Review

In je korrelige kaalgeplukte poes

Een Zuid-Afrikaanse criticus vond ze obsceen, Krogs gedichten over opvliegers en opdrogende ’poezen’. Hypocriet, vindt Peter de Boer, want Krogs rauwe pathos van het lichaam is niets nieuws.

Uitgeverij Podium, die het werk van Zuid-Afrika’s eminentste dichteres Antjie Krog in haar fonds heeft, heeft er geen gras over laten groeien. In maart van dit jaar verscheen Krogs nieuwe bundel ’Verweerskrif’ en nu al is de Nederlandse vertaling er: ’Lijfkreet’, en wel in een tweetalige editie.

’Verweerskrif’ deed nogal wat stof opwaaien daar aan de Kaap. Met name Stephen Gray ging in Mail &

Guardian als zedenmeester tekeer en waarschuwde dat de dichteres de lezer in haar verzen ’ongekleed’ tegemoet treedt en onder meer haar (on)vermogen te masturberen ter sprake brengt. Zeer onkies voegt hij eraan toe dat ‘such obscenities’ voorgoed verdwenen leken sinds ’Sylvia Plath zichzelf vergaste’. (Over obsceniteiten gesproken!) Andere critici reageerden genuanceerder op Krogs ’kragwoorde’, maar er bleef iets hangen van: dit is al te overexpliciet seksueel.

Merkwaardig. Want de onbesmuikte taal van Krog is toch niet van vandaag of gisteren. Zo’n twaalf jaar geleden begon zij een gedicht al met ’je tieten twee massieve champignons’ en eindigde het met ,,ik [wou] dat iemand hier een pik had!’’

De ophef had vermoedelijk dan ook meer te maken met het hoofdthema van deze bundel: de reactie van de ouder wordende dichteres op de menopauze. Over dat onderwerp lees je niet veel in de poëzie en al helemaal niet in de termen die Antjie Krog zoal gebruikt. Opstandig en woedend komt zij tegen het onduldbare verval in het geweer. Tegen ’vaginale verschrompeling’, tegen het ’lubberen’ van haar lijf , ’de blauwe medailles op haar dijen’ en de roestende duimen die ’weigeren // hun greep op flessen, kranen, masturbatie’. Op scherpe toon vecht zij (niet voor het eerst in haar werk!) voor ’oorlewing’ (overleving). Want eigenlijk handelt deze ’vulgaire’ bundel over de oneindig meer vulgaire dood, waarvan de menopauze de sluipende voorganger is. In dit existentiële licht moet je Krogs krachttermen bezien.

De meeste gedichten over dit onderwerp staan in de openhartige eerste afdeling, die onder andere ’acht menopauzesonnetten’ bevat. Maar ook in de twee andere afdelingen duikt het op, zelfs in de bezwerende slotafdeling, die één lange gevoels- en zielsconfrontatie is met de Tafelberg, als icoon van Kaapstad zeker zo universeel als de Eiffeltoren voor Parijs. De middenafdeling handelt vooral over de moeizame relatie blank en zwart, maar zelfs hier ontbreekt de vrouw niet die ’niet meer meetelt’ vanwege ’de slijtage van haar eierstokken’.

De dichteres verweert zich dus met, onder andere, platvloersheid tegen de platvloersheid van de dood. Zie het kadergedicht hier beneden, dat zo direct, rauw en intens is dat het weinig verklaring behoeft. Van de opvliegers en paniek zoomt het gedicht in op de verloren jeugd (‘sappigheid’) van de vrouw die geen ander verweer ziet dan de ’rotgok’ van de zichtbaar naderende dood in haar ’korrelige kaalgeplukte poes’ te douwen. Vulgair? Mwah Het woord ’kut’/‘poes’ is in de moderne poëzie niet uniek. En hier is het functioneel. De dood is kut, en krijgt wat het is.

Krogs pathos (‘mijn hart / kermt in haar scharnieren’) is niet altijd aan mij besteed. Echter, wie zijn lichaam als zijn ziel beschouwt, en dat doet Krog, en een cartesiaanse variant opvoert als ’ik / heb een lichaam, dus ik ben’, kan in het licht van de aftakeling ook niet helemaal zonder pathetiek. Storender vind ik haar pretentie om een ’woordenschat van de ouderdom’ te ontwerpen. Uit ’Lijfkreet’ blijkt dat zij met de bestaande woorden en wat neologismen op dat punt al goed uit de voeten kan. Voorts is afdeling 2, zoals de meeste geëngageerde poëzie, vrij zwak, al bevat zij wel weer het lange, indrukwekkende en tragische klankspel ’rondo in vier delen’.

Hoogtepunt is het eerste deel, ook in de meer aanvaardende huwelijksgedichten en de aan een kleinkind gewijde verzen. En waar in de slotafdeling het vrouwenlichaam ook eindelijk weer eens positief geëvoceerd wordt – ’o / o het / o het welbehagen / o het absolute welbehagen / van mijn tieten’ – is er sprake van opluchting, ontroering, schoonheid zelfs. Wat nou obsceniteiten?!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden