Boekrecensie

‘In de schaduw van de meisjes in bloei’ van Proust is fascinerend, maar wel eerst deel 1 lezen

Marcel Proust in 1895 Beeld Wikimedia

Vlotte vertaling van ‘In de schaduw van de meisjes in bloei’ - maar wel eerst deel 1 lezen!

Wie onvoorbereid aan deel 2 van Marcel Prousts beroemde romancyclus begint, zal misschien de indruk krijgen dat hij terechtgekomen is op een feest dat al een tijdje aan de gang is, en waar hij als enige nog niemand kent.

Dus niet zomaar beginnen met het nu net opnieuw vertaalde deel twee ‘In de schaduw van de meisjes in bloei’ maar eerst deel één lezen, is het parool!

Proust is één van de grootste schrijvers uit de wereldliteratuur. Menigeen die zich - soms na enig tegenstribbelen - eenmaal heeft overgegeven aan de lange zinnen vol ironische nuances die het ene perspectief na het andere openen, aan de subtiele psychologische overwegingen en de stroom spitsvondige karakteriseringen, en die de tientallen zeer uiteenlopende personages uit vooral de betere kringen van Parijs in zijn hart heeft gesloten, is voor de rest van zijn leven reddeloos verloren.

Bonte stoet van personages

Weinig is zo heerlijk als op deze lange winteravonden de tijd nemen om weg te zinken in de fascinerende wereld van het Parijs uit de late negentiende en de vroege twintigste eeuw die Proust tot leven brengt met zijn salons, excentriekelingen, begenadigde kunstenaars maar ook eenvoudige zielen.

Alles wordt gezien door de ogen en beluisterd met de oren van de oplettende, vroegrijpe en overgevoelige verteller Marcel. In de zeven dikke delen van de romancyclus volgen wij diens leven en ontwikkeling vanaf zijn vroege jeugd tot aan het moment van de openbaring van zijn schrijverschap. Een bonte stoet personages vergezelt de jonge Marcel op zijn levensweg. Ook van hen volgen wij er heel wat, en wie aan het eind van de roman is gekomen, heeft het gevoel dat hij een hele wereld heeft zien veranderen over een periode van enkele tientallen jaren.

Eén van de zaken die het boek van Proust fascinerend maken, is dat velen van zijn personages zoveel dimensies blijken te hebben. Telkens als ze weer opduiken, verschijnen ze in een ander licht en ontdekken we nieuwe, onvermoede kanten van hun persoonlijkheid, die soms in tegenspraak lijken met hun eerdere gedaante. Deels is dat te danken aan de ontwikkeling van die personages zelf, maar deels ook, laat de schrijver zien, aan de persoon van de waarnemer.

Puberjaren

In de liefde bijvoorbeeld - en daar gaat het bij Proust vaak over - creëren wij “als het ware een extra persoon, die losstaat van de mens die in de samenleving dezelfde naam draagt, een persoon voor wie de meeste bouwstenen aan onszelf zijn ontleend”. Naarmate je meer over Prousts personages te weten komt, worden ze, paradoxaal genoeg, geheimzinniger. De onuitgesproken mogelijkheid dat er in die verschillende personages nog weer andere onbekende lieden huizen, geeft de roman niet alleen mysterie, maar voor de lezer ook het gevoel van een onuitputtelijke psychologische diepte..

Dit tweede deel van de cyclus bestaat uit twee episodes uit de puberjaren van de verteller, elk met de lengte van een forse roman. In de eerste wordt de schuchtere verliefdheid van de verteller op Gilberte, een leeftijdgenote en dochter van de voormalige courtisane Odette Swann, beschreven.

Het tweede deel speelt twee jaar later, wanneer Marcel voor zijn gezondheid met zijn grootmoeder een zomer in de badplaats Balbec doorbrengt. Met veel venijn schildert Proust de vertegenwoordigers van de Parijse en de plaatselijke beau monde, waarvan velen er een dagtaak aan hebben de standsverschillen te (laten) respecteren. Het societyleven is voor hen het voeren van oorlog met andere middelen. Marcel intussen fladdert er van het ene meisje naar het andere, onder wie Alberte met wie hij later een verhouding zal krijgen, en sluit er enkele belangrijke vriendschappen. In beide delen excelleert Proust in het oproepen van verbondenheidsgevoelens tot in hun subtielste details - die bij hem trouwens vaak juist beperkingen van de mogelijkheid tot hechting inhouden.

Goed leesbaar

Het kenmerkt Proust dat zijn verteller steeds zoekt naar het waarom van de veranderlijkheid van de mens. “Modes veranderen omdat ze nu eenmaal zelf voortgekomen zijn uit een behoefte aan verandering.”

Ook het gedrag van de teerbeminde moeder van de verteller is niet vrij van ambivalentie, maar - zo veelvorming kan Prousts ironie zijn - in haar geval biedt dat juist zicht op haar goedhartige karakter: “Aangezien ze niet in staat was om tegen mijn vader te liegen, deed ze haar best om de ambassadeur te bewonderen, zodat ze niet hoefde te veinzen als ze lovend over hem sprak.”

Dat is wat ontluisterend, maar vooral vertederend. Het boek van Proust speelt dan wel in de hoogste Parijse milieus van een dikke eeuw geleden, maar de gevoelens van de personages en de overdenkingen van de schrijver zijn zo universeel dat hij de lezer van nu moeiteloos meesleept.

Eén van de problemen van de vertaler is daarbij wel dat in Prousts standsbewuste maatschappij de aanspreek- en omgangsvormen sterk verschilden van wat we nu gewend zijn. Philippe Noble en Désirée Schyns leggen in een mooi nawoord uit hoe zij dit probleem overtuigend en zorgvuldig oplosten.

De vertalers hebben een vlot leesbare Nederlandse tekst afgeleverd. Slechts een heel enkele maal ontspoort één van Prousts lange kronkelzinnen lichtjes, en lezers die niet vertrouwd zijn met het Vlaams zullen zich wellicht verbazen over de enkele keren voorkomende uitdrukking ‘wel integendeel’, een in het Zuiden van ons taalgebied gangbare letterlijke vertaling van ‘bien au contraire’ waar ik trouwens zelf zo een-twee-drie ook geen kernachtig Nederlands equivalent voor kan verzinnen.

Het was de eerste keer dat ik Proust las in vertaling. Zowel door de stijl als door de ironie, door de lyrische taal die wordt getemperd door ontnuchterende nuanceringen, had ik regelmatig de indruk dat ik een boek van Simon Vestdijk aan het lezen was. En dat was, wat mij betreft, geen bezwaar.

Oordeel: eerlijk en fascinerend, voor lange winteravonden.

Marcel Proust, In de schaduw van meisjes in bloei, Vert. Philippe Noble, Désirée Schyns, (De Bezige Bij); 748 blz. € 25. (Ter gelegenheid van de nieuwe vertaling van deel 2 zijn ook de andere delen van ‘Op zoek naar de verloren tijd’ in herdruk verschenen, in de vertaling van Thérèse Cornips)

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden