Boekrecensie

In zijn dagboekaantekeningen bezingt Walt Whitman het land, rivieren, vogels en mooie jongens

De dichter Walt Whitman (1819-1892) is ongetwijfeld een van de meest flamboyante en uitgesproken figuren uit de Amerikaanse literatuur. Wie kent niet zijn portret met lange, witte baard en grote hoed, vanwaaronder hij ons vurig-profetisch aankijkt.

De geschiedenis vertelt ons dat hij door heel Amerika rondtrok met zijn ‘Leaves of Grass’, dat grote, patriottische dichtwerk over de nog jonge republiek, voor steeds weer nieuwe scharen bewonderaars en, vooral, bewonderaarsters. Hij bezong, naar hij ons wil doen geloven met krachtige stem (in feite had hij een nogal hoge stem), de democratie, de broederschap der volken, verzette zich tegen het materialisme en het puritanisme van zijn tijd, maar wat misschien nog belangrijker was, hij schiep een nieuw soort poëzie, heel anders dan de toenmalige dichtkunst in Europa: breed stromende, naar het proza neigende verzen in een eigen, Amerikaans idioom. Op het laatst was hij zo beroemd dat hij overal herkend en onthaald werd. Zijn succes valt deels te verklaren omdat hij de ‘heldendaden’ van de toen nog echt Nieuwe Wereld uitgalmde, maar ook omdat hij een nieuw soort democratisch zelfbewustzijn etaleerde, zoals in zijn misschien wel beroemdste regels: “I celebrate myself, and sing myself. And what I assume you shall assume. For every atom belonging to me as good belongs to you.”

Van zijn werk buiten het befaamde ‘Leaves of Grass’, waar hij zijn hele leven aan bleef schaven, is overigens weinig overgebleven. Hij schreef ook nog romans, traktaten, essays, journalistiek werk, maar alles in de schaduw van dat epische monument van de Amerikaanse literatuur. Dat achter zijn, voor die tijd vrijgevochten werk, een geheim schuilging, vermoedde toen niemand. Whitman was homoseksueel, iets wat hij verborg achter een maskerade van heteroseksuele passages: hij veranderde ‘hij’ in ‘zij’, ruilde het dubbelzinnige ‘my love’ in voor ‘my girl’, en boog op die manier wel degelijk voor het victoriaanse klimaat om hem heen. Een biografie van Gary Schmidgall over de grote dichter heet ‘A Gay Life’.

Florence Nightingale 

Ook in ‘Specimen Days’ uit 1882, onlangs vertaald, komt hij niet uit de kast. Het is een soort autobiografie, gebaseerd op dagboekaantekeningen die hij maakte toen hij als vrijwilliger slachtoffers van de Amerikaanse burgeroorlog bezocht en ze een hart onder de riem stak, en op notities van jaren later, toen hij als gevierd dichter door heel Amerika trok. Een onevenwichtig boek, waarin je eigenlijk weinig over de dichter zelf te weten komt maar des te meer over Amerika. Het eerste deel wordt vrijwel geheel gespendeerd aan portretten van gewonde en stervende soldaten die Whitman als een soort mannelijke Florence Nightingale bezocht, hij deelde voedsel uit, zelfs een keer roomijs, de meesten stierven onder gruwelijke pijnen. Met de kennis van nu valt wel op dat hij vooral getroffen werd door hun jeugdige schoonheid: “Hij ligt met zijn bovenlijf geheel bloot, omwille van de afkoeling, een fraai gebouwde kerel, de gebruinde wangen en hals nog niet verbleekt”.

Oud ben ik en jong ben ik Beeld TR BEELD

De tweede helft van het boek gaat vrijwel helemaal op aan beschrijvingen van zijn tochten door Amerika. Aanvankelijk heeft het alles weg van een natuurdagboek; als een Amerikaanse Jac. P. Thijsse bezingt hij de Amerikaanse landschappen, rivieren, vogels, planten; extatisch dat wel (Whitman is vrijwel voortdurend extatisch) maar je denkt ook: zulke verhalen kun je overal wel schrijven. Pas als hij de Amerikaanse maatschappij op het menu zet, de treinen, de veerboten, de massa’s mensen, het uitdijende New York, de voortdenderende economie, kortom ‘het gouden Amerika’, proef je de overweldigende energie en majesteit, zoals hij het noemt, van het land. In soms opmerkelijke uitspraken: “Onze leiders zijn geen mannen van hoge stand, en zijn dat nooit geweest, maar het gemiddelde van het volk is reusachtig, enig in de geschiedenis. Soms meen ik dat in alle geledingen, literatuur en kunst inbegrepen, dát hetgeen is waarin onze superioriteit zich tonen zal. Wij zullen geen grote individuen of grote leiders voortbrengen, maar een gemiddelde massa van ongekende grootheid.” Daar staat tegenover dat hij mooie portretten van helden van zijn tijd schildert, zoals van president Lincoln, de schrijvers Emerson en Hawthorne, en natuurlijk, altijd maar weer, die voorkeur voor schone jongelingen.

‘Specimen Days’, vertaald als ‘Oud ben ik en jong ben ik’, is een beetje een bijeengeraapt zootje dagboekaantekeningen maar wie het naast ‘Leaves of Grass’ leest, peurt er wel een karrevracht aan kleurrijke achtergrondinformatie uit.

Oordeel: een zootje notities, maar vol nuttige achtergrondinfo.

Walt Whitman, vert. R. Kurpershoek
Oud ben ik en jong ben ik
 Van Oorschot; 304 blz. € 25,-

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden