recensie

In het land der letteren fladdert de mus nog volop rond

Beeld ANP

Het gaat niet zo goed met de huismus, maar in het land der letteren fladdert hij nog volop rond. Sinds het begin van de jaartelling hebben poëten het vogeltje bezongen, en elk jaar komen er nieuwe mussengedichten bij. In de bundel ‘Mussenlust’ staan er vijftig afgedrukt.

Het boek is geïllustreerd met grandioze aquarellen van de in 2010 overleden tekenaar Peter Vos. In een waaier van poses en in een eindeloze schakering van bruin, kastanje, beige, oker, grijs en antraciet trekken de dartele creatuurtjes voorbij.

Minstens zo gevarieerd zijn de poëtische karakterschetsen van de mus. Sommige dichters, niet de minsten, beschimpen de vogel om zijn spreekwoordelijke saaiheid. “Mus – onkruid onder de vogels / zo huishoudelijk / gewoon en kleurloos”, dichtte Bernlef. Anderen laten zich door de mus juist inspireren tot verheven gedachten over het leven zelf. Ze voeren het nietige vogeltje ten tonele als metafoor van liefde, zorg en seksualiteit, of als brenger van religie en spiritualiteit.

De Romeinse dichter Catullus gaf vlak voor het jaar nul de aftrap. In zijn oergedicht presenteert hij de mus als huisdier waar zijn geliefde Lesbia intiem mee speelt. De dichter is stikjaloers, bekent hij in verzen waar de erotiek vanaf druipt. Wonderschoon is ook het prozagedicht van Ivan Toergenjev, over een moedermus die met doodsverachting toeschiet als haar uit het nest gewaaide kind belaagd wordt door een grote hond.

‘De Mus’ (Tjielp, tjielp) van Jan Hanlo. Beeld Peter Vos

Nederlandse poëzie vormt de hoofdmoot van de bundel, uiteraard met het beroemde ‘Tjielp tjielp’ van Jan Hanlo. Ook memorabel is het gedicht dat Patty Scholten schreef ter nagedachtenis aan de ‘dominomus’, in 2005 te Leeuwarden doodgeschoten toen hij een domino-recordpoging bedreigde. Het eindigt met de woorden: ‘ruim twintigduizend stenen op één grafje’.

Samensteller Peter Müller levert met deze bundel zijn vierde mussenboek af. Hij lost er een oude schuld mee af, vertelt hij aan de telefoon. “Toen ik veertien was, had ik een windbuks. Ik móest ermee schieten. Er kwam een musje langs en het was raak. Dood. Ik schrok me rot. Ik voelde me zo schuldig dat ik die buks meteen heb weggedaan.” Het werd de opmaat naar een levenslange mussenmanie.

Misschien wel het mooiste gedicht is dat van Paul Laurence Dunbar, een zwarte man, kind van vrijgemaakte slaven uit het 19de-eeuwse Amerika. In dit gedicht, vertaald door Bert Keizer, staat de mus voor vrijheid. Het vogeltje tjilpt in de vensterbank zijn opbeurende lied, maar de ploeterende dichter heeft er geen aandacht voor, geketend door het bestaan: “Wij zwoegen voort met in ons hart de dood / Te laat beseffend wat dat vogeltje bood.”

‘Mussenlust’, samengesteld door Peter Müller en ingeleid door Jean-Pierre Geelen, uitgeverij Müller, 136 blz, € 29,50.

Lees meer in ons dossier boekrecensies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden