vandaar dit boek

Ingrid de Zwarte onderzocht de Hongerwinter en zag hoe veerkrachtig mensen zijn

Voedselverstrekking aan kinderen tijdens Hongerwinter (1944). Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum

Ingrid de Zwarte (1988) is historicus aan de Universiteit van Oxford en gepromoveerd op de Hongerwinter.

De Hongerwinter werd na de bevrijding hét verhaal van het lijden van de Nederlandse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. In bijna iedere familie is er wel iemand die de winter van 1944-1945 heeft meegemaakt. Toch is er niet zoveel onderzoek naar gedaan, misschien omdat we dachten dat we het allemaal al wisten, van die tulpenbollen en gaarkeukens. Zelf ben ik geïnteresseerd in samenlevingen in crisis. Hoe gaan gewone mensen om met buitengewone omstandigheden? Vanuit die fascinatie begon ik aan mijn dissertatie.

Nederland was goed voorbereid op de voedselvoorziening in oorlogstijd. Wel veranderde het eetpatroon sterk na de Duitse inval. Dierlijke producten maakten plaats voor aardappelen, groente en bruin brood. Er is discussie over de vraag of Nederland wellicht gezonder at tijdens de eerste jaren van de bezetting. Zeker is dat het dieet veel minder vet was en in kwantitatief opzicht voldoende.

Dat veranderde in de herfst van 1944. Sinds de zomer van dat jaar maakte Duitsland zich op voor een strijd om Nederland. Er werden transportmiddelen gevorderd en landbouwgrond onder water gezet om een opmars van de geallieerden tegen te werken. Na Operatie Market Garden werd het distributieprobleem pas echt nijpend. De Nederlandse regering in Londen riep de spoorwegstaking uit, bedoeld om de geallieerden te ondersteunen. Maar het betekende ook dat er tot aan de bevrijding geen treinen met voedsel reden.

Opeenstapeling

 Lang werd aangenomen dat de Hongerwinter het gevolg was van een doelbewuste nazi-hongerpolitiek. Later kwam juist meer nadruk te liggen op de desastreuze gevolgen van de staking zelf. Dat is te simpel gesteld. In mijn boek toon ik de opeenstapeling van factoren die tot hongersnood leidden. Na de spoorwegstaking en het tijdelijke Duitse verbod op scheepsvervoer verloren boeren het vertrouwen in het distributiesysteem, ze verkochten hun oogsten liever op de zwarte markt; transporteurs doken onder uit angst voor razzia’s; eind december brak een strenge vorstperiode aan, waardoor de binnenvaart zijn werk niet kon doen; en dan was er nog een groot tekort aan brandstof.

De rol van de Duitse bezetter was gecompliceerd. Natuurlijk was er geen hongersnood geweest als de Duitsers er niet waren. Maar vanuit Duits militair oogpunt was hongersnood nadelig: het kon voor onrust, chaos en ziektes zorgen. De Weermacht kreeg daarom de opdracht om hongertrekkers met rust te laten en geen etenswaar in beslag te nemen.

De steden in het westen raakten in de laatste fase nog geïsoleerder dan ze al waren, doordat de rest van het land al was bevrijd. Exacte cijfers zijn er niet, maar naar schatting zijn tijdens de crisisperiode ruim 20.000 sterfgevallen direct aan de honger gerelateerd.

Twee vrouwen lopen tijdens de Hongerwinter met een kinderwagen vol voedsel over een dijk bij Amsterdam (1944-45). Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum

370 kilocalorieën

Het meest te lijden hadden de stedelingen, die hoofdzakelijk afhankelijk waren van de officiële rantsoenen. Ouderen zonder een sociaal vangnet bijvoorbeeld of mensen die in een inrichting zaten. In januari daalde het rantsoen onder de 500 kilocalorieën per dag en in de eerste dagen van mei onder de 370 kilocalorieën. 

Dat zijn geen hoeveelheden waar je van kunt leven. Het aantal slachtoffers zou vele malen groter zijn geweest als de bevolking het alleen daarvan moest hebben. Of je het redde, hing af van de vraag of je in staat was dat rantsoen aan te vullen. Beschikte je over de middelen om te kopen of te ruilen op de zwarte markt? Was je mobiel genoeg om op hongertocht te gaan?

Het beeld van de hongertochten was dat het vooral vrouwen waren die op zoek gingen naar voedsel, maar dat bleek anders te liggen. Ik heb registratieboekjes van boeren kunnen raadplegen. Daarin stond precies vermeld wie langskwam: naam, leeftijd en vaak ook de religieuze achtergrond en het beroep. Het zijn prachtige, voor het eerst bestudeerde bronnen.

De boekjes geven inzicht in het profiel van de hongertrekker. Twee derde was man en behoorde tot de arbeiders- en lagere middenklasse. Niet zelden bleven ze langere tijd weg, van boerderij naar boerderij trekkend. Bij thuiskomst hadden ze in veel gevallen slechts een vrij beperkte hoeveelheid voedsel bij zich. Maar de maaltijden die ze onderweg bij de boeren hadden gekregen, moeten net zo belangrijk zijn geweest als wat ze mee terugnamen.

Solidariteit

De heersende gedachte was altijd dat de Hongerwinter een periode van sociale desintegratie was. Ik ontdekte dat dat slechts ten dele waar is. Er was juist ook sprake van solidariteit. Overal in het land ontstonden nieuwe samenwerkingsverbanden, die dikwijls dwars door verzuilde grenzen heengingen. Buurten verenigden zich en zetten hulpacties op touw, bedrijven richtten voedselcomités op en er was sprake van interkerkelijk hulpbetoon. Dankzij het maatschappelijk middenveld kwamen kinderen relatief goed de Hongerwinter door.

Een van de bijzondere mensen die ik tijdens het onderzoek sprak, was Richard Hall. Als navigator van de US Army Air Forces nam hij deel aan de voedseldroppings. Nog steeds denkt hij daar vaak aan terug. Na alles wat hij in de voorgaande oorlogsjaren had meegemaakt, vond hij het indrukwekkend om in plaats van bommen, pakketten met levensmiddelen te brengen.

De droppings begonnen eind april, maar pas in de week na de bevrijding kwam het voedsel aan bij de bevolking, er was immers nog altijd een tekort aan vervoersmiddelen. In aantallen waren de voorraden die over zee en over land werden aangevoerd veel belangrijker om de hongersnood te stoppen, maar de droppings werden het symbool van de bevrijding. Zo hadden de geallieerden ze ook bedoeld.

Veerkracht

Honger en oorlog zijn zowel in het verleden als vandaag de dag altijd met elkaar verbonden. Mijn nieuwe onderzoek gaat over de politiek van hongersnood en voedselhulp in gewapende conflicten. Hoe kan voedselhulp zo effectief mogelijk zijn? Dat is een van de grote vragen bij hongersnoden. In een echte crisis moet direct hulp worden geboden, maar er zijn veel situaties waarbij is aangetoond dat wanneer je te lang alleen voedsel stuurt een stuk zelfredzaamheid van de bevolking verdwijnt.

De centrale voedselautoriteiten in bezet Nederland wisten dat de kerken en de lokale samenwerkingsverbanden goed in staat waren om zelf noodhulp te mobiliseren. De Hongerwinter is een uitstekend voorbeeld van hoe in tijden van nood de veerkracht van de samenleving niet moet worden onderschat.

De Hongerwinter 
Ingrid de Zwarte
Prometheus; 442 blz. €24,99

In de rubriek ‘Vandaar dit boek’ vertellen schrijvers over hun drijfveren achter het schrijven van een boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden