Interview Magda Mendes

In Nederland doodgaan? Daar kan zangeres Magda Mendes zich niets bij voorstellen

Beeld Martijn Gijsbertsen

Biologe Magda Mendes uit Lissabon kwam naar Rotterdam om muziek te studeren en bleef. De zangeres won in 2018 de Gouden Notekraker. ‘Portugezen maken zich klein, Nederlanders nemen het leven in eigen hand.’

Het is een stevige klim naar boven, maar het resultaat loont. In de keuken van zangeres Magda Mendes (43) kijk je uit over Rotterdam. De bovenverdieping van haar woning in Delfshaven is zonovergoten. De Portugese Mendes woont pal achter de oude locatie van Codarts, de Rotterdamse kunstvakhogeschool. “Om hier te studeren, daar kwam ik voor. In Portugal was ik mariene bioloog. Ik ben opgegroeid in Lissabon. Toen ik daar woonde, vond ik: ik moet een goede studie doen en een serieuze baan nastreven. Muzikant worden betekende geen werk hebben. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon, in de weekeinden maakte ik muziek. Latin jazz studeren in Rotterdam, als dat eens zou kunnen. Ik ga een jaar ervaring opdoen, dacht ik, en dan terug. Gewoon even een avontuur beleven. Maar na een paar maanden wilde ik niet meer weg. De hele dag muziek maken, de medestudenten, de sfeer, alles trok me hier. Ik zou Nederland vreselijk missen als ik er niet zou leven.”

Magda Mendes zingt, geeft les, maakt theatrale programma’s, verleidt haar publiek in het Portugees. Vorig jaar won ze de Gouden Notekraker voor haar kunst. Ook de fado behoort tot haar repertoire. “De fado is echt Lissabon, als je dat lied hoort ben je meteen midden in de stad, in het donker van de nachtclubs. Ik vind de geschiedenis ervan heel boeiend. De fado ontstond in achterafsteegjes waar zeelieden en prostituees woonden – nu zijn die plekken hot en wil iedere toerist erheen.” In dat nachtleven werd het levenslied geboren. De fado is op straat ontstaan, pas veel later klonk de muziek binnenshuis, en nog weer later is ze erkend als kunstvorm. “Goed fado zingen is ongelofelijk moeilijk. Soms hoor je totaal ongeschoolde fadistas, met een schorre, doorrookte stem, oude vrouwen die altijd ’s nachts hebben geleefd, en die doen dingen met dat lied: hoe is het mogelijk, denk ik dan. Dit is zo moeilijk, en ze hebben geen idee, het zit in hun bloed.”

Mendes articuleert duidelijk, haar Nederlands is krachtig. Ze luistert scherp naar een vraag en lacht meisjesachtig verlegen als ze er niet zeker van is of ze het antwoord weet. “Het gekke is dat veel Portugezen de fado niets vinden, aanstellerij. We kennen rap, ska, pop, klassieke muziek, experimentele jazz, eigenlijk gewoon zoals hier, in de steden. Op het platteland hebben we folkloremuziek, dansbaar, ritmisch. Maar de  fado is de belangrijkste muzikale vorm – de stijl is van ons, ondanks dat het een mengvorm is.

Soms krijgt Mendes Portugezen op les om de fado te leren. Geen musici, maar nieuwsgierigen. “Ze hebben nog nooit gezongen, maar snappen bij de eerste noot de sfeer, het ritme, de ornamenten. De Portugees krijgt het lied mee. En altijd vinden ze het heerlijk als ze zelf gezongen hebben. Het lied geeft de vrijheid om je emoties te tonen tot over de top.”

De heimwee

“Als ik fado zing, doe ik dingen die ik in een andere stijl niet durf en lelijk vind. Ik zing harder, ik pas uitgebreid versieringen toe. De Portugees is erg sentimenteel. Het land ligt tussen de zee en Spanje in. Ik geloof dat wij ons vanzelf klein maken, we passen ons aan. Wíj spreken Spaans, de Spanjaard kent geen Portugees. De Portugese cultuur is mild. In de fado kunnen we losgaan, melancholie en heimwee tonen, de expressie vanuit ons binnenste laten komen.”

De mix aan invloeden waaruit de fado is voortgekomen, boeit haar. “Mijn muziek is muziek met een Portugese inslag, maar zeker niet alleen maar typerend voor het land. Er komen te veel klanksoorten in samen, alleen al omdat ik intensief samenwerk met Ward Veenstra, hij is een alleskunner, componeert, maakt beeld, arrangeert. Hij is kritisch, luistert naar mijn plannen en helpt me bij de uitwerking ervan. We noemen onze programma’s weleens Europees.”

Beeld Martijn Gijsbertsen

Dé Mendes-sound bestaat niet, telkens zoekt ze een andere muzikale weg en daagt ze zichzelf uit, maar haar albums hebben wel een gemene deler: ze bezingt de geschiedenis, pakt een thema dat haar terugbrengt naar haar geboorteland. Er klinkt heimwee, nostalgie, ze zingt beeldend. Alles in het Portugees, en daarmee trekt ze volle zalen. Ook in haar lopende performance, ‘Oliveiras’, duikt Mendes in de geschiedenis. Oliveiras was de achternaam van haar oma, de titel staat ook voor de olijfbomen die haar vader erfde.

Opbloeien in Nederland

“Mijn oma heb ik leren kennen als een oude, ontheemde vrouw. Ze was van het platteland naar Lissabon verhuisd, om bij haar kinderen te kunnen zijn. In de stad was ze niet meer dan een schaduw van zichzelf. Op het platteland kon ze zichzelf zijn, alles doen wat ze wilde, kaas maken, olijfolie maken. Als je wegtrekt van de plek waar je vandaan komt, word je iemand anders, hoe dan ook. Bij haar pakte dat niet zo positief uit. Voor mij geldt iets anders: ik bloeide volledig op in Nederland. Ik kwam hier om te doen waar ik van droomde: muziek maken in een liberaal land.”

Volgens haar zeggen de fietsen in Nederland alles over het land: casual, een open geest. Na zestien jaar Nederland is ze nog altijd blij als zij op haar fiets zit. “Ik voel me trots. Al die duizenden fietsen op het station, dat heeft iets poëtisch. Rijk en arm zit op de fiets. De pendant in Portugal is de eetcultuur, lekker eten. Het hoeft allemaal niet mooi of chic te zijn, overal kun je goed spul krijgen voor weinig geld.”

“Eten is enorm belangrijk voor mij. De smaken van daar voelen als balsem voor de ziel. Dat gaat heel diep. De smaak van mijn oma’s eten, de smaak van mijn jeugd. Hier, ook als het lekker is: het is nooit daar. Het land zit in me. De kleuren van de natuur, het licht. Het is daar geler, alsof je de natuur scherper ziet. Lissabon, mijn stad, ruikt naar rivier en een beetje naar de zee, ze heeft iets zouts.”

“Wil je taart?” Mendes haalt een enorme schaal uit de koelkast. Ze is niet zuinig en snijdt twee flinke punten uit de ronde lekkernij. “Ik hoop dat hij goed is, het is een probeersel. Het recept komt uit een Portugees veganistisch kookboek: geen melk, geen eieren, geen zoetigheid, ja, een beetje kokosrasp. Dus eigenlijk heel on-Portugees. De Portugese patisserie is heel gemeen, alles is zo lekker zoet, en overal te krijgen, in ieder cafeetje.”

Beeld Martijn Gijsbertsen

Leven in eigen hand

Kat Robin hoort zijn baasje praten en ruikt gezelligheid. Hij springt erbij, nog net niet op tafel, richting taart. In het Portugees wordt hij tot de orde geroepen. Hoewel hij vandaag jarig is, blijven de huisregels geldig: je kruipt niet zomaar bij gasten op schoot. “Nu ben ik kwijt wat ik wilde zeggen”, zegt Mendes, en ze tuurt uit het raam.

Voordat ze in Nederland kwam wonen was Mendes fatalistischer, vertelt ze. Dat element zit ook in de fado. “Het staat geschreven in de sterren, het is je lot, zoiets.” In het algemeen vindt zij de Portugees veel minder ondernemend. Daarom vindt ze het zo fijn in Nederland. “Ik hou van het gevoel mijn leven in eigen hand te hebben. Ik heb een gek idee en ik kan het waarmaken. Dáár zit je klem, je wilt stappen ondernemen, maar je zit direct vast.”

Het systeem is volgens Mendes in haar geboorteland niet zo gemaakt dat dingen makkelijk rollen. “De bevolking heeft niet het gevoel dat alles zomaar kan, en dan krijg je: ik kan er toch niets aan doen, je accepteert je lot. Dan is de fado heel handig, je kunt klagen. Een Portugees kan pijn als iets moois ervaren. De fado is een cliché: zeg je Portugal dan zeg je fado. En toch klopt het. De fado is een karikatuur van het land en zijn bewoners.”

Hoe langer de zangeres hier woont, hoe rustiger ze is geworden. Ze is in de loop van de tijd steeds meer op zoek gegaan naar wie ze is. “Ik kijk van een afstand naar mijn achtergrond. Ik begon hier fado te zingen, daar deed ik dat nauwelijks. Naar alles waar Portugal voor staat kreeg ik heimwee, maar het lukte mij om in mijn werk het land een plek te geven.” Nu schrijft ze liedjes over wat ze mist: “Mijn oma, de bomen, mijn ouders. Altijd over iets wat ik niet dichtbij heb. Ik woon in twee werelden, ik balanceer. Dat hoort ook bij mij: ik wil het niet te comfortabel hebben. Pijn is er altijd een beetje.”

“Ik ben niet daar, en heb dat gegeven een plaats weten te geven, daarom lijd ik er niet onder. Alles wat mij van kindsbeen af gevormd heeft, wordt op deze manier verdiept.”

Het helpt Mendes wanneer ze probeert altijd verliefd te zijn. “Als emigrant ga je fantaseren over je land. Alles wat je mist ga je verheerlijken. Hier zijn is geen routine, en daar zijn ook niet – maar zo blijven beide plekken aantrekkelijk.” Daarom gaat ze zo vaak terug als ze kan, om het beeld realistisch te houden. “Dat houdt me scherp: als ik daar ben, zie ik Nederland op afstand, en kan ik helder oordelen over wat ik hier doe.”

Beeld Martijn Gijsbertsen

Portugal om haar heen

Plantjes, een felblauw, sierlijk beschilderd dienblad, thee, koffie, laurierblad uit de tuin van haar ouders: Mendes heeft Portugal op subtiele wijze om zich heen. De blikvanger is een immens zilver glimmend olijfolievat in de keuken. Lange tijd importeerde ze olijfolie, gemaakt van de bomen van haar vader. “Een pvc-vat van 20 liter in mijn koffer in het vliegtuigruim, in plaats van kleding. Na afloop van mijn optreden verkoop ik olijfolie, een stukje geschiedenis in een flesje. En het is zó lekker.”

De Portugees is te katholiek om een bon vivant te zijn, vertelt ze. “Maar hij kan wel genieten. Als ze iets maken, bijvoorbeeld lekkere wijn, dan is dat om iets goed te willen proeven. Het besef dat je producten kunt exporteren en er geld uit kunt halen is nog niet zo oud. Het basisidee is: je wilt iets lekkers, en daarom maak je het zelf.”

Aan de muur boven de ronde tafel hangt een grote zwart-wit-foto van Mendes en haar familie. “Dat is in Bairrada, het dorp van mijn moeder, anderhalf uur van Lissabon. Mijn eerste album ging daarover. Er wonen nu nog maar vijftien mensen, het staat niet eens op de kaart. Mijn tante van 71 is er de jongste – het platteland kent enorme leegloop. Dit soort plekken zijn aan het verdwijnen, zo zonde.”

In Bairrada hebben haar ouders een huis. Ze herbouwen de ruïnes die haar moeder erfde. “Wie weet ga ik ooit terug. Als oude vrouw zou ik wel in zo’n dorp willen wonen. In Nederland doodgaan, ik kan me er niets bij voorstellen. Dat is veel te ver van huis, als een boom die echt ontworteld is. Die gedachte grijpt me naar de keel.”

Lees ook:

‘Fado is als het leven; verdrietig en mooi tegelijkertijd’

Zangeres Teresinha Landeiro zou met haar stem nog tranen uit een molensteen kunnen persen. Die snik, dat gevoel, die taal. Ze vat in één uithaal het leven in al haar dimensies eventjes samen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden