Column

In de schrijverswereld zijn complimenten van collega’s niet zo vanzelfsprekend

Beeld Olivia Ettema

Ik ontmoette iemand die bevriend is met Tommy Wieringa en Joris van Casteren en wandelingen maakt met een radiomaker van de VPRO, die zijn oude leraar Nederlands is. En hij woont ook nog vlakbij de beroemde Lauriergracht 37 uit de Max Havelaar. Ik begon me af te vragen of hij met al die literaire namen en feiten iets over zichzelf probeerde te zeggen (maar wat dan?) of dat hij zocht naar common ground om over te praten. 

Het zal het laatste wel zijn, maar hij liet natuurlijk ook even zien dat hij omgaat met de groten. Hun beroemdheid straalde ook een beetje op hem af. En het is ook fijn om dat soort dingen te vertellen. In die categorie verhalen vind ik die van een vriend die John Irving interviewde op zijn privé-eiland het mooist. Vooral omdat hij bij zijn aankomst eerst de groeten kreeg van Salman Rushdie, die hij twee jaar eerder had geïnterviewd.

Even denken, wie is de beroemdste persoon die ik zelf de hand heb geschud? Hoogstwaarschijnlijk Michelle Obama tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Iowa, waar ik voor een schrijversprogramma was. Ik stond toevallig aan de kant waar zij het podium af liep, en terwijl ze mijn hand vasthield had ze zelfs nog een persoonlijk woordje voor me, namelijk dat ik meer groenten moest eten. Huh? Meer groenten? Hoezo? In die tijd hing ik van sla aan elkaar, maar waarschijnlijk dacht zij dat ik een studente van de campus was. Eentje die van de McDonald’s leefde.

De volgende beroemdheid die in me opkomt is de Mexicaanse Guillermo Arriaga, scenarist van onder meer ‘Babel’ en ‘21 Grams’, die onlangs in Nederland was om zijn nieuwe boek ‘De ontembare’ te promoten. We werden allebei geïnterviewd voor het programma Boeken van de VPRO. Hij vond het heel leuk dat ik had geschreven over twee scenaristen.

Want dat is het belangrijkste bestanddeel van zo’n anekdote: iets wat de beroemde persoon over jou zei. Liefst een compliment. En complimenten kreeg ik van de Mexicaan, alleen niet over mijn werk, dat had ie natuurlijk niet gelezen.

Is dit arrogant om op te schrijven of kan dit nog net? Kan nog, toch? Anders is het wanneer de beroemde persoon dood is, en je hebt dat net gehoord. Het opdissen van persoonlijke anekdotes is dan vaak niet zo kies. Terwijl juist die het eerste in je opkomen, en je juist die zo graag wilt delen.

Beeld Olivia Ettema

Toen ik op Facebook las dat Joost Zwagerman dood was, zat ik alleen thuis. Zoals haast iedereen was ik erg van slag door het bericht. Zwagerman vond ik ontzettend aardig en gunnend naar jonge schrijvers toe. Hij was gastschrijver geweest aan de Leidse universiteit in de tijd dat ik daar studeerde. Zeven of acht jaar later, toen ik debuteerde, herkende hij me daar nog van, en ik had hem sindsdien met regelmaat gesproken. En toevallig had hij kort voor zijn dood op mijn Facebookpagina ook nog eens iets lovends over mijn werk gezegd.

Natuurlijk had ik beter iemand kunnen bellen, maar in plaats daarvan schreef ik op mijn Facebookpagina hoe aardig Joost was, en als bewijs daarvan citeerde ik zijn complimenten. In de schrijverswereld zijn complimenten van collega’s nu eenmaal niet zo vanzelfsprekend. Tot ik me de volgende dag realiseerde dat het echt heel raar is om het lijk nog even te laten zeggen dat jij een goede schrijfster bent, en ik met vuurrode kaken dat bericht weer heb verwijderd.

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker om beurten een wisselcolumn over lezen, schrijven en het literaire leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden