OperarecensieDie Frau ohne Schatten

In ‘Die Frau ohne Schatten’ van Yannick klopt werkelijk alles

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Yannick Nézet-Séguin bij de uitvoering van Richard Strauss' ‘Die Frau ohne Schatten’ in Rotterdam. Met vlnr Elza van den Heever (Keizerin), Michaela Schuster (Voedster) en Lise Lindstrom (Baraks vrouw).Beeld Jan Hordijk

Opera
Rotterdams Philharmonisch Orkest
Die Frau ohne Schatten
★★★★★

Succesvolle uitvoeringen in Parijs en Dortmund hadden het Rotterdams Philharmonisch Orkest en een uitgelezen cast al in de pocket toen ze zondagmiddag in de thuishaven neerstreken. Daar kreeg de kolossale opera ‘Die Frau ohne Schatten’ van Richard Strauss na ruim vier uur een al even kolossale ontvangst van een uitzinnig ­publiek. Dat lag uiteraard aan die nauwelijks te overtreffen zangersbezetting – mijn hemel, wat een talent bij elkaar – maar toch vooral aan Yannick Nézet-Séguin. De eredirigent en oud-chef van het Rotterdamse orkest realiseerde een weergave van de lastige partituur waarin werkelijk alles klopte.

In de opera moet de uit de sprookjeswereld afkomstige Keizerin haar plaats in de mensenwereld verdienen door binnen drie dagen een schaduw (symbool voor vruchtbaar moederschap) te vinden. Lukt dit haar niet dan zal de Keizer, haar menselijke veroveraar, in steen veranderen. Met haar voedster, de kwade genius in de opera, reist de Keizerin naar de mensenwereld, naar het huis van Barak de verver en zijn vrouw. 

Met alle mogelijke middelen probeert de voedster met Baraks vrouw een verbond te sluiten waarin deze haar schaduw en moederschap ­opgeeft ten gunste van de Keizerin. Beide vrouwen weerstaan uiteindelijk de voedster.

Tjokvol symboliek, humanisme en psychologie

Het is een verhaal tjokvol symboliek, humanisme en psychologie. Het is een moderne variant op Mozarts ‘Die Zauberflöte’, waarin ook twee geliefden op de proef worden gesteld en uiteindelijk ‘mens’ worden. En er zitten aardig wat referenties aan Wagner in de partituur. 

Als de Keizerin en haar voedster met veel orkestraal ­geweld afdalen naar de mensenwereld, is Wotans tocht naar Nibelheim in ‘Das Rheingold’ niet veraf. Mahler (toen acht jaar dood) is dichtbij in het Vorspiel van de derde akte, en in de grote monoloog van de Keizerin in die akte zijn we, inclusief wonderschone ­vioolsolo van Marieke Blankestijn, in de wereld van Strauss’ ‘Vier letzte Lieder’ aanbeland. Yannick haalde dat alles feilloos en wonderschoon uit het superieur spelende orkest.

Onder Nézet-Séguin klonk alles boven alles organisch, soepel – als vanzelf. Kamermuzikale stiltes gingen naadloos over in overweldigende orkestrale stormen en weer terug. Niet met effect als doel, maar diepe ontroering.

Cast uit duizenden

Waar te beginnen met loftuitingen voor al die ongelooflijk zingende Strauss-kanonnen? Toch maar bij Elza van den Heever (Keizerin) die zonder haar sopraan op te pompen niet verdween onder de muren van geluid achter haar. Ze produceerde de hoogste noten in haar partij als ragzuivere en niet te missen laserstralen. En dan stond daar Michael Volle (Barak), die zijn mond maar open hoefde te doen om de tranen te laten rollen. Wat een inlevingsvermogen en wat een gul geluid. 

Lise Lindstrom wist als zijn vrouw machtig te schakelen tussen nors en lieflijk, en Michaela Schuster (voedster) maakte de diepe afgronden in haar karakter fabelachtig hoorbaar. Stephen Gould (Keizer) haalde de topnoten uit zijn tenen, en met een stel hele goede Nederlanders erbij (Thomas Oliemans, Michael Wilmering) was dit een cast uit duizenden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden