Maria Roosen liet zich voor 'Shelter (St. Agatha)' onder andere inspireren door het verhaal van de heilige Agatha, wier borsten werden afgesneden.

Cultuurlandschap

Is het een ufo? Is het een balzak? Nee, het is een kapel

Maria Roosen liet zich voor 'Shelter (St. Agatha)' onder andere inspireren door het verhaal van de heilige Agatha, wier borsten werden afgesneden.Beeld Marieke Rongen

Op de grens tussen Noord-Brabant en Limburg staan van oudsher veel kapellen. Hedendaagse kunstenaars voegen daar voor het project Kapellenbaan nu nieuwe exemplaren aan toe. Zo geven ze een nieuwe draai aan de geschiedenis van de streek.

Er is een vreemd voertuig geland op de Niersdijk van Gennep, de kleine, oude stad in de noordelijkste punt van Limburg. Even verder komt de Niers samen met de Maas, het rivierdal van de Niers is diep uitgesleten in het landschap. Op de rivierdijk, die uitzicht biedt over de uiterwaarden, staat nu dus een zalmkleurig ding. Vanaf de stadskant gezien is het een mans­hoge schelp met een toeter die aan een cementmolen doet denken. Vanaf de rivier is het een deegbubbel met ronde uitstulpingen – op de dijk wordt het woord balzak gefluisterd.

De ufo is een kunstwerk van ­polyester, gemaakt door Joep van Lieshout. Atelier Van Lieshout, zoals hij zijn studio noemt, staat bekend om eigenzinnig, vaak naar menselijk voorbeeld gevormde levensgrote bouwsels die ook gebruiksvoorwerp zijn – als woning, werkruimte, of, zoals hier, een kapel.

Plekken van bezinning en contemplatie

Het kunstwerk maakt deel uit van Kapellenbaan, een serie van zes nieuwe kapellen, plekken van bezinning en contemplatie, gemaakt door hedendaagse kunstenaars, die via fiets- en wandelroutes en bestaande religieuze plekken met elkaar verbonden zijn. Initiatiefnemer Antoine Achten kwam hier zeven jaar geleden met zijn gezin vanuit de Randstad wonen. Hij was onder de indruk van het rijke cultuurlandschap.

Er zijn de sporen van Romeinse aanwezigheid, zoals de fietsroute over de Via Valentiniana, de verkeersader van Maastricht naar Nijmegen. Er zijn imposante uiterwaarden van de meanderende Maas, met de door Unesco erkende Maasheggen: resultaat van een duizend jaar oude traditie waarbij mei- en sleedoornstruiken gevlochten worden tot natuurlijke afgrenzingen in het weideland. En dan zijn er de religieuze bakens: de talloze kleine en grotere kapellen, Christus- en Mariabeelden, kerken en kloosters.

Ondanks die tijdloze rijkdom ontbrak het mensen van buiten de regio aan een directe aanleiding voor een bezoek, aan een actuele bezienswaardigheid. Zo ontstond het idee van Kapellenbaan. Er werden contacten gelegd, subsidies en locaties gezocht, vergunningen verleend. Twee kapellen, die van Frank Havermans en Sachi Miyachi, zijn in voorbereiding. Twee zijn er al klaar. Een van Maria Roosen, waarover straks meer, en de kapel van Van Lieshout die vorig jaar geplaatst werd.

Exclusieve uitsnede lucht of landschap

Iedere voorbijganger kan de zalmkleurige kapel van Van Lieshout in stappen, alleen of met z’n tweeën. Binnen is plaats om te zitten, denken, praten of bidden, en om door de toeter schuin naar boven te kijken: die biedt uitzicht op een exclusieve uitsnede lucht of landschap. Het ­uitzicht doet de bezoeker mogelijk even duizelen. ‘Panta’ noemt de kunstenaar het werk: mogelijk een knipoog naar het pantheon, de ­Romeinse tempel voor alle goden, die ook zo’n bijzondere blik naar ­boven gunt.

“Het verwijst ook naar alle religies die je er zou kunnen belijden”, vertelt de kunstenaar vanuit zijn Rotterdamse atelier. “De vorm van het lichaam op zo’n moment bepaalt de vorm van het werk, ook hier. Je komt binnen door een slakkenhuis, en hebt één uitzichtpunt: naar ­boven.”

De tweede voltooide kapel, van kunstenaar Maria Roosen, staat bij het Kruisherenklooster van Sint Agatha. Sint Agatha ligt aan de Brabantse kant van de Maas, een pontje zet fietsers over. Een smalle weg ­benadert het klooster vanaf de tuinkant. Dat het klooster dit jaar z’n 650-jarig bestaan viert, is het van de buitenkant niet aan te zien. Bescheiden ligt het aan de rivierdijk, boven de eerste entree die de bezoeker ziet, staat het jaartal 1655.

Kapel ‘Panta’ van Joep van Lieshout biedt een blik naar boven. Beeld Marieke Rongen
Kapel ‘Panta’ van Joep van Lieshout biedt een blik naar boven.Beeld Marieke Rongen

“Het gebouw is altijd meegegroeid met de behoeftes”, vertelt Marga Arendsen even later. “De kloostergang zit dus nog wel op de oorspronkelijke plek, maar de oudste stenen zijn alleen nog onder in het gebouw te vinden.” Arendsen is directeur van het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven, dat de ­archieven, boeken en voorwerpen van zo’n 115 Nederlandse kloosters beheert vanuit het klooster van Sint Agatha. Een van de grootste schatten van het klooster zelf is het ­Graduale van Johannes van Deventer, een liedboek van 22 kilo uit het begin van de zestiende eeuw.

Er wonen op dit moment nog vier kruisheren in het klooster, daarnaast zijn er sinds vorig jaar zelfstandige appartementen voor mensen die zich met het kloosterleven verwant voelen. De kloostertuin, de plek waar ook de nieuwe kapel staat, is dagelijks gratis toegankelijk. In dit vroege voorjaar is een groot gedeelte van de vanaf de achttiende eeuw aangelegde tuin nog in de winterslaap.

Borsten in een mannenklooster

Langs de hoge oever van een van de vijvers staat tussen de bomen bijna vanzelfsprekend de kapel van Maria Roosen. Van de achterkant lijkt het een grote zwarte pion die precies over de heg langs de rand van de tuin kan kijken. Van dichtbij blijkt de ronde vorm van buiten zwartgeblakerd. De stam is hol en het hout heeft aan de binnenkant z’n oorspronkelijke kleur. Bovenin hangen, als een verrassing, gekleurde glazen bollen. En dan blijken binnenin, op borsthoogte, twee houten borsten in de boom te zijn gebeeldhouwd.

“Heb je het beeld van Agatha in de kapel gezien?” vraagt Maria Roosen, de kunstenaar die de kapel maakte. De borsten zijn een ode aan de heilige Agatha, naar wie het klooster is vernoemd en aan wie de kapel is gewijd: de martelares wier borsten werden afgesneden omdat ze weigerde te zwichten voor een losbandige Romeinse keizer. Het beeld van de heilige is erg plastisch ontdaan van haar borsten. ­Roosen: “En dat in een mannenklooster!”

Boomstronk als fundament

Toen Roosen werd gevraagd een kapel te maken, bleek de boom die op deze plek stond ziek te zijn. Hij werd gekapt en als vanzelfsprekend werd de stronk het fundament voor haar kapel. Maria Roosen werkt al langer met bomen. Bomen moeten uitgehold worden omdat het hout anders barst, en in Frankrijk had ze ooit een kapel bezocht die gebouwd was in een holle eik, waar oorspronkelijk een kluizenaar in had gewoond. Zo groeide haar ontwerp.

De glazen bollen zijn als gedachten die opborrelen, de kleuren staan voor de emoties die daarbij horen, en verwijzen naar de glas-in-lood­ramen. ‘Shelter’ noemde ze haar ­kapel. Wie een stap zet de privékapel in, voelt inderdaad in de eerste plaats dat: onderdak, beschutting. Maar daarna is het uitzicht de grootste verrassing: over de heg, de dijk, naar de rivier en het land daarachter. Het voelt of de kapel net zo lang zal meegaan als het klooster en de rivier.

Voor de route van de Kapellenbaan: kapellenbaan.nl

Lees ook :

De broeders praten in de film over het celibaat

De kruisheren van Sint Agatha kozen op jonge leeftijd voor een celibatair leven in het klooster. Binnen hun kleine gemeenschap wordt nauwelijks gesproken over seksuele onthouding en het ontbreken van een liefdesrelatie. Regisseur Daan Jongbloed maakt dit alles bespreekbaar in de documentaire Celibaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden