Boekrecensie

In ‘Icarië’ onderzoekt auteur Uwe Timm hoe het Duitse volk kon afglijden in zo veel onmenselijkheid

Uwe Timm schildert het kapotte Duitse Rijk alsof hij Billy Wilders klassieker ‘A Foreign Affair’ op het netvlies had.

Uwe Timm wijdt roman ‘Icarië’ aan leven en ideeën van Dr. Alfred Ploetz, grondlegger van de rasverbetering.

Uwe Timm heeft zijn roman ‘Icarië’ gesitueerd in de zuidelijke, Amerikaanse bezettingszone van het net overwonnen Duitsland. Zelf was de auteur toen, in 1945, amper vijf jaar. Hij schildert het kapotte Duitse Rijk alsof hij Billy Wilders klassieker ‘A Foreign Affair’ op het netvlies had. In deze komedie komen de Amerikanen met een heropvoedingscampagne naar Berlijn. Ze mogen privé geen contacten met Duitsers onderhouden. Maar ja, de Fräuleins en de zwarte markt lokken. Ook bij Timm vormen de ruïnes, nu in München, bij alle ellende vooral het decor voor gesjagger en olijke losbandigheid.

De cultuurshock in Beieren is groot: de Yanks met hun okay, de voeten op tafel, versus de Duitsers met hun jawohl!, de hakken tegen elkaar slaand. In zijn nawoord vertelt de auteur hoezeer het gezag van de vadergeneratie slonk, vernederd door stoere Amerikanen. Hijzelf zou, als student-activist in München, tot de protestgeneratie van ’68 gaan behoren. Bekend werd Timm met politiek getinte romans met een documentaire kern, zoals ‘Mijn broer bijvoorbeeld’, over de oudere SS-broer die hem ten voorbeeld werd gesteld, en ‘Halfschaduw’, over een pionierende Duitse pilote.

‘Rassenhygiënische’ maatregelen

Uwe Timm is een gedreven verteller en chroniqueur, een beetje vergelijkbaar met Adri van der Heijden. Voor ‘Icarië’ dook hij in de archieven over eugenetica, de leer van de rasverbetering. Meesterlijk vervlecht hij het ‘lichte’ Amerikaanse perspectief van 1945 met een duistere ‘Duitse’ verhaallijn over de rassenwaan in het Derde Rijk. De Amerikanen moeten de verschrikkingen in kaart brengen. De centrale vraag van hun onderzoek - en van Timms roman: hoe kon het Duitse volk naar zoveel onmenselijkheid afglijden?

De meeste getuigen, een paar weken eerder nog verstrikt in het nazi-gedachtengoed, blijken zich van geen kwaad bewust. Een Amerikaanse majoor: “Het zijn altijd heel lieve vaders geweest, die met Pasen eieren verstopten en met Kerst tranen in hun ogen hadden als de kindertjes hun cadeaus uitpakten en hun gedichten opzegden.”

Hij spreekt deze woorden tegen Michael Hansen, de Amerikaans-Duitse hoofdpersoon van ‘Icarië’. Hansen is als officier tijdelijk naar zijn oude vaderland teruggekeerd - net als Billy (Samuel) Wilder en vele andere emigranten. Hij heeft mazzel met de opdracht die zijn majoor hem verstrekt. Waar zijn naaste collega nazi-artsen en euthanasieklinieken moet opsporen, mag hij in Beieren achter het geestelijke erfgoed van dr. Alfred Ploetz aan.

De eugeneticus Ploetz heeft echt bestaan. Een paar jaar voor zijn dood in 1940 was hij een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs, met zijn ‘wetenschappelijke’ fundament voor ‘rassenhygiënische’ maatregelen. ‘Het zwakke mag zich niet vermeerderen’: zo luidde zijn darwinistische motto. Hitler maakte hem professor. Maar niet alleen in het Duitse Rijk sloeg de rasverbeteringsleer al decennialang aan, en zeker niet alleen bij extreem-rechts. ‘Drinkende arbeiders denken niet’: ook sociaal-democraten meenden nogal eens, mét Ploetz, dat alcoholisme overerfbaar was. Maar in diens eigen experimenten met dronkengevoerde konijnen bleek hier niets van, lezen we.

Het rode gevaar

Alfred Ploetz was als jongeman communist. Hansens Psychological Warfare-dienst heeft diens langjarige metgezel Wagner opgedoken. Het verhaal gaat dat Ploetz en Wagner rond 1900 in Amerika in een communistische leefgemeenschap zaten. Hansen moet eigenlijk uitzoeken of er nog steeds banden bestaan tussen ‘communistische’ kolonies in de VS en de oude kringen van Ploetz. Al in 1945 wordt het Rode Gevaar serieuzer genomen dan oude nazi’s.

Deze - fictieve - meneer Wagner werkt als tachtigjarige in een Münchens antiquariaat. Hij heeft de oorlog in de winkelkelder overleefd, samen met de verboden boeken van schrijvers als Hemingway, Faulkner, Döblin en Heine. Wat volgt is het fascinerende relaas van de bezielde Wagner over de Werdegang van Ploetz, zijn vriend, redder en latere haatobject.

Uwe Timm geeft de vijftien ontmoetingen van Wagner met Hansen weer als gespreksprotokollen, maar het zijn prachtige verhalen. Hij wisselt ze af met het ‘straatgewoel’. Dan kijk je met Hansen mee naar een geit die op een balkon wordt gemolken, ontheemde dwangarbeiders, verlaten wegen waarover Amerikaanse jeeps en vrachtwagens racen, orgiastische taferelen op een Amerikaans radiostation, en kraaien in de kasteeltuin van de familie Ploetz, die dronken zijn van de weggegooide konijnenhersens uit het lab.

Uit Wagners verhalen blijkt hoe dicht goed en kwaad bij elkaar kunnen liggen. Alfred Ploetz’ oprechte meegevoel met de kansarmen kwam, griezelig geleidelijk, uit bij zijn geloof in de Übermensch. Uwe Timm wil deze moeiteloze overgang van de ene revolutionaire utopie naar de andere doorgronden.

Koude kermis

Het begon allemaal bij de ‘Reis naar Icarië’, de titel van een utopische Franse roman uit 1840. Rond 1900 waren er in de VS nog overblijfselen van zulke ‘icarisch’ geïnspireerde leefgemeenschappen. Op basis van vrijheid, gelijkheid en broederschap zou daar de nieuwe mens ontstaan.

Auteur Uwe Timm

Wagner vertelt aan Hansen dat Ploetz en hij rond 1900 inderdaad in zo’n leefgemeenschap verbleven. Een communistisch angehaucht elitair genootschap in Breslau had hen uitgezonden.

Ook dit is historie. Nogal wat kopstukken, zoals de literatuur-Nobelprijswinnaar Gerhart Hauptmann, zaten bij deze linkse club. Slechts weinigen van hen heulden later niet met Hitler.

Ploetz en Wagner kwamen van een koude kermis thuis uit Amerika. Vooral Ploetz, met al zijn principes, vertelt Wagner. Die zaaide tweedracht, toen hij in de kolonie de ontbrekende gelijkheid van man en vrouw wilde doorvoeren. En het ‘communisme’ bleek daar te staan voor na-ijver, egoïsme en luiheid. Wagner zelf liet zich niet zo gauw uit het veld slaan. Interessant is dat hij nog een andere, ditmaal religieus geïnspireerde leefgemeenschap in de VS opzocht. Daar leken solidariteit en harmonie beter te gedijen. Ploetz moest er, als rotsvaste atheïst, niets van hebben.

De mensvisie van Alfred Ploetz werd almaar negatiever. Op de Joden, die hij, aldus Wagner, eerder nog als ‘een bijzonder getalenteerde tak van de ariërs’ had beschouwd, en sowieso. Slechts strenge selectie op kwaliteit en ras zou de mensheid redden. Maar ook als racist bepleitte Ploetz nog de gelijkheid van vrouwen, al zag hij ze nu als belangrijke baarmachines. En hij bleef pacifist, want oorlog verwoestte de beste mensen.

Uwe Timm had voor al zijn speurwerk een extra motief. ‘Icarië’ is opgedragen aan ‘Dagmar’. Dat is zijn vrouw, de journalist Dagmar Ploetz. Zij is de kleindochter van Dr. Alfred Ploetz.

Oordeel: meesterlijk vlechtwerk van eigen speurwerk en fictie.

Uwe Timm
Icarië
Vert. Gerrit Bussink Podium; 448 blz. € 25

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden