Recensie

'In extremis' raakt de waarheid: het is moeilijk om te ontsnappen aan wat ons heeft gevormd

Beeld Tim Parks

Roman van Tim Parks over het afscheid van een moeder, en de crisis die dat de zoon oplevert. 

Stel, je belandt als ervaringsdeskundige op een congres van Nederlandse fysiotherapeuten omdat je daar een praatje moet gaan houden over je prostaatpijn die je succesvol bestreden hebt met yoga en meditatie. Een winnaarpraatje, dus. En dan krijg je na een experimentele anale massage ’s ochtends voor het eerst sinds jaren weer heftige klachten, voortdurende plasdrang incluis. En je ontvangt een mail van je zus uit Engeland die laat weten dat je oude aftakelende moeder na een val op sterven ligt. Plus de vrouw van je beste vriend begint je te bombarderen met appjes omdat je vriend op de intensive care is beland nadat hij door hun zoon van 20 in elkaar is geslagen. Dringend verzoek van de vrouw om met de jongen te gaan praten omdat jij de enige bent in wie hij vertrouwen stelt, denkt zij.

Tim Parks mag dan, zo schreef hij enkele jaren geleden in zijn memoir ‘Leer ons stil te zitten’, met yoga en meditatie zijn door pijn gespannen lijf tot rust hebben gebracht, hij weet heel goed hoe hij als romanschrijver de lezer juist in staat van paraatheid moet krijgen. In het meeslepende, hilarische, zelfkritische ‘In extremis’ doet hij verslag van de wanhoopstocht van alter-ego Thomas Sanders, vijftiger, taalwetenschapper, net gescheiden, net een dertig jaar jongere vriendin, net tussen twee conferenties in, van het ene moment op het andere noodgedwongen op Schiphol in het vliegtuig naar Engeland stappend om daar zijn moeder die op sterven ligt bij te staan.

Opspelende schuldgevoelens

De steeds naar de wc rennende verteller wordt gekweld door fysieke pijn die best eens wat met opspelende schuldgevoelens te maken zou kunnen hebben. Thomas voelt zich over veel schuldig. Over zijn vrouw die hij heeft verlaten, over de dertig jaar jongere vriendin die hem heel gelukkig maakt, over zijn mogelijk in hem teleurgestelde, streng gelovige, door haar hele omgeving als heilig beschouwde, trotse moeder, nu doodziek, voorheen predikant, van wie de verteller intens houdt maar wier opvoeding hem niet in de koude kleren is gaan zitten. Ieder bezoek aan haar is vertwijfeld, zelfs dit laatste: “De waarheid is dat als ik bij mijn moeder op bezoek ging ik nooit wist of ik haar nu wel of niet wilde bezoeken.”

Het sterfbed van de gelovige vader of moeder en de geloofsafvallige zoon die daar getuige van is, kennen we ook uit de Nederlandse literatuur, uit de vroege romans van Maarten ’t Hart bijvoorbeeld, maar het verlies brengt iets anders teweeg als je die ouder als tiener of twintiger verliest, dan als vijftiger. Voor de jachtige Thomas is moeders sterfbed de aanleiding tot tuimelende herinneringen. Zijn moeder heeft nauwelijks aanvaard dat haar zoons het geloof als volwassenen hebben afgewezen. Ze heeft het er liever niet over. Ze heeft het over veel liever niet: yoga en meditatie zijn ‘de werken des duivels’, een scheiding ‘goddeloos wreed’. En de zoon houdt rekening met die moeder “die altijd medeplichtig was geweest bij het verbergen van dingen voor haar, die je met een blik kon smeken de dingen verborgen te houden.”

'Vreemde trieste intimiteit'

Ook in de zomer die moeder en zoon jaren terug samen hebben doorgebracht, toen zijn huwelijkscrisis net was losgebarsten, kwam die crisis zelf niet ter sprake, wel ontwikkelde zich tussen moeder en zoon een ‘vreemde trieste intimiteit’. Beiden moeten ’s nachts steeds naar de wc maar durven niet door te trekken om de ander niet te storen, zodat ’s ochtends in de wc hun gezamenlijk ‘verderf’ ligt te geuren. Waar ze het dan niet over hebben.

Schitterend hoe Tim Parks de ambivalenties van de zoon onder woorden brengt. Hoe in liefde, intimiteit en respect ook weerzin en onbegrip op de loer blijven liggen. Zit hij in het vliegtuig naast een breiende vrouw, herinnert hij zich hoe hij genoot van de tikkende breipennen van zijn moeder vroeger, maar helemaal gek werd van haar ‘zeurderige, zelfverloochenende’ psalmengeneurie daarbij: het ‘Wond’re Kruis’, ‘Hij die ’t al volbracht’, ‘Bloed van de Redder’.

Zijn ambivalentie geldt ook dat vermaledijde rigide geloof dat hem met de paplepel is ingegoten. Bij het aanhoren van de zelfgenoegzame predikant die de crematie van zijn moeder leidt, kan Thomas nauwelijks op zijn stoel blijven zitten, maar als hij op haar nachtkastje de studie ‘Wat te doen wanneer het geloof zwak schijnt en de overwinning verdwenen’ ziet liggen, bespringt hem met evenveel kracht de angst dat ze ‘in het uur van de waarheid’ toch aan het bestaan van God is gaan twijfelen.

Grootste taboe

Grootste taboe waren altijd de zaken van het vlees en wellustig doorspekt Parks Thomas’ gedachtenstroom met de fysieke mankementen die hem kwellen. Ook het lichamelijke lijden van de moeder, haar ‘gevoelloze, gekneusde vlees’, wordt door de zoon nuchter en onomwonden geregistreerd, vol compassie wel.

Momenten van helderheid en ontroering wisselt de schrijver af met zelfspot en met hilarische scènes zoals wanneer zijn broer op het omslag van de bijbel van de gehate predikant het omstreden in urine gedoopte Christusbeeld van kunstenaar Andres Serrano herkent en getergd ‘Pischristus’ begint te roepen.

'Goed' en 'fout' 

In zijn afgelopen zomer verschenen studie ‘De roman als overlevingsstrategie’ schreef Parks over de normen en waarden die hij als kind van predikanten heeft meegekregen. Hij had een jeugd die om ‘goed’ en ‘fout’ draaide: ‘altruïsme en zelfverloochening waren goed, egoïsme, zelfbevestiging en genotzucht waren fout’. Christelijke waarden die in hun radicale variant voor een met zichzelf gepreoccupeerde, immer schuldige volwassene kunnen zorgen, zo begrijpen we uit deze roman, die overigens fictie is, geen memoir.

Tegen het einde wat breedsprakige, maar toch uitstekende fictie, die de waarheid raakt: dat het moeilijk is om te ontsnappen aan wat ons heeft gevormd, dat we het kunnen blijven proberen, maar dat dat vergeefs is, en dat je beter naast dat bed kunt gaan zitten, ‘in extremis’.

Tim Parks
In extremis
Vert. Corine Kisling.
Arbeiderspers: 399 blz. €21,99

Lees hier meer boekrecensies van Trouw. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden