Review

In Japan mist overheid greep op de stad

Morgen opent in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam de expositie 'Towards Totalscape' over recente architectuur en stedenbouw in Japan. Samenstelster Moriko Kira verdeelt de expositie in metropolen, urbaan gebied, ruraal gebied, platteland en artificiële omgevingen. Stedenbouw in Japan is een zaak van particuliere investeerders. De overheid heeft weinig greep op het totaalbeeld van een stad.

Ueno Park in hartje Tokio is een van de weinige groene longen in de Japanse metropool. Het moet lucht scheppen in een stad, waarin vrijwel iedere straat een intense samenballing van stedelijke activiteit is. Ook de natuur van Ueno Park -waar met losse hand musea doorheen zijn gestrooid om culturele grandeur te creëren- ontsnapt echter niet aan de druk van de grootstad. Tussen de bomen naast het Nationaal Museum schemeren stukken blauw plastic. Het blijkt een enorm daklozenkamp te zijn, dat over tientallen meters in de bosschages schuilgaat. Dit is de droefgeestige keerzijde van het totaallandschap dat Japan volgens architecte Moriko Kira steeds meer wordt. Kira nam 'totalscape' als motief voor een tentoonstelling over hedendaagse Japanse architectuur in het Nederlands Architectuurinstituut.

Het daklozenkamp in Ueno Park is de Japanse stedenbouw in een notendop. Er is geen structuur, maar het kamp is toch zo georganiseerd dat er geen totale chaos ontstaat. De hutten zelf ogen door het alom gebruikte blauwe plastic als uniforme doosjes en zijn daarmee als 'verstilde' objecten in essentie niet veel anders zijn dan de strakke esthetische architectuur van de Japanse avantgarde. De bewoners zijn onder meer keurig geklede heren die een paar jaar geleden slachtoffer waren van de economische crash. Sommigen hebben nog gewoon werk.

Buiten Ueno Park heerst de hectiek die Tokio tot een onvoorstelbare stad maakt. De metropool is dichtgeslibd met wegen,woningbouw, kantoren, winkelcomplexen en vermaakpaleizen, die schijnbaar zonder enige leidende hand naast en over elkaar zijn gelegd. De functies zijn grofweg gezoneerd per wijk. Samen vormen de wijken een zee van laagbouw, doorkruist met infrastructurele lijnen voor het vervoer en geperforeerd met losse projecten die als confetti over de stad lijken uitgestrooid. Het zijn informele, op grondniveau onzichtbare structuren, die van Tokio een extreme stad maken met een schaal die voor geen mens op straat te bevatten is.

In Nederland structureert de woningbouw onze steden. Wijken worden als samenhangend geheel van woningen, infrastructuur en openbare ruimte uitgedacht. Er wordt ook een identiteit aan gehangen. Pas sinds een aantal jaren komen in Nederland shopping malls of gethematiseerde bedrijfsterreinen op, zoals die bijvoorbeeld in de Verenigde Staten al veel langer fungeren als ankerpunten in de stad.

In de Japanse steden hebben de bijzondere gebouwen een cruciale rol als landmark: stadions, entertainmentpaleizen, winkelcentra, hotels, stations, kantoorgebouwen, zelfs de golfafslagplaatsen (een fascinerend fenomeen met grote constructies van netten in het hart van de stad, waar de zich verpozende Japanner vanuit een tweelaags afslagplaats zijn golfswing oefent). De woningbouw ligt hier als een soort zachte massa tussen, kneedbaar naar de opkomst en afbraak van de monumentale object-architectuur van de utilitaire gebouwen.

De Japanse architectuur en stedenbouw is erg objectmatig, terwijl in de Nederlandse stedenbouw juist straatwanden structurerend zijn. De homogeniteit en toegankelijkheid die hier in het stadsbeeld wordt nagestreefd, staat lijnrecht tegenover de heterogeniteit van een Japanse straat.

In Japan (en zeker de grote steden) ontbreekt simpelweg enige vorm van stedenbouwkundige planning. De inrichting van de stad is geen publieke, maar een private zaak. Bouwondernemingen spelen hierbij een even grote rol als projectontwikkelaars. In Nederland merken we een steeds grotere inbreng van projectontwikkelaars bij het inrichten van de stad. In een aantal gevallen zijn die gelieerd aan aannemers, zodat een bouwproces van vrijwel begin tot eind in handen van één partij is.

In Japan zijn de strategische allianties er ook, al is het vaak niet zo rechtstreeks als in Nederland. De 'traditie' bestaat er echter al veel langer. En nog meer dan in Nederland is ze consument-gericht.

Verkoopbaarheid is voor de Japanse bedrijven een cruciaal element. Doordat de overheid slechts vrij algemene maatstaven hanteert over hoogte van gebouwen en bestemming, is er veel bewegingsvrijheid voor de commerciele ontwikkelaars.

Moriko Kira, samenstelster van de expositie in het Nederlands Architectuurinstituut: ,,Een projectontwikkelaar als Mori Building heeft met 100 gebouwen in Tokio een grote invloed op hoe de stad zich ontwikkelt. Het bedrijf gaat voor Amerikaanse architecten als SOM en Jerde. Ze zien Amerika als hèt voorbeeld.''

Dat is bijvoorbeeld te zien in het project Roppongi Hills dat Mori Building op de rol staat. In een stadsdeel waar nu nog een paar honderd losse huisjes staan, komt een grootschalige ontwikkeling met een honderden meters hoge kantoortoren, drie woontorens, een theater en een groot televisiecomplex. Voor deze gebouwen is een blik Amerikaanse architecten opengetrokken, die vooral gespecialiseerd zijn in de 'zakenstijl'.

Mori Building heeft een enorme kartonnen maquette laten bouwen van Tokio (de maquette komt ook in het NAi) waarin een model van Roppongi Hills is neergezet. Nu al is te zien dat het project als een eiland in de stad komt te liggen. Een interactie met de omringende bebouwing is er niet. Het tekent de stedenbouw van incidenten die een stad als Tokio markeert.

Op zich zijn er wel goede bedoelingen en dat is al een verschil met vroeger. In een glanzende brochure schermt Mori met mooie woorden als: 'we moeten een allesomvattend plan bedenken, dat als leidraad kan dienen voor de herstructurering van de stad. Wanneer we de stad alleen proberen te herontwikkelen met investeringen en niet werken aan de correcte randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de stad als geheel, zal de urbane omgeving er alleen maar op achteruit gaan.'

Vooralsnog echter zijn voor Roppongi Hills de huizen van zo'n 250 huishoudens onteigend (vrijwillig uitgekocht of gedwongen) en wordt het bestaande weefsel van de stad weggevaagd voor de glansarchitectuur van het grootkapitaal.

De architect Riken Yamamoto wil de stad op een andere manier herstructureren. Niet zozeer met gebouwen, als wel met het veranderen van de manier van leven. "Om een stad als Tokio leefbaarder te maken, zal de dichtheid moeten worden opgevoerd. Dan zal de overheid het verticale wonen moeten stimuleren in combinatie met acceptabele huurprijzen. Daarmee kan Tokio in korte tijd veranderen. Daarnaast moeten we rekening houden met de rappe vergrijzing. In 2015 is een kwart van de Japanse bevolking ouder dan 65 jaar zijn. Daarvoor moeten samenleefvormen worden bedacht. Dat kan bijvoorbeeld door het ontwikkelen van nieuwe gebouwtypes, die voor een nieuw sociaal netwerk kunnen zorgen. Niet door het bouwen van modieuze gebouwen die volledig op zichzelf staan en waardoor geen gemeenschappen worden geformeerd."

Of de overheid hierbij een rol kan spelen, is zeer de vraag. Daarvoor is de positie van de projectontwikkelaars en de bouwondernemingen vooralsnog te sterk. Al raakt de economische crisis van de afgelopen jaren ook de bouwsector. Moriko Kira: ,,Vijftig jaar lang was er altijd ruimte om te ontwikkelen, doordat het land was platgebombardeerd. De lijn van de ontwikkeling ging altijd omhoog, nu schommelt die en dat zijn we in Japan niet gewend. In de metropolen is daardoor aanzienlijk minder bouwactiviteit. In de kleine steden en op het platteland zie je al bijna geen investeringen meer door grote bedrijven. Inmiddels lukt het overheden daar wel om zelf allerlei projecten te initieren.''

Een interessant voorbeeld is het Artpolis-project in de provincie Kumamoto (KAP) op het zuidelijke eiland Kyushu. Onder de artistieke leiding van Arata Isozaki (en sinds een paar jaar Toyo Ito) zijn daar in de afgelopen tien jaar 55 projecten uitgevoerd met een bijzondere architectonisch karakter. Zodra een bedrijf, een instelling of een ontwikkelaar het plan had om een bouwwerk neer te zetten (dat loopt van een museum of woningbouw tot theaters, bruggen, gemeenschapscentra en toiletblokken bij toeristische attracties), werd vanuit de prefectuur Kumamoto geprobeerd het ontwerp te laten maken door een architect die een artistieke meerwaarde weet te geven. Zo zijn dus 55 projecten tot stand gekomen. Het nadeel is echter dat bedrijven en instellingen zichzelf moeten aanmelden voor Artpolis. De overheid stimuleert wel een uitdagend architectonisch programma, maar is volledig afhankelijk van particulier initiatief. Geld om subsidie voor de bouw te geven is er vanuit KAP ook niet.

Nu zijn de 55 projecten stippen in het landschap, incidenten. De eerste evaluaties van Artpolis zijn echter positief, dus wordt het project vermoedelijk voortgezet. De organisatie hoopt van de stippen in het landschap lijnen te maken en op den duur zelfs vlakken. Dan groeien ze toe naar de 'totalscape' die Moriko Kira als uitgangspunt voor haar tentoonstelling neemt. In haar ogen lopen in Japan alle landschappen schijnbaar vloeiend in elkaar over, terwijl er in Nederland duidelijk afgebakende grenzen tussen de diverse gebieden zijn. Een reis met de kogeltrein naar Tokio bevestigt dat beeld. Met als samenbindend element de golfafslagplaatsen, die werkelijk op de gekste plekken in het landschap opduiken. Ze zijn bijna net zo aardig als de rijstveldjes die in hartje Tokio ineens midden in een woonwijk op een leeg kavel liggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden