Review

In zijn ijver om de scheefgroei te herstellen, helt Paulo Coelho over naar de irrationele pool

Paulo Coelho: De weg naar het zwaard. Vertaald door Harrie Lemmens. De Arbeiderspers, Amsterdam; 186 blz. - ¿ 29,90. Paulo Coelho: De alchemist. Vertaald door Harrie Lemmens. De Arbeiderspers, Amsterdam; 140 blz. - ¿29,90.

Wie is deze rijzende ster, die zich nu ook in een Nederlandse vertaling van zijn eerste twee boeken mag verheugen? Paulo Coelho (Rio de Janeiro, 1947) lonkte na een onafgemaakte rechtenstudie een tijdlang naar de flower-power-beweging en trok naar Amsterdam. In 1973 keerde hij naar Brazilië terug en schreef er popsongs. Pas in de jaren tachtig ontdekte hij de literatuur als zijn ware roeping.

'De weg naar het zwaard' is het geromantiseerde verslag van zijn pelgrimstocht naar het Spaanse Santiago de Compostela. Hoofdpersonage Paulo zoekt naar een magisch zwaard, dat hem door het genootschap waar hij lid van is werd onthouden, omdat de door hem gedemonstreerde moed nog niet overtuigend genoeg was. Geholpen door zijn gids Petrus doorstaat Paulo de vele beproevingen, en slaagt er uiteindelijk in het felbegeerde Meesterschap in de Orde van RAM te behalen.

In 'De alchemist' worden opnieuw alle allegorische registers opengetrokken. De stijl is soms niet onaardig, maar meestal ronduit onbenullig. Santiago, een jonge boerenzoon uit Andalusië, wordt tegen de zin van zijn ouders in geen priester, maar herder. Hierdoor belichaamt hij Coelho's adagium dat je steeds de lokroep van het hart moet volgen. Tot twee keer toe droomt hij van een verborgen schat in Egypte. Een zigeunerin en de koning van Salem halen hem ertoe over de schat op te sporen. Een kristalhandelaar, een Engelse geleerde en een betoverend oasemeisje kruisen zijn pad. Tenslotte ontmoet hij de alchemist, die hem het geheim van de schat toevertrouwt. De boodschap luidt dat die synoniem is met “de zelfverwezenlijking van het individu”.

Ziehier in een notedop de zweverige werkelijkheid van Paulo Coelho, die sterk aanleunt bij die van Antoine de Saint-Exupéry ('Le petit prince') en van Herman Hesse. Het succes van deze sprookjes laat zich gemakkelijk verklaren. De wereld die erin wordt opgeroepen, is eenvoudig, rechtlijnig en herkenbaar. De in metaforen verpakte antwoorden die Coelho formuleert, vullen het vacuüm dat is ontstaan door het koele materialisme en de leegloop van de kerken. Ze spelen in op een reëel onbehagen, maar vallen bij nader inzien stuk voor stuk door de mand. Coelho mag zich jarenlang hebben toegelegd op de studie van de alchemie, het resultaat van zijn opzoekingen doet denken aan een willekeurige greep uit het bestaande filosofische en religieuze aanbod. Plato's ideeënleer krijgt het gezelschap van citaten uit het Evangelie, en Oosterse wijsheden vloeien moeiteloos over in begrippen uit de quantummechanica. Een bijeengeknutseld allegaartje dat thuishoort in de schemerzone waar de hele New Age-beweging zich ophoudt. New Agers hebben voornamelijk met elkaar gemeen dat zij in het komende millennium ingrijpende veranderingen voorzien, die tot een radicaal nieuw wereldbeeld zullen leiden.

Ondanks enkele raakvlakken tussen christendom en New Age, zijn er ook opvallende verschilpunten. Zo wil de New Ager graag bevestiging van het bovenaardse tijdens zijn leven, en maakt hij daartoe van God een containerbegrip: 'God', beweert een van Coelho's personages, 'is in alles om ons heen'. De figuur van de alchemist vertoont duidelijke trekken van Coelho's geloof in de 'kosmische energievelden' uit het holisme.

In zijn ijver om het scheefgegroeide evenwicht tussen rede en gevoel te herstellen, helt Coelho eenzijdig over naar de irrationele pool. Soms leidt dit tot obscurantisme. Het is bijvoorbeeld geen toeval dat de auteur de draak steekt met de Engelsman die de alchemieformule met behulp van tractaten probeert te ontcijferen. Voor Coelho is geestdrift een krachtiger wapen dan kennis. Geen wonder dus dat de uitroeptekens in zijn proza aanzienlijk talrijker zijn dan de vraagtekens.

Coelho's pasklare antwoorden die de werkelijkheid veeleer versluieren dan openbaren, verwijzen zijn boeken naar het rijk van de pseudoliteratuur. Ze maken deel uit van die 'gigantische troostmachine' die Umberto Eco in 'De structuur van de slechte smaak' met veel verve analyseerde. Op zich is hier niets verkeerds mee. Het huis van de literatuur heeft vele kamers en er moet voor elk wat wils zijn. Afgezien van de wollige taal, bieden Coelho's verhalen zelfs stof tot nadenken.

Maar de flaptekst doet bij de lezer toch een alarmbel rinkelen. Coelho's boeken, zo staat er, “worden begroet als een volstrekt origineel antwoord op het einde van alle ideologieën.” Hier wordt wel een loopje genomen met de waarheid. Coelho's opvattingen staan veel dichter bij de vertrouwde ideologieën dan wordt gesuggereerd. Zijn onafgeronde denkwijze is overduidelijk op een individualistisch-liberale leest geschoeid, en de auteur bezondigt zich doorlopend aan een beaat maakbaarheidsoptimisme waar, in aanleg althans, politieke implicaties aan vastgeknoopt kunnen worden.

Want, waarover maken we ons eigenlijk nog druk? Er wacht ons een tijdperk van ongekende voorspoed. Wie maar hard genoeg wil, realiseert zijn stoutste dromen. Immers, als je iets verlangt, “spant het hele universum samen om ervoor te zorgen dat het wordt verwezenlijkt.” Positief denken, heet zoiets bij Coelho. Onverantwoordelijke naïviteit, in gewone-mensentaal.

Nog ergerlijker dan de belofte omtrent de ideologieën is de door de literaire kritiek aangemerkte verwantschap tussen Coelho en Garcia Márquez. Coelho zou 'de evenknie van Márquez' zijn, of zelfs 'zijn opvolger'. Behalve een gebrek aan deskundigheid verraadt deze reactie een nog steeds meewarige houding tegenover Derde-Wereldculturen. De door Coelho geschetste sfeer is niet alleen niet 'typisch Latijnsamerikaans', zij is in het geheel niet Latijnsamerikaans. Het exotische geurtje dat vele recensenten menen op te snuiven, is het gevolg van opgewarmde hippie-import uit Californië en Europa. Dat zoiets in Brazilië aanslaat, betekent geenszins dat het om een uiting van de Latijnsamerikaanse eigenheid zou gaan. Mensen hebben nu eenmaal een zwak voor geruststellend geschrijf.

In wezen heeft zo'n staaltje van gekoloniseerde verbeelding hooguit zin voor de snobistische Latijnsamerikaanse bovenlaag, die maar wat graag de grillen uit het Westen nabootst. Feit is dat enkel goeddoorvoede burgers zich de luxe kunnen permitteren gebukt te gaan onder de overvloed van hun samenleving. Aan gekoketteer met zweethutten, geëxperimenteer met voetzoolmassage of gedagdroom over watermannen, heeft de doorsnee Latijnsamerikaan tot nader order geen boodschap. Dat een Braziliaanse schrijver medeplichtig wil zijn aan zoveel zalvende zelfgenoegzaamheid, is betreurenswaardig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden