Review

In de loge waren Joden en zwarten iets minder gelijk

Gelijkberechtiging van Joden heeft onder Nederlandse en Duitse vrijmetselaars nogal wat voeten in de aarde gehad. Dat is vreemd, met het maçonnieke ideaal van gelijkwaardigheid.

Ab Caransa (1928) is lid van de liberaal-joodse gemeente en al 35 jaar actief als vrijmetselaar. In zijn 'Vrijmetselarij en jodendom' beschrijft hij de houding van de Nederlandse en Duitse vrijmetselarij jegens de Joden, de aantijgingen van Joodse dominantie van de vrijmetselarij, de verhouding tussen vrijmetselarij en de Joodse traditie en de vrijmetselarij in Israël.

Al sluiten de oprichtingsstatuten van de vrijmetselarij Joden niet uit, in de praktijk waren er toch veel hindernissen. Caransa noemt verschillende Nederlandse loges die in de achttiende en negentiende eeuw Joodse aspirant-leden hebben geweerd. Geleidelijk worden ze dan toch als gelijken geaccepteerd. In Duitsland ging dat veel lastiger; daar was het Joden uitdrukkelijk verboden lid te worden. Velen weken uit naar Nederland omdat zij, als ze eenmaal ingewijd waren, het recht hadden ook de Duitse loges te bezoeken -hoewel ook dit een bron van voortdurende twist vormde tussen de maçonnieke organisaties.

Vooral Pruisische loges dwarsboomden toetreding van Joden, zelfs van hen die zich tot het christendom bekeerden. In het Derde Rijk bleef elke solidarisering met de Joden uit. Ondanks verwoede pogingen om aan de eisen van de nazi's te voldoen, verboden de nazi's de Duitse vrijmetselarij. Omdat politieke twistgesprekken uit den boze waren, was bespreking van de Duitse situatie door Nederlandse maçons taboe. Wie het toch deed werd door het bestuur teruggefloten. Door de aanwezigheid van vrijmetselaars met rechts-radicale sympathieën werd vanuit de loges nooit gereageerd op de campagnes en verdachtmakingen vanuit de NSB. Nadat de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen, stuurde de voorzitter van het Nederlandse hoofdbestuur een brief aan de bezetter. Hij vroeg om toelating voor de loge-activiteiten en accepteerde bij voorbaat alle voorwaarden. Dit verzoek werd nooit beantwoord en de loges moesten ook in Nederland hun deuren sluiten.

Ruim 60 leden werden bij een interne zuivering na de Tweede Wereldoorlog geroyeerd. Ook de Duitse vrijmetselarij zuiverde, maar dit bleek niet overal even grondig omdat enkele voormalige SS'ers lid mochten blijven of zelfs werden toegelaten.

In Duitsland is de laatste jaren schoorvoetend meer openheid over de duistere geschiedenis van de Duitse vrijmetselarij gekomen, maar in Nederland is er buiten dit boek nog maar weinig aandacht aan geschonken. De strijd voor gelijkberechtiging van joden in de vrijmetselarij is nog niet helemaal gestreden. In de zogeheten Zweedse ritus -die in Denemarken, Noorwegen, Zweden, en gedeeltelijk in Finland en Duitsland van kracht is- wordt het christelijk geloof nog steeds verplicht gesteld voor de leden. Het hooggestemde maçonnieke ideaal van de gelijkwaardigheid van alle mensen werd door de loges zelf niet in de praktijk gebracht.

Het falen van de vrijmetselarij bij de emancipatie van achtergestelde groepen in de maatschappij blijkt verder uit de stiefmoederlijke behandeling die zwarte loges ontvangen van blanke loges in de Verenigde Staten. Omdat zwarten geen lid kunnen worden van de blanke loges aldaar, richten zij aparte loges op. Deze worden echter niet erkend door de blanke vrijmetselarij. Caransa belicht ook het gebrek aan maatschappelijk engagement in de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Aan de discussie over de toelating van vrouwen tot de loges wordt nauwelijks aandacht besteed.

In de overige hoofdstukken bespreekt Caransa minder problematische aspecten van de vrijmetselarij. Ondanks de christelijke oorsprong is er toch een zodanige verwantschap met de Joodse symboliek en traditie dat het voor Joden mogelijk is zich in de vrijmetselarij te herkennen en actief te zijn. In tegenstellig tot de kerken hebben Joodse religieuze kringen vrijwel nooit bezwaar gemaakt tegen de vrijmetselarij.

Aandacht is er ook voor de geschiedenis van de 'Protocollen van de wijzen van Zion'. Joden en vrijmetselaars streven volgens deze vervalsing naar de wereldheerschappij. Het was een belangrijk propagandamiddel voor de nazi's. Het hoofdstuk hierover wordt echter ontsierd door enkele onnauwkeurigheden, zoals onjuiste jaartallen en namen. Ondanks deze onvolkomenheden is dit het eerste boek in het Nederlands dat aandacht geeft aan deze geschiedenis en alleen daarom al is het een belangrijke aanwinst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden