Review

In een plaatsje in La Mancha, waarvan de naam mij niet te binnen wil schieten, (-)

'De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha', Miguel de Cervantes Saavedra in de vertaling van Barber van de Pol, uitg. Querido, 1206 blz in twee banden - ¿ 125,-.

Bijna 60 jaar lang baseerde de Nederlandstalige lezer zich op de 'De geestrijke ridder Don Quichot van de Mancha' van schrijver/dichter J. W. F. Werumeus Buning en hoogleraar Spaans C. F. A. van Dam, die in 1941 (812 bladzijden) verscheen en in de wandeling 'de Werumeus Buning-vertaling' heet. Vanaf volgende week ligt een nieuwe Nederlandstalige Don Quichot in de boekwinkel: 'De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha' van Barber van de Pol. Net als 'de Werumeus Buning' geïllustreerd met de gravures van Gustave Doré, dit keer in twee boeken en in 1206 bladzijden.

Barber van de Pol kiest niet de gemakkelijkste schrijvers: eerder vertaalde ze Borges, Cortázar, Neruda en Quevedo. Na 'Borges' dacht ze: 'Wat nu? Nóg maar iets moeilijkers'. Na ruim vier jaar vertalen, met slechts 'één impasse' waarin ze haar onbevangenheid tijdelijk kwijtraakte, bracht Van de Pol haar Don Quichot-hertaling niet in hoofdstukken maar als één manuscript naar de uitgeverij. “Het was geen Blue Band-doos, maar wel groter dan een schoenendoos. Het regende een beetje, het was het weer van alle mensen, ik aarzelde nog of ik met de fiets, met de auto of toch met de tram zou gaan.” Het werd de fiets, de 2000 Don Quichot-bladzijden stevig achterop gebonden.

Cervantes begint zijn 'El ingenioso hidalgo Don Quijote de la Mancha' (1605) aldus:

Que trata de la condición y ejercicio del famoso hidalgo Don Quijote de la Mancha.

“En un lugar de la Mancha, de cuyo nombre no quiero acordarme, no ha mucho tiempo que vivía un hidalgo de los de lanza en astillero, adarga antigua, rocin flaco y galgo corredor. Una olla de algo más vaca que carnero, salpicón las más noches, duelos y quebrantos los sábados, lantejas los viernes, algún palomino de añadidura los domingos, consumían las tres partes de su hacienda.”

Werumeus Buning/Van Dam hertalen zo:

Hetwelk handelt over de aard en de aangelegenheden van de vermaarde ridder Don Quichot van de Mancha.

“In een dorpje van de Mancha, waarvan ik mij de naam niet wens te herinneren, leefde nog niet lang geleden een van die edellieden, die een lans in het wapenrek, een antiek lederen schild, een mager paard en een snelle hazewind bezitten. Het middagmaal, met vaker rund- dan schapevlees, 's avonds meest een koud kliekje, op zaterdag eieren met spek, vrijdags linzen, en zondags een lekker duifje, verslond drie kwart van wat zijn landgoederen opbrachten.”

Barber van de Pol ten slotte:

Over de aard en bezigheden van de beroemde edelman Don Quichot van La Mancha.

“In een plaatsje in La Mancha, waarvan de naam mij niet te binnen wil schieten, leefde niet lang geleden zo'n edelman met een lans in zijn wapenrek, een antiek leren schild, een magere knol en een hazewind. Drie kwart van de opbrengsten van zijn land werd opgeslokt door een dagelijkse stoofpot van helaas wat meer rund- dan schapenvlees, 's avonds meestal een gehakt prutje, hond in de pot op zaterdag, linzen op vrijdag, en een enkel duifje toe op zondag.”

Alleen over die eerste twee zinnen valt al weer een heel boek te schrijven. Hertaalster Van de Pol is daar mee bezig, al strekt zich dat uit over de hele hertaling van de 'Quijote'. De honderden noten blijven in haar hoofd, en komen niet in haar the making of-verslag.

Maar nog voordat je aan die beginregels toe bent, kun je de degens al met haar kruisen over de titel van de roman. De 'Quijote' wordt als slotakkoord van de ridderroman beschouwd, hoewel de roman zelf ook al weer een ridderroman bij uitstek is, en passant ook nog een parodie daar op. Don Quichot gaat geruiterd en geharnast door het leven - dat staat wis en waarachtig en zwart op wit beschreven - daarom noemen Werumeus Buning en Van Dam hem ook ridder. Van de Pol wierp 'ridder' overboord omdat 'hidalgo' volgens haar edelman betekent. Is dat al een kwestie van vrijmoedigheid? Een ridder is doorgaans ridderlijk, hoffelijk, onverveerd en vaak ook nog hoofs. Een edelman daarentegen kan net zo goed een laffe baron of suffe pantoffelmarkies zijn.

Van de Pol vindt niet dat 'edelman' een te ruime, of zelfs alledaagse titulatuur voor Don Quichot is. “Een hidalgo is iemand van niet al te hoge adel. Bovendien: Don Quichot wil een ridder (caballero) zijn, maar hij is het niet, ook al laat hij zich in de herberg tot ridder slaan. Hij is een edelman die voor ridder speelt. Ik heb er veel zoek- en denkwerk voor verricht, maar ik ben zeker van 'edelman'. En de betekenis 'edel' zit erin, een mooi eerbewijs.”

Ingenioso kan ingenieus worden, of vindingrijk, de hertaalster overwoog nog 'fantastisch' maar verkoos 'vernuftig'. Werumeus Bunings 'geestrijk' - waar met wat goede wil ook nog 'esprit' en 'geestigheid' in zitten - vindt zij te zeer aan spiritualiën gelieerd. “Ik wilde bij het verstandelijke uitkomen.”

Het meeste stof zal Van de Pols hertaling van die vrijwel heilige eerste zin doen opwaaien. “In een plaatsje in La Mancha, waarvan de naam mij niet te binnen wil schieten, (-)”. Lijkt het zo niet alsof Cervantes even niet op de naam kan komen, terwijl hij die plaats uit z'n hoofd verbande omdat hij daar - zegt men - in het gevang zat? Gewapend met noten van een hedendaagse Cervantino legt Van de Pol uit dat 'no quiero acordarme' “geen modale betekenis heeft, het is hooguit een beetje vertekenend. Er staat niet dat hij het dorpje niet wil herinneren. Ik kwam op de vondst 'niet te binnen wil schieten' - daar kun je twee kanten mee op. Het is rustiger, minder fel dan 'niet wens te herinneren'. Overigens schijnt Cervantes helemaal niet in dat plaatsje gevangen te hebben gezeten. Het is nogal dramatisch dat die verandering al in de eerste, gevleugelde zin zit, maar iets wat niet klopt kan ik niet eerbiedigen.”

Hoewel de vertaling van Werumeus Buning/Van Dam allerminst verouderd valt te noemen, verschilt de toonzetting hemelsbreed met die van Van de Pol.

WB/Van Dam uit het tiende hoofdstuk van Deel II:

Waarin wordt verhaald welke listigheden Sancho verzon om vrouwe Dulcinea te betoveren, benevens andere even lachwekkende als ware gebeurtenissen.

“Als de schrijver dezer schone historie zal gaan verhalen wat in dit hoofdstuk verhaald wordt, zegt hij dat hij er liever het zwijgen toe deed omdat hij vreest dat men hem niet zal geloven, want de dwaasheden van Don Quichot bereiken hier grens en toppunt van het allerdwaaste dat men zich denken kan en gaan zelfs nog een paar kruisboogschoten over de streep. Maar al deze angst en vrees ten spijt beschreef hij ze na rijp beraad toch zoals Don Quichot ze bedreef, zonder een zier aan de waarheid der geschiedenis af te doen of toe te voegen, en zonder zich in het minst te bekommeren om verwijten die men hem zou kunnen maken uit hoofde van leugenachtigheid; en hij had gelijk want de draad der waarheid kan wel dun worden uitgesponnen, maar breken doet hij nooit, en de waarheid zal altijd boven de leugen verrijzen, gelijk olie boven water.”

Bij Barber van de Pol:

Waarin wordt verteld over de ijver die Sancho aan de dag legde om mevrouw Dulcinea te betoveren en andere voorvallen die even belachelijk als waar zijn.

“Nu de schrijver van deze geweldige historie eraan toe is te vertellen wat hij in dit hoofdstuk vertelt, merkt hij op dat hij er het liefst stilzwijgend aan voorbijging uit angst dat hij niet geloofd zal worden. Don Quichots dwaasheden hebben hier namelijk de grens en eindstreep van de grootst denkbare bereikt en overtroffen de grootste nog eens met twee kruisboogschoten. Uiteindelijk heeft hij ze, deze angst en achterdocht ten spijt, neergeschreven op dezelfde wijze als de ander ze had uitgevoerd, zonder een atoom aan de waarheid van het verhaal toe te voegen of af te doen, en zonder zich ook maar iets gelegen te laten liggen aan mogelijke tegenwerpingen als zou hij liegen; en hij had gelijk, want de waarheid mag soms dun worden, breken doet ze niet en ze komt altijd op de leugen drijven, zoals olie op water.”

Barber van de Pol vertaalde uit het Spaans en raadpleegde links en rechts, tot Duitse en Engelse vertalingen aan toe. Ja, natuurlijk hield ze ook 'Werumeus Buning' bij de hand. “Het is niet zo belangrijk hoe je ergens aankomt, als je maar over een eigen stijl beschikt. Nee, het is geen tel ter sprake gekomen om Werumeus Buning/Van Dam te bewerken - dat zou ik ook niet gedaan hebben. Wat een onaardig idee! Ik heb veel aan ze gehad; Sancho's ezel Grauwtje, heb ik overgenomen. Daar kon ik niet tegenop, het is een mooie klankconnotatie, grauw-trouw, het Spaanse woord geeft het ook in; dan heb je geen enkele reden om verder te zoeken.”

Sancho's benaming 'van de Droevige Figuur' voor de Man van La Mancha sneuvelde evenwel bij Van de Pol. “Don Quichot wil zelf weten waarom Sancho hem zo noemt. Dat komt omdat hij zijn kiezen kwijt is, en daardoor een ingevallen gezicht heeft. Niet 'droevig' of 'triest' dus, maar: '. . .met het Droeve Gelaat'. Ook daar moet je even aan wennen, maar het hoeft niet mooier te zijn dan het is.”

Voor al te hedendaags en dus mogelijk wisselvallig taalgebruik - haar vertaling zal toch ook zeker 60 jaar leesbaar moeten blijen - was Van de Pol beducht genoeg. “Maar ik heb liever dat het modern klinkt dan versleten. Ik ben Cervantes niet, maar ik heb geprobeerd een boek te maken zoals Cervantes het gemaakt zou hebben als hij nu geleefd had. Cervantes was verre van bekakt, zeker geen mooischrijver; hij schrijft in de orale traditie. Als hij al een plechtige toon aanslaat, neemt hij prompt een loopje met plechtigheid.”

“Ik ben niet uit op kritiek op de andere vertalers. Ik heb het boek net als zij vertaald uit bewondering en liefde voor Cervantes. Werumeus Buning en Van Dam kozen een andere interpretatie, hun vertaling werd een nieuwe literaire eenheid. Je kunt het als kritiek, maar ook als constatering opvatten, maar hun aandikkingen, krullen, hun neiging tot rederijkerij zijn niet nodig, soms zelfs jammer. Ik heb het avontuurlijke, het feuilletonachtige als leidraad genomen. Ik denk dat mijn vertaling helderder is omdat ik authentieker en in zekere zin stroever heb vertaald. Werumeus Buning neigt naar de burgerlijke roman, zoals die 'hoort te zijn': waarin nog geen mus zonder reden van het dak mag vallen. Ik koos voor het spontane, het vertellende. Cervantes schrijft zo sterk, zo pionierachtig. Daar hoef je geen gouden randje omheen te zetten, dat mag in-wording lijken. Mooi schrijven is niet hetzelfde als: literair geslaagd. Ik beschouw de 'Quijote' als een zeer moderne anti-roman, als een avonturenroman-in-wording: als lezer ben je mede aan het scheppen.”

In de reclamefolder vergelijkt uitgeverij Querido de vertalingen van Werumeus Buning en Van de Pol met de uitvoering van de Mattheus Passie door achtereenvolgens Willem Mengelberg en Nikolaus Harnoncourt: “Geen romantische vibrati, glissandi en ritardandi, maar stijlvolle en stijlvaste helderheid bij een gelijke gedrevenheid en een misschien nog wel grotere virtuositeit.” Of Van de Pol zich die plaats naast Harnoncourt laat welgevallen?

“Ik snap wel wat ze bedoelen. Mengelberg is ook prachtig, maar het is logisch om nú voor een Harnoncourt-uitvoering te kiezen. Ik vind het een redelijk slimme en beleefde vergelijking, zonder te hoeven zeggen wie beter is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden