Boekrecensie

In de frisse vertaling van Hans Boland blijkt ‘Misdaad en straf’ van Dostojevski niet alleen maar pittig existentieel getob

Duitse acteur Jens Harzer speelt Raskolnikov bij een toneelversie van Misdaad en straf.  Beeld AFP
Duitse acteur Jens Harzer speelt Raskolnikov bij een toneelversie van Misdaad en straf.Beeld AFP

In de frisse vertaling van Hans Boland blijkt ‘Misdaad en straf’ niet alleen maar pittig existentieel getob.

Sofie Messeman

Over ‘Misdaad en straf’ is al veel geschreven. Liters inkt zijn gevloeid over het buitensporige nihilisme van protagonist Rodion Romanovitsj Raskolnikov, de arme student die ‘zomaar’ een oude woekeraarster en haar halfzus vermoordt. De analyses hebben een beeld achtergelaten van ‘Misdaad en straf’ als een loodzwaar boek vol grote ernst en nihilisme. Maar niets is minder waar: in Hans Bolands nieuwe vertaling, én in goede negentiende-eeuwse traditie, pakt het boek uit als een bijzonder levendig relaas, niet alleen van de moord, maar ook van talloze andere gebeurtenissen die losjes met elkaar verweven zijn. Het geanimeerde komen en gaan van de meest diverse personages, elk met eigen verhalen en streken, zorgt voor zoveel pittige afwisseling dat van zwaarte geen sprake is. Bovendien schildert Dostojevski zijn personages zowel uiterlijk als innerlijk met zoveel bravoure dat ze fascineren in hun schilderachtigheid.

‘Misdaad en straf’ is een ‘detectiveverhaal’. Lang voordat het genre officieel bestond, slaagde Dostojevski erin alle procedés ervan in stelling te brengen. Daarbij is hij, zoals vertaler Boland uitlegt in zijn gelijk met de roman verschenen essay over de Russische schrijver, meester in het uitstellen van informatie. Als Raskolnikov de moord op de pandjesweduwe heeft gepleegd, bijvoorbeeld, keert hij toch nog terug om zich ervan te vergewissen dat de vrouw ‘echt dood is’. Vervolgens lukt het hem niet om te ontsnappen omdat er plots bezoek opdaagt. Van lieverlee doet hij dan maar de deur op slot. Of hij zal kunnen ontkomen, blijft lange tijd in het ongewisse. Het is een lange, spannende passage met veel verwikkelingen, die de zenuwen van de lezer tot het uiterste op de proef stelt.

Het hele misdaadverhaal beleven we puur vanuit het hoofd van de moordenaar. We zijn getuige van zijn groeiende angst voor ontdekking, die uitmondt in een paranoïde geestestoestand die hem dingen doet zien en horen die er niet zijn. “Maar als ik het me allemaal nu eens verbeeld, dacht hij. Als het spookbeelden zijn en ik me domweg vergis en me voor niets boos maak? Als ik gewoon uit gebrek aan ervaring mijn meelijwekkende rol niet volhoud, wat dan?”

Inspecteurstechnieken

Zijn mentale staat doet hem ongevraagd details prijsgeven die hij niet wil of mag verklappen op risico van ontmaskering. Grandioos in dat verband is de passage waarin hoofdrechercheur Porfiri Petrovitsj een kat-en-muisspel speelt met Raskolnikov, die niet eens officieel ‘voor ondervraging’ is uitgenodigd, maar zichzelf van lieverlee als ondervraagde - zelfs beschuldigde - naar voren schuift. De reactie van Porfiri is doortrapt: hij doet alsof zijn neus bloedt. Tegelijk begint hij Raskolnikov al zijn ‘inspecteurstechnieken’ te verklappen. Hij lijkt over een abstracte beklaagde te spreken, niet over de man die voor hem zit.

Auteur F.M. Dostojevski Beeld
Auteur F.M. Dostojevski

Het is een geweldige scène, die zowel de protagonist als de lezer in de waan laat dat Porfiri helemaal niet doorheeft dat Raskolnikov wel eens de dader zou kunnen zijn. De schrijver wekt zo de verwachting dat de student met zijn daad zal kunnen wegkomen, iets wat hij weet vol te houden tot op (bijna) het allerlaatst.

Fascinerend zijn ook de randverhalen. Het verhaal van Raskolnikovs zus Doenja, die zich met de berekenende Pjotr Petrovitsj Loezjin heeft verloofd om zelf uit de armoede te geraken en meteen ook haar broer en moeder te redden, wordt in meerdere afleveringen doorheen het boek verteld. Uiteindelijk toont de naargeestige Loezjin zijn ware gelaat en wordt afgewezen door Raskolnikovs kordate zus. Wilde de aanstaande bruidegom immers niet per se een arm meisje trouwen opdat zij hem levenslang om zijn heldendaad zou bewonderen, hoe slecht hij haar ook zou behandelen? Ook de familie Marmeladov - die Raskolnikov aan het begin van het boek plotsklaps leert kennen - speelt een belangrijke rol. Ze zijn zo arm door de drankverslaving van de vader dat de oudste dochter Sonja tot prostitutie gedwongen wordt. Met Sonja, het toonbeeld van naïeve wijsheid en goedheid, voert Raskolnikov diepgaande gesprekken over de aard van zonde en misdaad. Hij gaat zelfs zover om in zijn wanhoop zijn misdaad aan het meisje op te biechten.

De onderbuik van Petersburg

Boland stipt aan dat armoede een kernthema van de roman vormt: de armoede van de jongeman zal hem immers aanzetten tot zijn misdaad, al beseft Raskolnikov heel goed dat zijn motieven een onontwarbaar kluwen van meerdere irrationele overwegingen vormen.

De roman sleept ons mee naar ‘de onderbuik van Petersburg’, waar boeven, dronkaards en hoeren hun miserabele bestaan leiden. Ook de familie Marmeladov leeft aan de zelfkant, in bittere armoede, en het behoort tot Dostojevski’s genie dat hij hen beschrijft in een typische combinatie van hysterie en humor.

null Beeld

Telkens keert het idee terug dat Raskolnikov na de moord nooit meer ‘normaal met iemand zal kunnen praten’. Ergo: de schuld kleeft hem dermate aan dat hij niet meer verder kan leven. Dat klinkt allemaal behoorlijk zwaar op de hand, en dat is het natuurlijk ook. Toch is ‘Misdaad en straf’ méér dan 600 bladzijden existentieel gepieker. Het is een erg levendig boek, waarin zwaarte wordt afgewisseld met groteske gebeurtenissen, vlijmscherpe portretten en vooral veel ironie.

Als Razoemichin plotsklaps zijn vriendin Praskovja Pavlovna probeert te verpatsen aan een vriend, komt de formulering van de aanbeveling als een hilarische donderslag bij heldere hemel: “Bevrijd me alsjeblieft van haar. Ik kan je beloven dat je geen kind aan d’r hebt, je hoeft alleen maar wat te leuteren. Je gaat gewoon bij haar zitten en praat wat tegen haar aan.” En verder: “Ik weet zeker dat als je haar het fenomeen van de integraalrekening uitlegt, nee, niet lachen, ik maak geen grapjes, dat ze dan verrukt naar je zal blijven luisteren en ja zal aankijken, zuchtend, het hele jaar door. Ik heb haar eens een hele tijd, minstens twee dagen lang, de oren van het hoofd geouwehoerd over de Pruisische Senaat, omdat ik het toch érgens over moest hebben, en zij maar zuchten, broeierig zuchten, man, man.”

Oordeel: niet gedateerd, dankzij mengeling van humor, hysterie en existentieel getob.

F. M. Dostojevski
Misdaad en straf
Vert. Hans Boland. Van Oorschot; 634 blz. € 45

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden