Interview

Iris van Herpen: 'Alles wat ik maak is draagbaar, ook mijn jurken van plexiglas'

Modeontwerpster Iris van Herpen in haar atelier in Amsterdam Beeld Maartje Geels

Iris van Herpen krijgt vandaag de belangrijkste kunstprijs voor haar grensverleggende mode: de Johannes Vermeer Prijs. Op haar lauweren rusten is er niet bij. 'Ik wil mezelf voortdurend vernieuwen.'

"Niet draagbaar?" Even schiet haar zachte stem uit. Hoezo is de kleding die ze ontwerpt niet draagbaar? Iris van Herpen wijst naar de paspoppen in haar atelier in Amsterdam. Ze dragen grillig gevormde jurken en gewaden van in de haute couture gangbare stoffen als zijde, tule en organza, maar ook van ongebruikelijke materialen als transparant rubber en stukjes plexiglas met siliconenbuisjes. "Het zijn geen jurken die je aantrekt op de fiets naar je werk. Maar alles wat ik maak is wel draagbaar." Ze test dat ook altijd uit op haar eigen lijf, dat lang en dun is als dat van een model. "Wat ik heel belangrijk vind is hoe de materialen voelen op de huid. En hoe de stof beweegt als je loopt."

Iris van Herpen (33) begon in 2007 haar eigen modelijn en trok al snel internationaal de aandacht met haar eigenzinnige ontwerpen en experimenten met materialen. In tien jaar tijd groeide haar bedrijf uit tot een toonaangevend label in de internationale modewereld. Dagelijks werken gemiddeld zo'n veertien mensen aan haar creaties, met uitschieters naar boven als de shows naderen die ze twee keer per jaar geeft in Parijs. Hoewel haar collecties relatief bescheiden zijn met vijftien tot achttien nieuwe 'looks' per show, zitten er heel veel arbeidsuren in. Maanden zijn er bijvoorbeeld gemoeid met het maken van een jurk die is opgebouwd uit duizenden met laser gesneden glasvormpjes, die allemaal met de hand vastgenaaid moeten worden.

Ook deze dag is het druk in haar atelier, met uitzicht op het IJ. Er wordt genaaid aan kostuums voor een operavoorstelling in België. Een fotograaf komt langs om creaties te fotograferen. Sommige medewerkers werken op de computer de details uit van een ontwerp. Op een paspop hangt een jurk die nog afgemaakt moet worden voor een tentoonstelling in een museum in Melbourne.

Aan de wanden hangen foto's van shows en mensen die zich kleden in haar gewaden en haar buitenissige schoenen dragen. Tot haar klanten behoren onder meer de popsterren Lady Gaga, Björk en Taylor Swift. Haar ontwerpen worden overal in de wereld tentoongesteld en zijn aangekocht door topmusea als het Metropolitan in New York. Van Herpen won al diverse prijzen en daar komt nu ook nog de prestigieuze Johannes Vermeer Prijs bij die haar vandaag wordt uitgereikt. Als eerste modeontwerper ontvangt ze de belangrijkste staatsprijs voor de kunsten.

Beeld Maartje Geels

Wat was uw eerste gedachte toen u hoorde dat u deze grote staatsprijs krijgt?

"Ik was stomverbaasd en voelde me tegelijkertijd enorm vereerd. Ik werk vaak samen met mensen uit andere disciplines, zoals architecten, choreografen, musici, fotografen en wetenschappers. Daar zitten ook eerdere winnaars van deze prijs bij, zoals architect Rem Koolhaas en grafisch ontwerpster Irma Boom. Dat een modeontwerpster ook zo'n grote kunstprijs kan winnen, was niet in me opgekomen. Ik zie het als een erkenning dat mode ook kunst kan zijn."

Waarom werkt een modeontwerpster samen met architecten en wetenschappers?

"Dat is zo inspirerend en ik vind het ook noodzakelijk om vanuit andere disciplines naar mijn vak te kijken. Als je steeds beter wordt in iets, in mijn geval heel mooie jurken maken, kun je daarin gemakkelijk blijven hangen. Dat wil ik niet, want dan wordt het routine. Ik wil mezelf voortdurend vernieuwen en met mijn collectie telkens weer een stap verder komen. Dat lukt me niet alleen. Daarvoor heb ik ook de expertise van andere vakmensen nodig. Zonder die samenwerking had ik bijvoorbeeld niet mijn 3D-geprinte jurken kunnen maken. Dat ik me ging verdiepen in de 3D-techniek vloeide weer voort uit een samenwerking met het architectenbureau Benthem Crouwel. Die hadden had me gevraagd om een jurk te maken geïnspireerd op hun ontwerp voor de Badkuip (de bijnaam van de aanbouw bij het Stedelijk Museum Amsterdam, red.). Ik wilde toen iets met water doen, maar het lukte me niet om een waterige jurk te ontwerpen met de bestaande technieken. Zo kom ik dankzij de samenwerking met andere disciplines elke keer weer een stap verder in mijn eigen vak."

Van Herpen wijst naar een haast doorzichtige jurk, de Bubble Dress (2016), die opgebouwd lijkt uit zeepbellen. Het zijn handgeblazen glazen bolletjes die met flexibele buisjes tegen elkaar geklemd zijn.

Hoe is het idee voor deze jurk ontstaan?

"In de studio van architect Philip Beesly in Toronto, met wie ik al jaren werk. We zijn met elkaar in contact gekomen nadat ik mijn collectie Hybrid Holism op zijn werk had geïnspireerd. Ik vind zijn ontwerpen erg origineel. Hij laat zich inspireren door microscopische structuren. Als je foto's van zeepbellen onder de microscoop legt, zie je heee mooie architectonische structuren. Ik zat naar die structuren te kijken en vroeg me af hoe je die in een vorm zou kunnen gieten. Daar praat je dan met elkaar over en zo is het idee geboren om daarvoor glazen bolletjes te gebruiken.

"Veel inspiratie doe ik op straat op, door naar architectuur te kijken. Bijzondere ervaringen kunnen me ook inspireren. Zo is mijn 3D-geprinte '' skeletjurk' voortgekomen uit het parachutespringen. Je lichaam voelt heel anders als je aan een parachute in de lucht hangt. Je bent je veel meer bewust van de binnenkant en je botten.

"Verder is de natuur erg belangrijk voor mij. Gewoon kijken hoe iets groeit en verandert. Vorig jaar was ik voor het eerst op Lanzarote. Ik was gefascineerd door het lavalandschap en de structuren die erin liggen opgeslagen, die verstilling van kracht en beweging. Het is niet dat ik dan meteen een jurk voor me zie, maar die lavastructuren zitten in mijn hoofd en ik weet dat ik er op een dag iets mee ga doen."

Komt de liefde voor de natuur voort uit uw jeugd? U groeide op in het dijkdorp Wamel in het Land van Maas en Waal. Zonder televisie en computer, afgaand op een van de schaarse interviews die u gaf.

"Ik woon nu in Amsterdam, maar op den duur wil ik zeker terug naar de natuur. Ik heb een heerlijke jeugd gehad in Wamel, ook zonder computer en tv. Dat wordt gauw zo'n labeltje. Alsof ik als kind van alles verstoken was. Dat viel wel mee, want mijn ouders hebben een brede interesse, vooral in kunst. Mijn vader is een muziekliefhebber, mijn moeder houdt van dans. Ze namen mijn broer en zus en mij heel vaak mee naar dansvoorstellingen. Ik heb tot mijn zestiende zelf ook gedanst, klassiek ballet op spitzen, ik speelde viool en zat op schilderles." Lachend: "De basis voor het samenwerken met verschillende disciplines is waarschijnlijk toen al gelegd."

Waarom koos u voor de mode?

"Op de middelbare school besloot ik dat ik naar de kunstacademie Artez in Arnhem wilde. Omdat ik het leuk vond om kleding te maken en vaak met patronen bezig was, dacht ik aan de modeafdeling. Voor de zekerheid heb ik in de vooropleiding ook lessen in schilderen, design en sculpturen gevolgd. Toen ontdekte ik dat ik toch wel heel erg gefocust was op het lichaam. Ik realiseerde me dat ik het lichaam echt nodig heb als canvas. En zo werd het toch de mode."

Beeld EPA

Na haar studie liep Van Herpen stage bij modeontwerper Alexander McQueen in Londen en viltkunstenares Claudy Jongstra in Amsterdam. In 2007 begon ze haar eigen modelijn en showde ze haar eerste collectie tijdens de Amsterdam Fashion Week. Twee jaar later volgde de Londen Fashion Week en in 2011 ging ze naar Parijs, waar ze meteen opviel met haar ontwerpen, waarin ze het ouderwetse handwerk combineerde met experimentele materialen en nieuwe technieken. Ze was in 2010 de eerste modeontwerper die gebruik maakte van de 3D-printtechniek.

Van Herpen deed nog wel even een uitstapje naar de prêt-à-porter (confectiemode), maar dat beviel niet, omdat dat haar te veel 'wegdrijft van de kunst en het experimenteren'. Ze maakt nog wel accessoires als schoenen, riemen en tassen, die online te koop zijn.

U werkt nu vooral voor de happy few die zich uw kostbare creaties kunnen permitteren. Met uw kennis en experimenteerdrift zou u ook duurzame kleding kunnen maken. Of bijvoorbeeld speciale kleding ontwikkelen voor mensen die in barre omstandigheden verkeren.

"Het zou bijna raar zijn om daar niet mee bezig te zijn. Samen met de Technische Universiteit in Delft werk ik momenteel aan de ontwikkeling van nieuwe materialen of een bredere toepassing ervan, en innovatieve technieken. In dit stadium kan ik daar nog niets over zeggen. Ik doe dat liever ook niet, omdat ik vind dat duurzaamheid geen marketingtool mag zijn. Het heeft ook zo iets politiek corrects om nadrukkelijk dat stickertje 'sustainability' erop te plakken. Ik probeer daarin de juiste balans te zoeken, want ik wil ook als een kunstenaar te boek blijven staan. Duurzaamheid is een onderdeel van mijn bedrijf, maar ik hang dat er niet als een kaartje aan. Ik verwacht de komende jaren baanbrekende ontwikkelingen op het gebied van materialen en technieken, waar ik zeker mijn steentje aan zal bijdragen."

Heeft Nederland wel een modecultuur?

"In Nederland wordt daar altijd zo negatief over gedaan, maar in het buitenland bewondert men onze creativiteit op het gebied van architectuur, design en mode. Daar vinden ze het heel bijzonder wat wij hier presteren. Ik ben ook niet de enige Nederlandse modeontwerper die internationaal bekend is. We hebben ook nog Viktor & Rolf en Jan Taminiau, en dat voor zo'n klein landje."

En het kleedgedrag van Nederlanders?

"Weet je dat ik daar eigenlijk nooit op let. Ik kijk niet echt hoe mensen gekleed zijn, al sla ik het wel op als iemand bijvoorbeeld een heel bijzonder kapsel heeft. Daarvoor ben ik ook te dromerig en zit ik te veel in mijn hoofd."

Wat draagt u zelf het liefst?

"Als ik aan het ontwerpen ben, trek ik vaak een broek en trui aan. Ik draag ook regelmatig mijn eigen creaties. Ik ga dat ook doen bij de uitreiking van de Johannes Vermeer Prijs. Welke jurk het wordt, daar heb ik nog niet over nagedacht."

U draagt nu een lange zwarte plisséjurk, ook zelf gemaakt?

"Nee, die komt uit een vintagewinkel. Daar haal ik ook nog weleens iets vandaan. Het allerliefst draag ik een kimono. Ik heb een hele verzameling, ook uit Japan. Dat vind ik zo'n prettig draagbaar kledingstuk. Je schiet er ook zo gemakkelijk in, alleen even de ceintuur dichtknopen en je bent klaar."

Uitzonderlijk talent

Iris van Herpen krijgt vandaag als eerste modeontwerper de Johannes Vermeer Prijs, de belangrijkste staatsprijs voor de kunsten. Eerdere winnaars waren onder meer architect Rem Koolhaas, beeldend kunstenaar Marlene Dumas en fotograaf Erwin Olaf. Ze krijgt de prijs ter waarde van 100.000 euro, omdat ze al jaren toonaangevend is in de internationale modewereld. De jury prijst haar 'grensverleggende en interdisciplinaire ontwerpen, waarin ze uitzonderlijk talent en ongebreidelde nieuwsgierigheid verbindt aan vernieuwende digitale technieken en ambachtelijk vakmanschap'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden