Poëzie

In Ter Balkts poëzie is plaats voor alles: van bier en nonnen tot McDonald's en liefde

Beeld Maartje Geels

‘Plastic again?’ vraagt de jonge meeuw op het plaatje. Zijn kop piept uit boven een oude autoband. Moedermeeuw is net aan komen vliegen en antwoordt, een plastic fles in haar snavel: They were out of fish again. 

Ik zie de cartoon ergens op Facebook. Maar bij welke dichter las ik vergelijkbare woorden al eens eerder? Inderdaad bij H.H. ter Balkt, in zijn krachtige, omineuze gedicht ‘De albatros aan Charles Baudelaire’: “De spons heeft het eeuwige leven net zoals / het heelal en de plastic shampooflacon / Machtig stoof onze vlerk over de watervloeren, / en over de westelijke en oostelijke vuilnisbelt / Onze jongen met plastic gevoederd / en ze sterven vóór ze vliegen”.

Ter Balkt overleed vier jaar geleden, maar zijn bijzondere oeuvre verdient het om springlevend te blijven. Mooi dus dat dichter Alfred Schaffer een kleine bloemlezing maakte, een persoonlijke keuze uit het werk van Ter Balkt, die in 1969 met ‘Boerengedichten’ debuteerde.

Rijk, bezield, betrokken, boos, geestig, knorrig - het zijn stuk voor stuk adjectieven die je op zijn poëzie zou kunnen plakken. En weids, want als er een dichter is die laat zien dat het nu nooit losstaat van het toen, dat het hier langs talloze wegen verbonden is met het daar, dan Ter Balkt.

Dichter wiens stem je uit duizenden herkent, alleen al om de manier waarop hij het oude boerenleven bezingt. Ooit elders een aardappelsorteermachine zo tot leven zien komen? “Drie vlakken had hij, van hout / en draad, die schuins dansten, een beetje obscuur.” Hij is kritisch op de mens, op de vermeende vooruitgang die op gespannen voet staat met de natuur. Schrijft over hamburgerketen McDonald’s: “Dit eethuis wortelt in alle / lengte- en breedtegraden / Zijn lijklucht verdooft de wereld”.

Zeker in de selectie die Schaffer maakte, lezen veel van Ter Balkts gedichten als een lesje in geschiedenis. Een wrede les, die laat zien dat de mens bar weinig leert van zijn fouten. Hij herinnert aan de kernproeven op het eilandje Bikini: “Dat waren mooie dagen, voor de ananas voortreffelijk (…) De huizen op Bikini werden in de as gelegd / en de eilandbewoners vertrokken in houten bootjes”.

In Ter Balkts poëzie is voor alles plaats, voor Botticelli, voor Westerik en voor voetbal, voor liefde en familie, voor bier en nonnen. Hoge of lage cultuur, het onderscheid bestaat niet en zo kan Shelley opduiken in een gedicht over de bouw van een chipsfabriek. Ter Balkt zou zijn bedenkingen hebben gehad tegen bloemlezingen. Toch is het goed dat Schaffer eigenwijs is geweest, al was het maar omdat de vuistdikke ‘Verzamelde gedichten’ niet meer leverbaar zijn. Maar het is vooral om wat de dichter zelf ooit zei: “Ik geloof werkelijk dat poëzie iets teweeg kan brengen, dat het mensen op de been kan brengen in tijden van nood.”

Ter Balkt is een dichter om nu te lezen.

De aardappelsorteermachine, van H.H. ter Balkt

Ik woonde toen in een land
waar de aardappelsorteermachine kwam.

Van hout gezouten met veel regens gemaakt
werkte hij als een monotoon brein

Hij sorteerde naar drie groottes
als een eenzelvige boerencomputer.

’t Regende altijd als hij kwam
of hij voortbewogen werd door die regen.

Iets verduisterds dreef hem,
iets verflauwds; als het matriarchaat.

In de kasten stond oud Jozo-zout
en in ’t bos leunden bijlen.

Ook het varken kwam naar hem kijken:
met een groen oog over zijn hek.

Hij was heel slim die houten machine,
achter zijn lijfwacht van jutezakken!

De kleinste aardappels vielen
meteen door zijn bovenste mazen.

Drie vlakken had hij, van hout
en draad, die schuins dansten, een beetje obscuur.

De allerkleinste aardappels stortten
als dikke regendruppels omlaag;

de grotere verzeilden op ’t middelste
valluik en de dikste rolden trots bovenop.

Je zag het aan en kon het niet bevatten;

hij was ook altijd blauw geschilderd,

en kwam misschien wel uit China; van ver
uit de platte wagons van de horizonnen,
uit de fretachtige verte en het duister.

Het regende altijd als hij kwam.
Het was een koninklijke machine.

Want ook de regen viel dan plechtiger,
of hij viel aan een koninklijk hof.

Ik betreur hem niet, de aardappelregenmachine.
Ik denk soms aan hem.

Hij was de gedeuktste onder de werktuigen.
Parcival: bespot door het elegant etgras.

Maar de wolken hadden een zwak voor hem
en de regen haalde hem in als een hoeder.

H.H. ter Balkt
Stilstaand leeft alles hier. Een keuze uit de gedichten door Alfred Schaffer
De Bezige Bij; 128 blz. € 25

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden