Opinie

In de geest van Diaghilev

100 jaar na de oprichting van Les Ballets Russes komt Het National Ballet met een eerbetoon aan dit legendarische gezelschap.

Natuurlijk had Het Nationale Ballet een ’gewoon’ historisch retrospectief kunnen wijden aan Les Ballets Russes, zegt artistiek directeur Ted Brandsen. „Maar is het niet veel interessanter om het honderdste geboortejaar van de revolutionaire groep aan te grijpen om haar betekenis voor het ballet naar het hier en nu te trekken?”

Daarom brengt het Amsterdamse balletgezelschap een drieluik met de twee bestaande sleutelstukken die een geheel nieuwe interpretatie van een Ballets Russes-werk omarmen. Brandsen: „Tezamen representeren de drie werken het artistieke elan van wat de groep, onder leiding van impresario Serge Diaghilev, de wereld heeft gebracht.”

Het programma opent met Mikhail Fokine’s ’Les Sylphides’ uit het beginjaar 1909 en eindigt met George Balanchine’s ’De verloren zoon’ uit Diaghilevs sterfjaar 1929, waarna de groep uiteenviel. Daartussen ’staat’ een hedendaagse interpretatie van choreograaf Krzysztof Pastor, deels gebaseerd op het exotische spektakelstuk ’Sheherazade’ uit 1910 van Fokine. Brandsen benadrukt: „In de geest van Diaghilev, vanzelfsprekend.”

Les Ballets Russes staan voor een periode van artistieke explosie die zijn weerga niet kent. Onder leiding van de Rus Serge Diaghilev werden creatieve geesten – choreografen, dansers, componisten en beeldend kunstenaars – gekoppeld in de idee van het ’gesamtkunstwerk’, Wagners ’ideale samenspel der kunsten’.

Aanloop hiertoe is een vrijere ontwikkeling in de tonaliteit en ritme van de muziek, die analoog loopt aan de noodzaak eens flink het poetsdoekje door het imperialistische ballet te halen. Diaghilev ontpopt zich – met brandpunt Parijs als artistiek honk – als pionier in het toepassen van nieuwe muziekstijlen.

Met componisten als Strawinsky, Ravel en Prokovjev draagt hij zo bij aan de ontwikkeling van het moderne ballet. Zijn patriarchisch leiderschap – beroemd om zijn uitstekende smaak, meesterlijke gave voor netwerken en berucht om zijn alles verterende daadkracht – leidt tot de creatie van sterren: Anna Pavlova, Vaslav Nijinski – dansers die wereldwijd op handen worden gedragen.

Brandsen: „Diaghilevs ongebreidelde energie voerde de groep met tournees door Europa, de beide Amerika’s. Er ontstond voor het eerst in de geschiedenis een globaal gevoel voor ’goede smaak’.”

Dat universele smaakgevoel wordt verder gevoed door historische ontwikkelingen. Door de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie raakt Diaghilev vervreemd van zijn Russische roots; hij richt zich op samenwerking met kunstenaars uit andere Europese landen. Brandsen: „Gelijk daaraan kreeg Diaghilev steeds meer interesse in opkomende avant-gardebewegingen. Hij deed steeds meer moeite deze kunstenaars aan zijn gezelschap te binden.” ’Wie niet vooruit gaat, gaat achteruit’, luidt zijn credo.”

Vanaf 1917 leidt dat tot creatieve amalgamen met kunstenaars als Pablo Picasso, Henri Matisse, Max Ernst en Léon Bakst. Maar dat is nádat hij samen met Strawinsky en zijn protegé en minnaar Nijinsky met het ’schandaalstuk’ ’Le sacre du printemps’ in 1913 een artistieke vlaggenstok in het Parijse culturele klimaat heeft geplant.

Met Diaghilevs dood in 1929 waaieren de LBR-leden over de wereld uit. Ex-danseres Ninette de Valois sticht The Royal Ballet, haar LBR-collega Marie Rambert richt de Rambert Dance Company op, tot op heden toonaangevende gezelschappen. De prachtige LBR-danser Serge Lifar zet de latere herleving van het ballet van de Parijse Opéra op zijn naam en George Balanchine staat met zijn New York City Ballet aan de bakermat van de Amerikaanse ballettraditie.

„De infrastructuur in de balletwereld is door LBR bepaald, tot op de dag van vandaag”, aldus Brandsen. „Bijna elk gezelschap, elke school is wel tot een van de LBR-leden te herleiden. In artistieke zin is de nalatenschap enorm. Hoe zou het ballet vandaag eruit hebben gezien zonder het werk van LBR-nazaat Balanchine? Ondenkbaar.”

Ook de LBR-choreograaf Mikhail Fokine is van onschatbare waarde voor de ontwikkeling van het ballet geweest, stelt Brandsen. „Zijn ’Les Sylphides’, in dit Holland Festival-programma gepresenteerd, is niet alleen nog immer wonderschoon, het wordt ook gekoesterd als het allereerste écht abstracte ballet. Het is ontdaan van narrativiteit en focust puur en alleen op harmonie, symmetrie, constructie en muzikaliteit. De geboorte van het muziekballet; de lijn is hier vandaan direct door te trekken naar werken van Balanchine en, later, naar balletten van een choreograaf als Hans van Manen.”

Balanchine’s ’De verloren zoon’ heeft een universele dramatische zeggingskracht, stelt Brandsen. „Het is een coming-of-age-drama waarin een jongeman zich wil ontworstelen aan zijn ouders. Maar hij wordt verleid tot de geneugten des levens en keert beroofd van zijn idealen terug naar het liefdevol ouderlijk nest.” Een zwaar moralistische strekking, inderdaad, beaamt Brandsen. „Het gaat, vertaald naar het heden, over de downside van seks, drugs en rock-’n-roll. Dat kan in het liberale tijdperk waarin wij leven tot stevige discussies leiden: ’wordt die jongen niet té erg gestraft voor iets wat gewoon bij de jeugd hoort?’ In die zin past dit werk thematisch helemaal bij deze tijd.”

Een heel directe vertaling van LBR naar het heden werd gezocht in een nieuw werk dat deels stoelt op Fokine’s ’Sheherazade’, een ballet dat in 1910 tot een ware sensatie leidde. Brandsen: „’Sheherazade’ was in 1910, geheel in de geest van die tijd, een proeve van exotisme. Kaliefen, slaven, buikdanseressen; de Arabische cultuur stond voor het verbodene, het seksuele, en alles werd in het Westen als even spannend ervaren. Door het vele gebruik van mime in de oerversie zou een reconstructie voor ons niet interessant zijn geweest.”

Huischoreograaf Krzysztof Pastor laat zich daarom op Rimsky-Korsakovs gelijknamige compositie, aangevuld met ’Asie’ uit Ravels liederencyclus ’Sheherazade’, leiden door hoe wij in déze tijd tegenover de Arabisch-islamitische cultuur staan. Juist nu er steeds meer Nederlanders met een islamitische achtergrond zijn is het relevant je af te vragen hoe culturen zich tot elkaar verhouden.”

Een politieke strekking? Brandsen vindt dat ballet daar niet echt geschikt voor is. „Maar het is voor choreografen wél interessant om vanuit het klassieke medium en vanuit een klassieke stijl te onderzoeken of maatschappelijke kwesties betekenis voor zijn/haar werk kunnen hebben.”

De LBR-filosofie van het gesamtkunstwerk is in Pastors hedendaagse interpretatie niet echt gehandhaafd gebleven, erkent Brandsen. „Dansmakers willen tegenwoordig heel hecht betrokken zijn bij álle facetten van een productie. Ze geven niet graag onderdelen uit handen. Wel zijn er plannen om in de toekomst vaker met bekende kunstenaars samenwerkingsverbanden aan te gaan; gelijk opgaan binnen een thema. De geest van Ballets Russes leeft voort.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden