelden ‘Handleiding voor poetsvrouwen’ aan te schaffen, dat is namelijk een erg mooie ver­halenbundel. Dit is de eerste leestip in deze column die, ik voel het aankomen, uit gaat monden in een reclameuiting. Geen honorarium, wel een boek. Gilles van der Loo, de culinair recensent van Het Parool en een van de organisatoren, overhandigde me na afloop ‘Alles’ van Kevin Canty. Goh, zei ik, toen ik het cadeaupapier vol verwachting kapot had gescheurd. Iets anders had ik niet kunnen zeggen, want ik had nog nooit van Kevin Canty gehoord.

Is dat erg? Dat je schrijvers niet kent? Ik vind het altijd een pijnlijke tekortkoming van mezelf, aan de andere kant verzoent het je ook met het feit dat heel veel mensen nooit van Gerbrand Bakker gehoord hebben. Op een van de laatste bladzijden van het Privé-domeindeel van Alfred Birney duik ik ineens op. “Ik breng een bezoek aan Gerbrand Bakker. Ik schrijf al twintig jaar langer dan hij, maar hij lijkt me niet te kennen. Maar dat geeft niet.” Het is nog erger: hoe ik ook mijn best doe mij deze ontmoeting – ik herinner me het literaire festival in Den Haag waar dit plaatsvond – voor de geest te halen, het lukt me niet. Maar ook Birney heeft zich verzoend met het feit dat niet iedereen, zélfs als het een collega betreft, hem kent.

Gevoelige sukkels

Terug naar Canty, ik las het boek nadat ik ‘Niemand bleef’ van Birney las. Wat een prachtig boek! Wat een liefdevolle, warme, vreemde wereld. Veel perspectieven, veel wit. Een boek dat je doet inzien dat iedereen maar wat aanrommelt in het leven. Dat jij niet de enige bent die er niet altijd even veel van begrijpt. Dat het niet erg is om met iemand anders het bed in te duiken, zeker als dat onafwendbaar en onvermijdelijk is. Lekker veel honden ook, overal honden, al dan niet dood of bijterig. En op geen enkel moment sentimenteel, iets wat altijd op de loer ligt als een wat oudere man over gevoelens schrijft, zeker waar het vrouwelijke personages betreft. Ergens wijst Canty ons erop dat we allemaal sukkels zijn. Maar dan wel gevoelige sukkels die hun stinkende best doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden