Review

In het onderhuis heerst Petra, de zwarte priesteres

Rosario Ferré: Het huis aan de lagune. Vert. May van Sligter. De Geus, Breda; 428 blz. - ¿ 49,90.

GERTJAN VINCENT

De publicitaire storm is ondertussen wat gaan liggen, maar nieuwe Zuidamerikaanse auteurs die op de markt gebracht worden, lijken bij voorbaat als weer in die hoek gedrukt te worden: 'Tot de laatste pagina gevuld met magie, bloed, zweet en tranen. . .' schrijft Julia Alvarez naar aanleiding van de nieuwste roman van de Puertoricaanse schrijfster Rosario Ferré. Het is een dubieuze aanbeveling, want 'Het huis aan de lagune', het boek waarmee Ferré in 1995 werd genomineerd voor de National Book Award, onderscheidt zich nu juist van het soort verhalen waarmee Marquez-klonen en epigonen een graantje van het succes hebben proberen mee te pikken.

In zekere zin is 'Het huis aan de lagune' het debuut van Ferré: het is namelijk de eerste roman die zij direct in het Engels heeft geschreven. Toch wordt zij al jarenlang beschouwd als de 'leading lady' van de Puertoricaanse literatuur: ze begon haar carrière al in 1970 en publiceerde sindsdien tal van korte verhalen, romans, poëziebundels en essays, maar allemaal in het Spaans. Die tweetaligheid is in veel opzichten illustratief voor de problematiek van haar geboorteland dat na een langdurige periode van Spaanse kolonisatie in het begin van deze eeuw binnen de Amerikaanse invloedssfeer kwam.

Isabel, de hoofdpersoon uit 'Het huis aan de lagune', heeft zich gezet aan de geschiedschrijving van haar eigen familie, oorspronkelijk afkomstig uit Corsica, en die van Quintin, haar man, telg uit een Baskisch geslacht. Ze gaat daarbij terug naar 4 juli 1917, de dag waarop Buenaventura Mendizabal, de vader van Quintin, zich op het eiland vestigt en de fundamenten legt voor wat later uit zal groeien tot een succesvolle handelsonderneming. Het is ook de datum waarop Woodrow Wilson de Puertoricanen het Amerikaans staatsburgerschap verleende en dus een prima vertrekpunt voor een politieke en sociale geschiedschrijving van haar geboorteland.

De wederwaardigheden van de wederzijdse families geven een onthullend beeld van de schrijnende sociale tegenstellingen op het eiland, gecomprimeerd in het prestigieuze landhuis waar de titel naar verwijst. Dat is een avantgardistische creatie van een Tsjechische architect die de ontwerpen van zijn leermeester Frank Lloyd Wright kopieert voor de elite van Puerto Rico.

Terwijl Quintins moeder Rebecca op het met goud ingelegde terras haar artistieke vrienden ontvangt, zijn de gewelven onder het huis het domein van het personeel dat met familie en al in deze onderwereld gehuisvest is. Petra, een zwarte vrouw afkomstig uit de sloppenwijken, deelt daar de lakens uit. Als priesteres van de Santeria-cultus, een oude Afrikaanse religie, is zij het spirituele middelpunt en de ongekroonde koningin van de maatschappelijke onderklasse. Haar morele gezag contrasteert met de decadente levenswijze van haar 'superieuren', die met nauwelijks verholen minachting neerkijken op iedereen die gemengd bloed in de aderen heeft.

De teloorgang van het familie-imperium loopt parallel met de sociale en politieke ontwikkelingen op het eiland: met de komst van de vakbonden groeit de arbeidsonrust. Quintin, die zijn vader in de zaak is opgevolgd, ziet zich geconfronteerd met gerechtvaardigde looneisen, maar probeert krampachtig de oude orde te handhaven. Tegelijkertijd zorgen de 'independentistas', die streven naar een onafhankelijke staat, voor de nodige politieke onrust, die de gemoederen van de bevolking heftig in beroering brengt.

Het enige 'magische' in deze roman is de cultus waar Petra, het hoofd van de huishouding, zich mee bezighoudt. Voor de rest is 'Het huis aan de lagune' een vrij realistisch verhaal dat op een elegante manier veel informatie verschaft over de geschiedenis van Puerto Rico en de zoektocht naar een eigen identiteit die daar onmiddellijk uit voortvloeit.

Rosario Ferré - haar vader was de oprichter van de 'New Progressive Party' in Puerto Rico - steekt haar engagement niet onder stoelen of banken. Het nadrukkelijk literaire kader van haar verhaal - haar man leest stiekem haar manuscript, corrigeert hier en daar haar versie van de geschiedenis en wil het uiteindelijk zelfs vernietigen - is minder overtuigend.

Datzelfde geldt voor de feministische ondertoon in het verhaal: Isabel schrijft zich steeds meer los van haar echtgenoot en besluit tenslotte hem te verlaten. Dat zou op zichzelf een daad van persoonlijke bevrijding kunnen zijn, maar voor de lezer is het eigenlijk een raadsel dat zij het nog 27 jaar met die man heeft uitgehouden. Haar beslissing komt daardoor toch wat als mosterd na de maaltijd.

Het lijkt me vooralsnog voorbarig om de roman van Rosario Ferré in één adem te noemen met het werk van grootmeesters als Marquez. Dat soort vergelijkingen keert meestal als een boemerang terug. Het is op de eerste plaats de verdienste van Rosario Ferré dat zij met deze roman de Puertoricaanse cultuur een stem heeft gegeven die nu ook ver buiten haar landsgrenzen gehoord kan worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden