Review

In oorlogsrecht gebeurt erg veel meer dan in Niod-jaarboek

Onder de titel 'Onrecht' wijdt het NIOD zijn twaalfde jaarboek aan oorlog en rechtvaardigheid in de twintigste eeuw. De opstellen behandelen heel verschillende terreinen. Sommige auteurs schrijven vanuit een verheven filosofisch perspectief, andere concreet en gedetailleerd. De bindende factor tussen de bijdragen is de rol van het recht, en de rol van van juristen tijdens en na afloop van een oorlog.

HELLA ROTTENBERG

Er is genoeg reden om aandacht te besteden aan de verhouding tussen oorlog, politiek en recht. Door de instelling van VN-oorlogstribunalen voor het voormalige Joegoslavië en voor Rwanda, en door het werk aan een internationaal strafhof maakt het volkenrecht de laatste jaren een grote ontwikkeling door. Dat stimuleert het denken over de mogelijkheden en de grenzen van het recht.

Maar tegen deze achtergrond stellen de meeste bijdragen in de bundel enigszins teleur. Ze zijn niet actueel en brengen evenmin nieuwe aspecten van oude kwesties naar voren. De filosoof Thomas Mertens schrijft in te abstracte termen over het vraagstuk van rechtvaardigheid en vrede om de belangstelling van de lezer vast te houden. Juriste Heikelien Verrijn Stuart, die als verslaggeefster bij het Joegoslavië-tribunaal onlangs de Jac.van Veen prijs ontving, had in deze bundel bij uitstek de gelegenheid de werkzaamheden van het tribunaal in een rechtsfilosofisch, historisch of politiek kader te plaatsen. Maar haar artikel in de Niod Jaarboek, waarin ze niet nalaat om collega-journalisten de les te lezen en - niet voor het eerst - van gebrek aan juridische kennis van zaken te betichten, is een nogal warrig verhaal dat van alles en nog wat aanstipt maar nergens diep graaft.

Veel interessanter is de bijdrage van historicus Ido de Haan. Hij geeft een gedegen overzicht van de literatuur die de laatste jaren is verschenen met betrekking tot de rol van strafrecht en waarheidscommissies bij regiemwisselingen. In zijn betoog maakt hij de dilemma's zichtbaar die aan iedere oplossing kleven, of het nu gaat om de waarheidscommissie in Zuid-Afrika, de nationale berechting van politieke misdadigers in Argentinië, de internationale berechting voor VN-tribunalen, of de onderzoekscommissie in de vroegere DDR.

De Haan concludeert dat het recht helpt om het oude regiem van zijn legitimiteit te beroven en zijn slachtoffers te rehabiliteren. Maar het recht vermag niet alles, het kan niet definitief een streep onder het verleden zetten. ,,Regiemwisselingen zijn nooit volledig voltooid.''

Niet onvermeld mag blijven de curieuze bijdrage van ex-minister J. de Ruiter. Hij schijft over het gedrag van juristen in de oorlog, en wel over de rol van de Hoge Raad tijdens de Duitse bezetting. Hij vindt dat er ten onrechte een beeld bestaat dat de Hoge Raad fout of in elk geval veel te slap is geweest. Voor zijn standpunt voert hij een zuiver juridische logica aan. Aan het feit dat de leden van de Hoge Raad het ontslag van haar joodse voorzitter mr.Visser hebben laten passeren, gaat hij simpelweg voorbij. In zijn redenering doet dit niet ter zake. Geheel in de geest van deze tijd, waarin over de bezettingstijd liefst in termen van 'grijs' wordt gesproken, vindt De Ruiter 'een genuanceerde beschrijving', 'niet die van zwart-wit, goed-fout, recht-onrecht, vriend-vijand' op zijn plaats. Het stuk is naar zijn zeggen niet geschreven om de Hoge Raad in bescherming te nemen. Waarom dan wel? Voor de nuance, want dat klinkt veel intelligenter en subtieler dan goedpraten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden