Review

In Parijs verloor Restif definitief zijn onschuld

Restif de la Bretonne: Monsieur Nicolas (deel 1). Vert. Zsuzso Pennings. Voorwoord en noten Ivo Gay. Aristos, Baarn; 360 blz. - ¿ 59, gebonden ¿ 79. Paris by night. De Bastille gloeit nog wat na. In de verte klinkt het geschreeuw van woeste revolutionairen. Dichterbij, op de mistige kades langs de Seine, wordt langzaam een schimmige figuur zichtbaar. Klein van stuk, een lange cape om de krommende schouders, een grote haakneus op een pokdalig gezicht met felle ogen. Niets ontgaat hem. Armoe, ellende, haat en liefde, de dames en de hoertjes, de koning en de Revolutie, het leven: onvermoeibaar zuigt hij alles in zich op.

Het is Nicolas Edmé Restif de la Bretonne, de Rousseau van de goot, de Voltaire van de kamermeisjes, de Uil van Parijs, 'de waarnemer van onze tijd' (Stendhal), een man 'van een ongeëvenaarde woeste sensualiteit', als we Schiller mogen geloven.

Dit alles, maar bovenal een ongelooflijk productief schrijver. Hij spuugde een slordige 60 000 bladzijden uit, tijdens een veelbewogen leven dat liep van 1734 tot 1806. Bejubelde romans als 'Le paysan perverti', tientallen toneelstukken, taalkundige analyses, subtiele autobiografieën, journalistieke en wereldverbeterende werken, mystieke filosofieën, biologische verhandelingen, Restif was een touche-à-tout van de eerste categorie.

En een originele. De man had al communistische opvattingen toen Marx nog het licht moest zien. Hij werd bewonderd door grote romantici als Goethe, beschreef bacteriën een eeuw voor Pasteur, kraste een soort proto-graffiti in de Parijse bruggen (beschreven in 'Mes inscripcions'), en ontwikkelde een mystieke levensvisie waar James Redfield een puntje aan kan zuigen.

Het lijkt vreemd dat een zo fascinerende figuur vandaag de dag zo weinig bekendheid geniet. Wie schrijft die blijft, toch? Helaas was de oplage van zijn boeken vaak klein, willen ze op haastige lezers nog wel eens als langdradig overkomen, schreef hij het liefst over zijn eigen marginale omgeving zonder zich om de literaire voorkeuren van zijn publiek te bekommeren, en voorkwam z'n veelzijdige geest dat hij in één genre excelleerde.

Tot overmaat van ramp was hij ook nog eens zeldzaam actief als libertijn, wat hem wel een sliert buitenechtelijke kinderen opleverde, maar geen voorbeeldige reputatie. “Libertinage, dat is wanneer je het huwelijk ontvlucht en niet zonder vrouwen kan”, aldus de schrijver die in 1794 grif instemde met het verzoek tot echtscheiding dat zijn vrouw had ingediend (“het enige plezier dat ze me de afgelopen dertig jaar heeft bezorgd”).

Toch is z'n oeuvre heel kuis, enkele uitzonderingen daargelaten. Uitgerekend Sade, de grootste vuilspuiter aller tijden, moest Restif beschuldigen van “een vulgaire kruiperige stijl, weerzinwekkende gebeurtenissen, altijd ontleend aan minderwaardige sujetten. Zijn enige verdienste is dat zijn boeken verschrikkelijk dik zijn . . . waarvoor alleen de kooplui in kruiderijen hem dankbaar zullen zijn.”

Maar Restif de la Bretonne sterft nooit, zoals een van tijdgenoten zei. Sinds de jaren vijftig is er heel wat werk van en over hem gepubliceerd, hoofdzakelijk in Frankrijk en de Angelsaksische landen. Jean-Louis Barrault, erg geïnteresseerd in Restifs toneelwerk, vereeuwigde hem op het witte doek in Ettore Scola's 'La nuit de Varennes' (1982). Barrault en Marcello Mastroianni (Casanova) schitteren hierin als een bejaard versierdersduo dat wordt meegesleurd door de nasleep van de Revolutie. De oude Voltaire van de kamermeisjes houdt kranig het hoofd boven water, terwijl de aristocraat Casanova uiteindelijk zielig moet afdruipen.

Het werk van de Uil van Parijs begint zelfs tot in Nederland door te dringen. De Prom publiceerde onlangs Restifs onverhuld pornografische 'Anti-Justine of de wellust der liefde'. De vertaling is van Martin Ros, die al in de jaren zeventig 'onder de toonbank' een uitgave van het boek had verzorgd. De nieuwe editie is in vlammend hedendaags Nederlands verschenen als het derde deel van Ros' eigen serie bij De Prom.

Met deze 'Anti-Justine' (1798) wilde Restif wraak nemen op de door hem zo verafschuwde Sade en diens 'Justine ou les malheurs de la vertu': “Deze schurk”, schrijft de auteur in zijn voorwoord, “weet met zijn woorden geen andere mannelijke genietingen der liefde tot leven te wekken dan die welke vergezeld gaan van folteringen en martelingen, die de vrouwen uiteindelijk de dood in drijven. Mijn bedoeling is een boek te schrijven dat (. . .) echtgenotes aan hun mannen te lezen kunnen geven opdat zij beter door hen bediend worden.”

Dat de 'Anti-Justine' desondanks nog wel het een en ander aan barbarie naar de lezer slingert, is om als 'tegengif' te kunnen dienen voor 'Justine'. Maar zoals Martin Ros in zijn nawoord ook zegt, deze persiflage van Sade's boek is een stuk vlotter van stijl, en ook veel vrouwvriendelijker. Ook is ze gespeend van het soort filosofische verhandelingen waar Sade zo verzot op was, want “niets zou bij dit werk misplaatster zijn”, meent de auteur.

Waardoor het wel onherroepelijk op het schapje 'prikkelende lectuur' terechtkomt. Het lijkt erop dat dit genre de toen 64-jarige Fransman maar matig kon boeien, want de avonturen van Argeloosje, Zijdekutje, Malvenroosje en Cie stoppen abrupt, halverwege een zin.

Net als veel andere boeken van Restif is de 'Anti-Justine' behoorlijk autobiografisch. De hoofdpersoon, een alter ego van de schrijver, houdt er een bijzonder vrijmoedige verhouding met zijn dochter op na. Ook in het dagelijks leven koesterde hij een liefde voor een van zijn dochters die niet zuiver filiaal was. Dat schijnt voor die tijd overigens niet erg abnormaal te zijn geweest.

Dezelfde dochter was getrouwd met ene Auge, die in het oeuvre van Restif voortdurend als 'het monster' de kop opsteekt. Auge terroriseerde zijn vrouw en schoonvader naar hartelust. Dezelfde Auge keert in de 'Anti-Justine' in twee gedaanten terug, waaronder die van het personage Guae (inderdaad een anagram). Guae-Auge krijgt herhaaldelijk en met veel leedvermaak 'de horentjes opgezet'. Restifs wraak was zo waarschijnlijk nog aardig zoet, toen hij oud en berooid door het post-revolutionaire Parijs zwierf.

Martin Ros gelooft dat Restif tegenwoordig 'bezig is de markt te veroveren'. Dat riekt naar overdrijving, maar het zou best kunnen dat zijn werk in deze eclectische tijden bij een groter publiek aanslaat. Zoals gezegd was hij op de gekste terreinen actief en vaak z'n tijd mijlen ver vooruit.

De belangrijkste reden voor een grotere populariteit zou echter zijn dat hij via zijn boeken een schitterend, persoonlijk beeld van zichzelf en zijn tijd schetst. Een goed voorbeeld daarvan is het kloeke 'Monsieur Nicolas', Restifs 'geautoriseerde' autobiografie, waaraan hij in 1783 begon.

In 1985 verscheen hiervan een ingekorte Nederlandse vertaling bij Omega Boek. De selectie, de titel - 'De liefdesavonturen van Monsieur Nicolas' - en de smakeloze illustraties deden origineel en auteur bepaald geen eer aan. Uitgeverij Aristos, onlangs opgezet door de Restif-kenner Ivo Gay, besloot het serieuzer aan te pakken. Met als gevolg dat nu het eerste deel van een integrale vertaling van 'Monsieur Nicolas' het licht ziet.

Het is gelukkig, net als de Franse Pléiade-editie, voorzien van een verhelderend notenapparaat. De verwijzingen naar toenmalige schrijvers, theologen en andere historische figuren en feiten zijn namelijk niet van de lucht. Tot in 2000 volgen nog vier delen.

De autobiograaf leidt zichzelf in: “Hiermee doe ik een poging het hele leven te beschrijven van iemand als u, zonder iets van zijn denken en doen te verbloemen. Deze man, wiens moraal ik ga ontleden, kan niemand anders zijn dan ikzelf. Hoewel ik Montaigne nog niet heb gelezen, weet ik dat hij heeft gezegd: 'Alles welbeschouwd spreekt men nooit over zichzelf zonder zichzelf kort te doen: als je jezelf veroordeelt, denken anderen er meer van dan je hebt gezegd, als je jezelf prijst, wordt geen van die lofprijzingen geloofd.' Toch ga ik door met dit project: ik beschrijf niet mijn leven, ik beschrijf de geschiedenis van een mens. (. . .) Dit zijn niet uitsluitend mijn 'Belijdenissen', maar het zijn de Drijfveren van de menselijke inborst die ik ontsluier.”

Hoewel het valt te betwijfelen of 'Monsieur Nicolas' dit ambitieuze doel wel helemaal bereikt, biedt het een prachtig gedetailleerd tijdsbeeld, vol kostelijke psychologie.

De bewoners van zijn geboortedorp noemen Restif al snel 'mijnheer Nicolas' vanwege de iets hogere status van zijn familie. Z'n ouders worden met liefde en ironie neergezet: “Mijn aangeboren argeloosheid is het bewijs van de reinheid van hart van mijn ouders”. Zijn seksuele roerselen worden breed uitgemeten maar doen in de verste verte niet denken aan het vleselijke vuurwerk van de 'Anti-Justine'. Het toenmalige platteland in de dorpjes Sacy en La Bretonne nabij Auxerre, waar Restif opgroeide, komt weer helemaal tot leven. Zijn mijmeringen als herdertje in de omringende heuvels doen niet onder voor die van een Rousseau of Chateaubriand.

Het vertrek van het platteland naar Parijs betekent voor Restif het definitieve verlies van zijn kinderlijke onschuld. De schijn wordt nog wel even opgehouden tijdens een verblijf als koorknaap in het zieken- en armenhuis Bicêtre, waar zijn halfbroer Thomas priester is en zijn jansenistische opvoeding wordt voortgezet. Maar zodra Restif Bicêtre verlaat en zich midden in de grote stad vestigt, is de kleine Monsieur Nicolas gedoemd een paysan perverti te worden.

“Ik ga nu beginnen met de Derde episode, die de eerste is van de echte ontwikkeling van mijn hartstochten. Die belangrijke episode is van beslissende invloed geweest op de rest van mijn leven! Hier verdient mijn verhaal uw onverdeelde aandacht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden