null Beeld -
Beeld -

PoëzieJanita Monna

In de overrompelende poëzie van Hans Faverey zijn oefeningen in taal ook oefeningen in leven

Hans Favereys poëzie slijt niet, laat deze bloemlezing zien.

Janita Monna

Voor dichter Hans Faverey (Paramaribo 1933-Amsterdam 1990) zich in 1978 zou laten interviewen door criticus T. van Deel, had hij enkele aantekeningen gemaakt. Onder het kopje ‘intentie’ had hij genoteerd: ‘Als je zelf deel neemt aan dit zich altijd maar door herhalende proces is het niet – althans minder – bedreigend’. Dat hij voorafgaand aan het gesprek zijn woorden al wikte en woog, past een dichter die met uiterste precisie gedichten construeerde waarin zich steeds het ‘herhalende proces’ van verschijnen en weer verdwijnen voltrok. ‘Deze hier maakt een buiging// naar waar niets is;/ pakt het touw op,// rolt het touw op,/ blaast de letters weg// en gaat zelf ook weg.’

Het is nu nauwelijks nog denkbaar dat er ook een periode was zonder Favereys poëzie, toch wisten critici zich er aanvankelijk geen raad mee. Pas met zijn derde bundel, Chrysanten roeiers (1977), volgde de omslag in de waardering, en inmiddels hoort het werk tot het beste wat er in Nederland geschreven is. Uit dat oeuvre stelde oud-hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Marita Mathijsen Verborgen in het zichtbare samen, een bloemlezing die de uniciteit van het werk en de ontwikkeling ervan – van de haast abstracte, talig beknopte vroege gedichten naar het meer open, toegankelijker latere werk – toont in al zijn veelkantigheid.

Spel van verschijnen en verdwijnen

Wat opnieuw opvalt is hoe helder deze poëzie is, hoe elke ruis eruit weggeschreven is. En evengoed hoe geestig het kan zijn door de prikkelende botsing van woorden.

Als uit het rechteroog
een mollesnoet komt kijken,
moet uit het linkeroog ook
een specht kunnen opvliegen.

Toch is het niet de taal alleen, is het meer dan het spel van het gedicht dat op de pagina verschijnt en er weer in verdwijnt. Dat Favereys poëzie, waarin mythologie, ­filosofie, beeldende kunst, muziek meeklinken, zo kan overrompelen komt doordat de ‘oefeningen in taal’ ook ‘oefeningen in leven’ zijn. Van de ongrijpbare, vluchtige sensaties die de liefde teweeg kunnen brengen, bijvoorbeeld: ‘ik zag/ enkele wervels,/ raakte toen snel// haar ruggegraat aan’. Tot uiteindelijk het definitieve afscheid, meest aangrijpend verwoord in zijn laatste bundel, die verscheen kort voor hij stierf.

In de interview-aantekeningen noteerde de dichter: ‘Door lang houdbaar te zijn, slijt gedicht dat goed is minder snel/niet’. ­Favereys werk slijt niet. Integendeel. Met ­iedere lezing glanst het meer.

null Beeld
Beeld

Hans Faverey
Verborgen in het zichtbare. Een keuze uit de gedichten
Samengesteld door Marita Mathijsen
De Bezige Bij;
176 blz. € 22,99

‘Jij maakt van mij iets wat ik niet ben.’

Zij moest zich toen bukken

om iets op te rapen; ik zag
enkele wervels,
raakte toen snel

haar ruggegraat aan.

Zij rilde; draaide zich om,
richtte zich op;
groet lachend

en is weg.

Hans Faverey

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden