null Beeld
Beeld

BoekrecensieGeschiedenis

In ‘De drie levens van Josef Klein’ schrijft Ulla Lenze over haar oudoom, nazi-helper uit onmacht

Ulla Lenze verdiept zich in het leven van haar oudoom en schetst een zeldzaam precies portret van een man die geen verantwoordelijkheid wil, maar die toch draagt.

Het is ook echt een klein leven - ‘eine kleine Existenz’ zouden de Duitsers zeggen – dat het titelpersonage uit De drie levens van Josef Klein in New York leidt. ‘Ik wil niemand zijn’, zegt Josef tegen Max, net als Josef een Duitse immigrant in de wereldstad. Het jaar is 1939. Max heeft net gevraagd of Josef niet uit Harlem weg wil. Of hij geen beter leven wil opbouwen, wil hij soms niemand zijn? Precies dat laatste dus.

Josef kwam in 1925 als jongeman naar New York. Hij werkt bij een drukkerij die zowel voor racisten als zwarte activisten teksten afdrukt. Zijn enige hartstocht betreft de zend- en ontvangstapparatuur waarmee hij als radioamateur de hele wereld zijn sobere appartement binnen kan laten komen en zelf onzichtbaar de ether kan betreden. Dat is genoeg, naast de bean pie die hij zo graag eet – een specialiteit van de zwarte moslims in Harlem-, de jazzclubs waar hij Duke Ellington en Ethel Waters heeft zien spelen en de vrouwen die soms zijn bestaan schampen. Zijn lievelingsboek is Walden: de 19de eeuwse klassieker waarin Henry David Thoreau zich terugtrekt in een hut in het bos.

Josef Klein Beeld
Josef KleinBeeld

Maar uitgerekend zijn radioapparatuur maakt Josef aantrekkelijk voor de Amerikadeutscher Bund, een netwerk van Duitse immigranten met nationaalsocialistische sympathieën. Ze hebben Josef nodig en en sturen Max naar zijn huis om gecodeerde berichten naar de Heimat te sturen. Josef wil dat liever niet, maar is ook niet daadkrachtig genoeg om de zaak te keren. Tot zijn jonge vriendin Lauren (vastberaden, belezen) zijn gedraal zat is en hem bij de FBI aangeeft.

De zendamateur als kleine schakel, als ambivalente persoonlijkheid aan de vooravond van een wereldoorlog leent zich schitterend als romanfiguur, vooral in een rumoerig en veelkleurig decor als New York zoals Ulla Lenze (1973) het zo mooi beschrijft. Maar Josef Klein hoefde niet eens door de Duitse schrijver verzonnen te worden. Josef was haar oudoom, het verhaal van zijn spionageactiviteiten is historisch en was geen geheim in de familie. Nadat Lenze van haar moeder enkele jaren geleden de 180 brieven in handen kreeg die Josef met zijn broer Carl vanaf 1946 wisselde, zocht ze deze geschiedenis tot in detail uit. Ze stuitte ook op artikelen uit de New York Times en in het weekblad Stern over het Duitse spionagenetwerk dat in 1941 werd opgerold en waarbij ook Josef werd gearresteerd.

Na vijf jaar detentie op Ellis Island keert Josef terug naar Duitsland, naar het kapot gebombardeerde Neuss en trekt enige tijd bij zijn broer en diens gezin in, wat het nodige ongemak oplevert omdat broer Carl wil weten wat Josef nou precies gedaan heeft en Josef er niets betekenisvols over zegt. Daarna vertrekt hij naar Buenos Aires en later Costa Rica, waar hij opnieuw Duitsers met nazisympathieën van zich af moet schudden. In de roman heeft Lenze deze drie tijdlagen behendig door elkaar geweven.

 Josef Klein Beeld
Josef KleinBeeld

Met haar soepele stijl schakelt ze moeiteloos tussen fraaie, kleine waarnemingen in het alledaagse – zoals de spanning tussen Josef en zijn schoonzus Edith, hoe hij toekijkt als ze eieren kookt die in het water tegen elkaar aan botsen, hoe haar jurk tegen haar buik kleeft – en de grotere machinaties op de achtergrond, zoals die historische bijeenkomst in Madison Square Garden in 1939 die Josef ook echt bezocht, waar tienduizenden Amerikaanse nazi’s bij elkaar kwamen, vurige speeches hielden en de hitlergroet brachten.

Het grijze tussentype

Lenze wil Josef niet verdedigen en niet aanklagen, vertelde ze onlangs in een interview met het Duitsland Instituut. Hij staat voor het grijze ‘tussentype’. “De meeste mensen zijn schurk noch held. Wanneer je een doorsneefiguur volgt, word je veel sneller geconfronteerd met de vraag ‘wat zou ik gedaan hebben?’”

De drie levens van Josef Klein is de tweede roman in korte tijd die in Nederlandse vertaling verschijnt waarin een schrijver de handel en wandel van een ‘gewoon’ Duits familielid in oorlogstijd onderzoekt en bevraagt. Maar waar Alexander Starritt in Wij Duitsers zijn grootvader die aan het oostfront verkeerde zich nadrukkelijk laat uitspreken over schuld- en schaamtevragen, blijft oud­oom Josef net zo ongrijpbaar als de codes die hij de ether instuurt.

Alsof hij zichzelf ook niet begrijpt: op de laatste pagina’s begint hij steeds opnieuw een brief aan zijn broer om alles uit te leggen, maar streept ook alles weer door. En zo schetst Lenze een zeldzaam precies portret van juist dat onvermogen – en waar het toe kan leiden.

null Beeld

Ulla Lenze
De drie levens van Josef Klein
Vert. Kris Lauwereys en Isabelle Schoepen.
Meridiaan; 280 blz. € 22,99

Lees ook:

‘Wij Duitsers’ is een geraffineerde vertelling over vechten aan de foute kant.

De kleinzoon van een Duitse soldaat die aan het Oostfront vocht, schrijft een geraffineerde roman over een getroebleerde erfenis.

Lees ook:

Toen de Duitse Nora Krug drie was, begreep ze al dat er ooit iets heel erg mis was gegaan.

Duitse kinderen leren zich te schamen voor hun geschiedenis. Hoe lang kun je ze opzadelen met collectieve schuld?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden