Reportage 100 jaar radio

‘In de nacht is radio intiemer en persoonlijker’

Twee nachten in de week presenteert Jacob de Vries ‘Focus’, een wetenschaps- en geschiedenisprogramma. Beeld Maartje Geels

Vandaag is het precies een eeuw geleden dat de eerste Nederlandse radio-uitzending de ether inging. Trouw ging op bezoek bij ‘Focus’, dat elke werkdag tussen twee en vier uur ’s nachts wordt uitgezonden op NPO Radio 1. Wat bezielt nachtbrakende radiomakers?

Etage na etage is het doodstil. In het NPO-gebouw op het Hilversumse Media Park zijn de bureaus verlaten, vrijwel alle lichten uit en de gangen leeg. Maar wie de redactievloer van verdieping twee opstapt, stuit bij de studio’s van Het Radiohuis plots op leven. “Goedenacht, twee minuten over twee en fijn dat je luistert naar ‘Focus’”, klinkt er de stem van Jacob de Vries. “Hou jij van bloemkool? Ik wel. Lekker met kerriesaus, een gehaktballetje erbij. Maar de vraag is vannacht: houd ik ook van genetisch gemodificeerde bloemkool?”

Twee nachten in de week presenteert De Vries (34) Focus, een wetenschaps- en geschiedenisprogramma dat iedere werkdag tussen twee en vier uur ’s ochtends te beluisteren is op NPO Radio 1. “Het eerste uur maken we de inhoud zelf. Zo schoof vannacht onder meer de toekomstig directeur van InScience Film Festival aan om te vertellen over genetische modificatie, het thema van dit jaar. Het tweede uur herhalen we reportages, documentaires en podcasts, zoals net ‘De Spaak’, over fietsen.”

Nachtradio is een halve eeuw geleden ontstaan. De eerste vijftig jaar na de eerste Nederlandse radio-uitzending was het ’s nachts stil in de ether. Na het laatste programma van de publieke omroep klonk het ‘Wilhelmus’ en dat was dat. Maar begin jaren zeventig besloot het kabinet-Biesheuvel dat Hilversum permanent een etherfrequentie open diende te hebben, zodat de overheid de bevolking ook na bedtijd kon toespreken wanneer zich plots een kernoorlog, watersnood of een andersoortige ramp aandiende.

Veel radiozenders draaien voorgeprogrammeerde muziek wanneer Nederland op een oor ligt. Maar op Radio 1, Radio 2, 3FM, 538 en Qmusic zit er ’s nachts een presentator achter de microfoon. “NPO Radio 1 zou kunnen volstaan met herhalingen, zolang er maar iemand is voor het geval Beatrix overlijdt of iets dergelijks. Maar dat is mijn eer te na, ik zou dat als minachting van de luisteraars beschouwen.”

Aan het harde werken van nachtradiomakers is relatief weinig eer te behalen. Tussen middernacht en zes uur ’s ochtends zetten zo’n 113.000 mensen de radio aan, zo blijkt uit de nieuwste cijfers van het Nationaal Luister Onderzoek. Naar Focus luisteren gemiddeld 13.000 personen die de slaap niet kunnen vatten, of net als De Vries ’s nachts werken: vrachtwagenchauffeurs, artsen en beveiligers.

Gasten voor Focus zijn moeilijk te strikken. “Wie wil er nu om twee uur ’s nachts naar deze studio komen? Niet iedereen heeft zoveel energie als ik.” De Vries drinkt thee. En een pakje chocomel, vlak voor de uitzending. “Dat is mijn vaste ritueel. Maar koffie heb ik niet nodig, ik ben als kind in een emmer Red Bull gevallen.” Inderdaad is de presentator op geen enkele geeuw te betrappen. Met zijn handen druk gebarend ondervraagt De Vries kunstenaar Tom Kortbeek. Hoe heeft hij zijn muziekcompositie van planten gemaakt? En heeft elk gen een ander soort toon?

“Natuurlijk denk ik soms: wat doe ik mezelf aan?”, erkent De Vries. “Ik ben een avondmens, maar niemand is gemaakt voor de nacht. Nachtradio is topsport. Het vergt offers: mijn sociale leven staat op een laag pitje, ik zou mijn vriendin graag vaker zien. En ik moet gezond eten en bewegen, anders lukt het me niet. Vandaag, of gisteren eigenlijk, kwam ik om zeven uur ’s avonds thuis van kantoor. Ik at wat, heb drie onrustige uurtjes geslapen - ik heb me een keer verslapen en ben als de dood dat dat nog eens gebeurt - en om half een kwam ik hier binnen. Tegen zessen lig ik in bed en om elf uur treed ik hier weer aan.”

Focus is te beluisteren van twee tot vier uur ’s ochtends. Beeld Maartje Geels

Zendingsdrang

Naast het presenteren van Focus heeft De Vries een fulltimebaan als online contentmanager bij NPO Radio 1. “Het is een beetje gek, maar straks zit ik hier met die pet op. Ik maak ook geen deel uit van de redactie van Focus, ben enkel presentator.” Wat er in het programma te horen is, wordt overdag bedacht door vier andere mensen. “Focus wordt voor een appel en een ei gemaakt. Beurtelings presenteren we en wie ’s nachts niet achter de microfoon zit, doet overdag redactiewerk. Behalve ik dus. Dat kan gewoon niet.”

Ondanks de lange dagen en korte nachten peinst De Vries er niet over te stoppen. “Ik moet radio maken, ik kan niet anders. Mijn vriendin zegt dat Friezen als ik zendingsdrang hebben, wij laten graag van ons horen. En de nacht is een springplank. Hier kun je meters maken, fouten maken, dingen doen die overdag ondenkbaar zijn. Zo kan ik op het laatste moment van onderwerp veranderen en iemand een uur lang laten doorpraten als ik wil. Waanzinnig toch? ’s Nachts heb je veel meer vrijheid, radio is minder gejaagd en geformatteerd dan overdag. Ik weet van tevoren nooit precies wat er die uitzending gaat gebeuren.”

Al trekken presentatoren overdag meer luisteraars, volgens De Vries wordt de radio ’s nachts wel met meer aandacht beluisterd. “Als het buiten licht is, luistert het publiek vaak met een half oor. De radio staat aan tijdens het werk, koken of fietsen, het is vooral behang. ’s Nachts wordt radio intiemer en persoonlijker, ik houd de luisteraar gezelschap in het donker.”

De magie van de nacht wordt duidelijk wanneer na Focus om vier uur ‘Gaan!’ begint, een radioprogramma over de actualiteit, waarin luisteraars kunnen bellen met vragen en opmerkingen. De telefoon gaat non-stop. Arie beklaagt zich over de traagheid waarmee de politie bij een ongeval arriveert en Trees wil gemeenten oproepen bijstandsuitkeringen vóór de kerst uit te betalen.

“Soms zitten er beschonken types of andere grappenmakers tussen, vaak eenzame mensen en paradijsvogels”, legt De Vries uit. “Wie je bent, maakt niet uit, in het holst van de nacht is iedereen gelijk. Ik val bij Gaan! weleens in. Nog meer dan bij Focus voel ik me dan verbonden met de luisteraars, vooral door de nacht. Die schept een band tussen het kleine clubje dat nog of al wakker is. Raar hè? Ja, je moet wel een beetje gek zijn om nachtradio te maken.”

Het is lastig om gasten te strikken voor Focus. Beeld Maartje Geels

Nederland is nog altijd aan de radio gekluisterd

Vandaag is het precies een eeuw geleden dat de eerste Nederlandse radio-uitzending de lucht inging. Vanuit zijn woning in Den Haag maakte ingenieur Hanso Idzerda op 6 november 1919 een soirée musicale openbaar. Beginnend met de mars ‘Turf in je ransel’ gingen om acht uur ’s avonds tien muziekstukken de ether in. Of muziekstukjes eigenlijk: omdat ze op een 78-toerenplaat moesten passen waren ze kort. Zo’n tweeduizend radioamateurs hoorden de platen.

Het jubileum viert Radio 1 met zijn luisteraars vandaag met de bekendmaking van De Onvergetelijke Luisterlijst, een reeks van de honderd belangrijkste radiofragmenten uit de afgelopen eeuw. In het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid wordt het boek ‘De radio, een cultuurgeschiedenis’ van mediahistoricus Huub Wijfjes gepresenteerd en is er een symposium over de toekomst van de radio.

Bestaat de radio over honderd jaar nog steeds? Nadat in 1924 de verzuilde omroepen werden opgericht, is de ondergang van het medium vele malen voorspeld. Toen piratenzenders als Noordzee en Veronica in de jaren zestig opkwamen bijvoorbeeld, toen de commerciële omroep in 1992 werd gelegaliseerd, en dankzij de komst van de kabel en nieuwe FM-technieken aparte zenders voor ieder type muziek gemaakt konden worden, van klassiek tot de Volendamse palingsound.

Maar met name de doorbraak van de televisie deed radiomakers beven, net als de opmars van de smartphone nu. Die zou het radiotoestel verdringen: de algoritmes van streamingdiensten als Spotify zijn nu zo geavanceerd dat luisteraars geen radio-dj’s meer nodig hebben om hen te attenderen op gave muziek. Met podcasts over de meest uiteenlopende onderwerpen zijn programma’s als ‘Vroege Vogels’ en ‘Mangiare!’ niet langer uniek.

Toch is radio vooralsnog de populairste luisteractiviteit, zo blijkt uit de nieuwste Audiomonitor, een enquête van het Nationaal Luister Onderzoek onder ruim 5000 respondenten van 13 jaar en ouder. Gemiddeld luisteren zij 144,7 minuten per dag naar de radio, 0,3 minuten meer zelfs dan twee jaar geleden. Live-radio wordt vooral beluisterd op traditionele apparaten, zoals de stereo-installatie, de autoradio en de draagbare radio. Via internet wordt veel minder afgestemd op de radio.

Hoewel Nederlanders nagenoeg even vaak naar Radio 2, 3FM en 538 luisteren, is de ‘totale audiotijd’ de afgelopen twee jaar gestegen naar gemiddeld 202 minuten. Vooral streamingdiensten zijn in trek: ruim de helft van de tijd dat mensen naar muziek of het gesproken woord luisteren op hun mobiel, doen zij dat via Spotify of vergelijkbare diensten. Ook is de podcast in opkomst: vijf miljoen Nederlanders zeggen regelmatig een aflevering af te spelen.

Lees ook:
Radio-dj’s kunnen de zender maken of breken

Gezichtsbepalende dj’s zijn hun salaris waard, stellen radio-experts. Zíj zijn het die luisteraars trekken én houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden