Een klassieke Piet Zwart-Bruynzeelkeuken.

ReportageNagele

In huize Polman komt franjeloos, functioneel Nederland tot leven

Een klassieke Piet Zwart-Bruynzeelkeuken.Beeld Herman Engbers

Het dorpje Nagele is bekend als stijlicoon van Het Nieuwe Bouwen. Sinds deze maand is een van de gerestaureerde jarenvijftighuizen als museum te bezoeken.

Museumhuis Polman voelt niet echt als een museum. Bezoekers mogen zitten in de stoelen, draaien aan de knoppen en drinken uit de kopjes (die ze ook zelf weer mogen afwassen). Bovendien is de jarenvijftiginrichting aangevuld met moderne objecten. Op het aanrecht van de klassieke Piet Zwart-Bruynzeelkeuken staan een koffiezetapparaat en een fles Dreft die je zo bij de Blokker kunt halen.

“Dat hebben we expres zo gedaan”, vertelt Valentijn Carbo. “Simpele dingen als die Dreftfles maken juist dat dit voelt als een keuken die gebruikt wordt. Het gaat niet alleen om een plaatje van vroeger, maar om de balans tussen een museum en een huis.” 

Carbo is onderzoeker bij vereniging en monumentenorganisatie Hendrick de Keyser. Samen met zijn team is hij 35 woningen – uit de zestiende tot en met de twintigste eeuw – aan het omtoveren tot museumhuizen. “Ik werkte hiervoor bij Museum Van Loon. Bij een bestaand museum is alles eigenlijk al besloten. Toen vroeg Hendrick de Keyser me om in feite 35 nieuwe musea op te zetten. Voor mij als architectuurhistoricus is dat het soort kans dat maar één keer voorbijkomt.”

Het beloofde land

Het museumhuis ligt aan de Karwijhof in Nagele. In 2016 redde Hendrick de Keyser alle 32 woningen aan dit hof van de sloop. De meeste huizen zijn bewoond, maar deze woning is hersteld in de toestand waarin de oorspronkelijke bewoners, de familie Polman, leefden. Zij trokken er in 1957 in. De vader des huizes was een landarbeider, en in eerste instantie leek Nagele (net als de rest van de Noordoostpolder) het beloofde land.

“Voor de leek voelt Nagele misschien als een stukje vinexwijk”, zegt Carbo. “Veel mensen zijn tussen de jaren vijftig en zeventig in dit soort doorzonwoningen opgegroeid. Maar het verschil is dat dit hele dorp van begin tot eind zo is gebouwd.”

Eind jaren veertig is Nagele door ­wederopbouwarchitecten als Mien Ruys, Gerrit Rietveld en Cor van Eesteren bedacht als een utopische gemeenschap voor boeren en landarbeiders. 

“De bewoners werden dan ook streng geselecteerd. Ze moesten vragenlijsten invullen en interviews afleggen, en ze kregen onaangekondigde huisbezoeken. Kandidaten moesten tussen de 30 en 50 jaar oud zijn, verloofd of getrouwd, met een gezin of kinderen op komst. En dan moesten ze ook nog een goede reputatie hebben en een betrokken rol spelen in hun gemeenschap.”

Nagele wordt geroemd om zijn platte daken, die in de jaren vijftig sterk afweken van de gebruikelijke rode pannendaken.Beeld Herman Engbers

Eigenlijk is het verrassend dat de familie Polman werd gekozen, want meneer Polman had een oorlogsverleden als NSB’er. Misschien hielp het dat hij landarbeider was, want die waren broodnodig. De strengste selectieprocedure gold voor de boeren. “De Noordoostpolder zou de modernste landbouwgrond ter wereld worden, om te voorkomen dat er ooit nog een hongerwinter zou komen. De beste boeren met de beste arbeiders, dat was het idee.”

Dat idee raakte snel achterhaald. Technologie maakte veel arbeiders overbodig, en de rest hoefde door de opkomst van auto’s en brommers niet meer in het dorp naast de boerderij te wonen. Wat behouden bleef, was een pragmatische bouwstijl, die destijds gelijk opviel door de platte daken. “In typische nieuwbouwwijken uit de jaren vijftig, zoals de dorpjes hieromheen, zie je vooral rood-bakstenen huizen met een rood pannendak.” 

Rauhfaserbehang en ssmyrnakleedjes

Huize Polman laat zien hoe die functionele, franjeloze stijl doorwerkt aan de binnenkant. Carbo opent een deurtje in de woonkamer om een ingebouwde kast te laten zien. “Dat vinden we nu normaal, maar toen was het juist vernieuwend. Het scheelt ruimte en vangt ook minder stof dan een kast in de kamer.”

Ook wijst hij op het beton-emaille op veel van de muren. “Goedkoop, en makkelijk schoon te houden.” Ook het Rauhfaserbehang, wit met een simpel structuurtje, is opvallend in zijn onopvallendheid. “Dat was nog moeilijk te herstellen”, vertelt Carbo. “Als je nu zoekt naar behang in de stijl van de jaren vijftig, krijg je altijd de hippe kant van die tijd te zien – speelse, geometrische lijntjes en frisse kleuren – maar in het echt was het vaak gewoon een ratjetoe.” 

Uiteindelijk vond het team de juiste rollen in een winkeltje in België.

Toch is het huis niet helemáál vrij van versieringen. Midden in de woonkamer staat een grappig houten tafeltje met een smyrnakleedje erop. Zo’n stofvanger zouden de architecten volgens Carbo absoluut hebben afgekeurd. Ook het dressoir dat tegen de muur staat wijkt in stijl af van het huis.

Valentijn Carbo van vereniging Hendrick de Keyser geeft een rondleiding in Museumhuis Polman.Beeld Herman Engbers

Eén reden voor de discrepanties is smaak. “Maar daar komt bij dat mensen tijdens de wederopbouw weinig geld hadden, en dus wat ze hadden met zich meenamen.”

De botsing tussen visie en realiteit is een terugkerend thema in Nagele’s geschiedenis. “De architecten hadden een bijna dogmatische visie. Ze wilden geen traditioneel dorp met een centrum en een periferie, iedereen moest even dicht bij het centrum wonen. Dus maakten ze een groot grasveld met de publieke gebouwen, en daaromheen hofjes die allemaal op dezelfde afstand lagen. Maar toen het dorp groeide, ontstond er alsnog een periferie. Nagele is niet bedacht op ontwikkeling. Dat is het probleem van alles willen plannen en vastleggen.” 

Toch vormen veel van de oudere bewoners nog altijd een hechte gemeenschap. In totaal telt het dorp tegenwoordig bijna tweeduizend inwoners. De familie Polman hoort daar al lang niet meer bij: zij verhuisden in 1962 toen meneer Polman ander werk vond. Het lijkt erop dat Nagele voor hem in ieder geval niet het beloofde land is ­gebleken.

Lees ook:

Nagele: wonen in een stijlicoon

Wonen in Nagele in de Noordoostpolder, betekent wonen in een stijlicoon uit de jaren vijftig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden