Theaterrecensie Freud

In theorie zou ‘Freud’ een dijk van een stuk kunnen zijn

TONEEL
Freud
ITA/Toneelhuis
★★★☆☆

De achtergrond van de totstandkoming van ‘Freud’ is op zich al een toneelstuk: na de dood van Jean-Paul Sartre komen versies van zijn filmscenario over het leven en werk van Sigmund Freud boven water. Die had de Franse filosoof rond 1960 geschreven in opdracht van filmmaker John Huston, die een detectiveachtige opzet voor ogen had, maar van Sartre een verhandeling gepresenteerd kreeg die makkelijk in zeven uur film kon resulteren. Er kwam ruzie, het scenario kwam op de plank terecht. Tot het in 1984 werd herontdekt en uitgegeven en – zo’n zestig jaar later – wordt opgevoerd door Internationaal Theater Amsterdam in samenwerking met Toneelhuis. 

De wereldpremière van ‘Le Scénario Freud’, in regie van Ivo van Hove, heeft alles om een dijk van een stuk te zijn. Uitstekende acteurs, een geweldige tijdloze scenografie (Jan Versweyveld) waarin Freuds Wenen van het fin de siècle bijna achteloos doorsijpelt én een bewerking van Sartres tekst (Koen Tachelet) die sprankelend en toegankelijk is. 

Toch laat Van Hoves ‘Freud’ een wat onbevredigende indruk achter. Dat zit ‘m in de gejaagdheid van de handeling, vooral in het eerste deel, als we zien (en vooral horen) hoe de jonge Weense arts Freud (gelaagde Stef Aerts) met vallen en opstaan tot zijn baanbrekende theorieën komt. Het discours dat hij voert met zijn collega’s leidt tot enig inzicht in het ontstaan van de psychoanalyse, maar voelt ook anekdotisch, ondanks de fraaie rol van Hans Kesting als leermeester Meynert die Freuds genie wil beteugelen. Het personage van zijn vrouw Martha (Ilke Paddenburg) dient ertoe om Freuds twijfel over zijn gekozen pad kracht bij te zetten en om te laten zien hoe zijn gedrevenheid een familieleven in de weg staat. Maar Martha zelf heeft weinig vlees op de botten, wat Freuds drama aanvankelijk niet zo invoelbaar maakt.

Beeld Jan Versweyveld

Het spannendst zijn de scènes waarin Freud met hypnose experimenteert op patiënten. Als in een thriller worden hun ‘neurose’ en ‘hysterie’ gefileerd tot de traumatische bron: de relatie van het kind tot zijn ouders.

Deze dramaturgische lijn zet zich geraffineerd voort: van de ‘surrogaatvaders’ in Freuds leven, zijn leermeesters tegen wie hij opkeek en zich afzette, worden we naar zijn eigen vader en het trauma uit zijn joodse jeugd in een antisemitische omgeving geleid – de motor achter zijn handelen.

Freuds verbetenheid maakt plaats voor contemplatie, geforceerd door zijn patiënte Cäcilie (voortreffelijke Hélèna Devos), die zich niet in het keurslijf van Freuds theorieën laat dwingen. De klinische ziekenhuiszaal-annex-huiskamer, die symbool staat voor de verwevenheid van Freuds werk en privéleven, wordt ontmanteld. Daarvoor in de plaats een tabula rasa, waarop Freuds loutering met projecties tot leven komt. En waar hij de toekomst in de ogen kan kijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden