Review

IN DE GREEP VAN DE MELANCHOLIE/Tessa de Loo drukt Byrons spoor in Albanië

In de voetsporen van de Engelse romantische dichter Lord Byron (1788-1824) en zijn vriend Hobhouse trok Tessa de Loo in 1996 door Griekenland en Zuid-Albanië. Bijna twee eeuwen liggen er tussen haar reis en de 'grand tour' van het tweetal die begon in 1809. Hun 'Bildungsreis', toen gebruikelijk voor jongeren uit welgestelde kringen, leidde niet naar het obligate Italië, maar naar landen als Portugal, Griekenland en Albanië. Deze niet alledaagse onderneming zou een beslissende wending geven aan de tot dan toe wat moeizaam verlopende carrière van Byron. De oriëntaalse grandeur die hij aantrof in de Albanese uithoek van het Ottomaanse Rijk, zou hem namelijk inspireren tot het dichten van de eerste twee canto's van 'Childe Harold's Pilgrimage' die hem immens populair maakten.

In Albanië, het vroegere domein van de intrigerende Ali Pasja - ten tijde van Byrons grand tour al een politiek roerig gebied - ging De Loo met twee Byron-kenners, de Albanese professor Karagjozi en de Nederlandse historicus Daniël Koster, op zoek naar tastbare herinneringen aan zijn aanwezigheid. Met de reisbeschrijving van Hobhouse in de hand werd er te voet, te paard en per auto een streek verkend die nauwelijks minder onherbergzaam bleek dan tweehonderd jaar geleden.

'Een varken in het paleis' is Tessa de Loo's verslag van deze tocht waar maagpijn, smerige poepdozen, bedorven schapenvlees en andere ongemakken getrotseerd worden om zich onder te kunnen dompelen in het verleden.

De Loo's verlangen de afstand in tijd en ruimte te slechten die haar scheidt van haar dode dichter, krijgt tijdens deze reis zijn beslag in het bezoek aan de bouwvallige overblijfselen van huizen, kloosters en paleizen. De behoefte om daar te beleven wat Huizinga de 'historische sensatie' noemde, dat moment van ongewone luciditeit waar het verleden in een flits die de jaren weg doet smelten present wordt, vormt de rode draad in dit nogal hybride boek. Want De Loo heeft met 'Een varken in het paleis' zowel een zelfreflectief reisverslag als een biografie en tijdsdocument willen schrijven.

Wie zulke pretenties waar wil maken zonder te blijven steken in een moeras van clichés en platitudes moet wel van goeden huize komen. Helaas kon De Loo geen weerstand bieden aan de zuigkracht van quasi-intellectueel geneuzel en sensationele faits divers. Nu is dat waarschijnlijk ook onvermijdelijk bij een auteur die de uitlating van Byron 'Ik ben altijd godsdienstiger op een zonnige dag' kwalificeert als zijn “ongerijmdste, leukste en misschien wel diepzinnigste uitspraak”.

De ondiepte van dit reisverslag wordt al zichtbaar in het voorwoord waar De Loo, beginnend met een familiair 'Mijn beste George', aan een Byron in het hiernamaals vertelt hoe roerig het tijdperk wel niet is waarin wij leven, met een in duigen vallende Muur en Trabantrijdende Oost-Duitsers die, met de dollartekens in hun ogen, zich verkopen aan het grootkapitaal.

Ook citaten uit het werk van de grote Albanese auteur Ismail Kadare of verwijzingen naar Armando's metafoor van 'schuldige landschappen', kunnen het ontstellende gebrek aan diepgang niet maskeren dat in 'Een varken in het paleis' gedemonstreerd wordt. In elk geval zou een literaire pelgrimage door het post-communistische Albanië, meer moeten kunnen opleveren dan een reeks oppervlakkige beschrijvingen van ontbrekend comfort, arme Albanezen, westers schuldgevoel en een onbevredigd hunkeren naar een sprookjesachtige oosterse cultuur.

Het reisverslag van Tessa de Loo is in dit opzicht typisch het verhaal van een West-Europese schrijfster die oostwaarts gaat, richting de Oriënt dat van oudsher het vertrouwde projectiescherm vormt voor westerse behoeftes en frustraties. Uit 'Een varken in het paleis' blijkt dat ze zich hier in een goed gezelschap bevindt. De '1000 en een nacht sfeer' aan het hof van Ali Pasja, een geboren autocraat die met het zwaard in de ene hand en belastingheffingen in de andere de orde in zijn rijk handhaafde, oefende een grote aantrekkingskracht uit op Byron.

De Loo noemt zelf nog meer overeenkomsten als ze in haar psyche graaft om haar oude teenage idolatrie voor de 'sanguinische' melancholicus met zijn complexe natuur en grillige levenswandel, aan een onderzoek te onderwerpen. Zo is er de wens even wild en meeslepend te leven als de womanizer en rusteloze zwerver Byron. Maar gezien de tuttigheid die de schrijfster tentoonspreidt tijdens de tocht, zal dat er wel nooit van komen.

Een andere waarschijnlijk meer diepgaande overeenkomst die de onzichtbare ruggengraat vormt van 'Een varken in het paleis', is het melancholische verlangen naar een luisterrijk verleden. Dit verlangen dat een ontheemd zijn in de eigen tijd verraadt, kan als een van de meest wezenlijke drijfveren van Byron beschouwd worden. In de greep van de melancholie, de ziekte van de herinnering, van het verval en het verlies zou hij zijn levenlang gefascineerd zijn door plaatsen waar het verleden zich geaccumuleerd leek te hebben.

Dat die fascinatie niet tot een verlamming van zijn wil leidde, demonstreert Byrons engagement voor de vrijheidsstrijd van de Grieken en de Italianen uit zijn dagen. Zoals de historicus Jo Tollebeek schrijft in zijn essay 'De waarheid van de geschiedenis' (1993), vloeide dat engagement logisch voort uit het contrast dat hij waarnam tussen de grandeur van het verleden, in Venetië, in Griekenland, en de armzalige realiteit van het heden.

Byrons gevoeligheid voor de 'historische suggestie' waarover Tollebeek rept, moet sterker zijn geweest dan het vermogen van zijn fan om zich over te geven aan de sensatie die Walter Benjamin, de Duits-joodse denker, omschreef als een blitzartige herkenning. Aan deze ervaring ligt in feite projectieve identificatie ten grondlag, want zonder kennis van het verleden kan de 'historische sensatie' natuurlijk nooit totstandkomen. Het contact met wat ooit geweest is op plaatsen of door voorwerpen die omgeven zijn met het aura van het verleden, moet daardoor vroeg of laat ook tot ontgoocheling leiden. Het is eigenlijk een beetje vergelijkbaar met het vinden van zelf-verstopte paaseieren.

Zoals De Loo's ervaring was op haar reis, werkt het contrast tussen de schamele restanten van het verleden waaruit alle leven geweken is en de vroegere glorie onvermijdelijk ontnuchterend. Het huis-, tuin- en keukenzwijn dat ze aantreft aan het einde van haar pelgrimstocht in het Paleis van Ali Pasja, krijgt zo bedoeld of onbedoeld symbolische trekjes.

De tocht van Tessa de Loo langs de loci memoria, de plaatsen die de herinnering vasthouden aan Byron, maakt verder duidelijk dat zijn nagedachtenis alleen nog springlevend is in het collectieve geheugen van de Grieken. De Franse historicus Pierre Nora schreef in zijn 'Entre mémoire et histoire' (1984) dat wanneer collectieve herinneringen met de opeenvolgende generaties dreigen te verdwijnen uit gemeenschappen, ze voor hun behoud een materiële, concrete basis nodig hebben.

De treurige ervaring die De Loo in Albanië maakt, is dat zonder menselijke hoeders van de herinnering ook de 'loci memoria' hun zin verliezen. De beelden, ontleend aan de reisbeschrijvingen van de dichter en zijn vriend, waarmee Tessa de Loo hun doodsheid probeert te verdrijven en de schim van Byron vlees en bloed te geven, kunnen dat niet verhullen. De realiteit van het heden dringt zich hier onvermijdelijk op.

Dichter dan door het bezoek aan de 'loci memoria' blijkt De Loo bij Byron te komen door de tegenslagen onderweg. Dat neemt onbedoeld vaak lichtelijk hilarische vormen aan. Maagpijn, overgehouden aan een copieuze maaltijd, voert de schrijfster naar de chronische ingewandstoornissen waar Byron aan leed, een logisch gevolg van zijn buitensporig gist- en koolzuurrijke dieet. Gelukkig is deze vorm van gedenken niet overdraagbaar op de lezer, al is het niet ondenkbeeldig dat die het zuur krijgt van de talloze anekdotes over Byrons eet-, drink- en vrijgewoontes. Wat al die voorbeelden illustreren, van zijn vreemde vegetarische dieet tot de schier ontelbare reeks minnaressen die hij erop na hield, is dat Byron heen en weer weer geslingerd werd tussen hedonisme en masochisme.

Voor Tessa de Loo is deze man van extremen een raadsel gebleven. En tegen dit raadsel is ook een historische sensatie niet tegen opgewassen, zoals maar al te duidelijk blijkt uit 'Een varken in het paleis'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden