Review

In de bonen met Shakespeare

'King Vlier', een statige koningskop gehakt uit een oude vlierboom, zal prominent aanwezig zijn, hofdames zullen kruidige lekkernijen serveren tijdens een high tea en de liefhebber van moderne religieuze kunst kan zijn hart ophalen aan de pracht en praal van het Museum voor Religieuze Kunst. Zaterdag 7 en zondag 8 juli staat het jaarlijkse 'Thee-in-de-kloostertuin' op de binnenhof van de Birgittijnse abdij Maria Refugie in het Brabantse Uden geheel in het teken van William Shakespeare. Speciaal voor dit weekend is een bloemlezing samengesteld van passages uit zijn werk waarin kruiden figureren. To tea or not to tea, that is the question.

Diana Korpershoek

William Shakespeare (1564-1616), nog steeds gelauwerd als de grootste toneelschrijver die Groot-Brittannië ooit heeft voortgebracht, drukte onmiskenbaar zijn stempel op de Engelse taal- en letterkunde. Woorden als gadzooks (de nagels bij de Kruisiging), zounds (Gods wonden) en bodkin (soort dolk) en de uitdrukking All is well that ends well (eind goed, al goed) komen alle uit zijn geest. De Engelse grootmeester leefde in de Renaissance, een tijd die de rituelen van de late Middeleeuwen nog instandhield maar waarin tevens de herontdekking van de Griekse en Romeinse klassieken centraal stond. De natuur werd deels als praktisch, deels als vijandig en onberekenbaar beschouwd. Shakespeare combineerde universele thema's als liefde, dood, verraad en rouw dan ook met treffende natuurbeschrijvingen, waarbij geheimzinnige kruidenbrouwsels veelal tot dood en verderf leidden. Kruiden waren destijds de enige grondstoffen die beschikbaar waren voor de vervaardiging van geneesmiddelen.

Een perfect thema voor 'Thee-in-de-kloostertuin', dat jaarlijks plaatsvindt in de artsenijhof bij het Museum voor Religieuze Kunst te Uden. De tuin wordt sinds 1992 onderhouden door een enthousiaste groep vrijwilligers, ook wel 'hofdames' genoemd, die de planten in hun cultuurhistorische context plaatsen en hun verbondenheid met de collectie van het museum nader uitwerken. De opzet is die van een middeleeuwse 'cruydthof': een strak ingedeelde tuin omgeven door paadjes, waar ruim 250 medicinale planten groeien en bloeien. Er zijn vier afdelingen: geneeskrachtige planten, keukenkruiden, verfstofplanten en een border met zeldzame inheemse gewassen.

Achter elk kruid schuilt een prachtverhaal. Stinkende gouwe (chelidonium majus) dankt zijn naam aan de verwoede pogingen van alchemisten er goud uit te distilleren. Sint-janskruid (hypericum perforatum), waar rood sap door de nerven stroomt, verrees volgens de legende uit het bloed van de onthoofde Johannes. Volgens oud Brabants gebruik plukten meisjes de avond vóór Sint Jan een bosje van het kruid om het boven hun bed te hangen. Was het bosje de volgende ochtend nog onveranderd fris, dan volgde binnen een jaar hun bruiloft. Heel andere gevoelens borrelen op bij boerenwormkruid (tanacetum vulgare), dat in lijkwades werd ingenaaid tegen allesverterende maden en spoelwormen. Lodewijk de 14de op zijn beurt vulde zijn matras regelmatig met Lievevrouwebedstro (asperula odorate) in een poging vlooien te weren, terwijl de kelkvormige slaapbol (papaver somniferum) zou zijn ontstaan uit boeddha's oogleden, die op de grond vielen. Heksen droegen de zwaar giftige wolfskers (atropa bella donna) en doornappel (datura stramonium) onder hun oksel om hun vliegkunsten uit te voeren. Het onschuldig ogende absint (artemisia absinthium) schijnt er debet aan te zijn dat Vincent van Gogh zijn verstand verloor.

Terug naar Shakespeare, die in 'The Winter's Tale' verklapt dat zijn tijdgenoten zo hun eigen middeltjes hadden om een viagra-pil voor heren op leeftijd te fabriceren: wat lavendel, marjolein, munt, bonekruid en goudsbloem waren afdoende. Saffraan stond minder goed te boek, als we de volgende passage uit 'All's well that ends well' mogen geloven: ,,No, no, no, your son was misled with a snipp'd-taffeta fellow there, whose villainous saffron would have made all the unbak'd and doughy youth of a nation in his colour' -de 'beroerde' saffraankleur van een 'fluwelen rekel' verkleurt 'de hele ongebakken en rijzende jeugd van het land'. In het koningsdrama 'Hamlet' (1603) verzucht Ophelia: ,,There's rosemary, that's for remembrance. Pray love remember: and there is pansies, that's for thoughts.' Ophelia is van mening dat haar overleden vader en de verbannen Hamlet, prins van Denemarken, niet op gepaste wijze zijn geëerd. Dat blijkt uit haar woorden en de bloemen die ze meebrengt: rozemarijn en vergeet-mij-nietjes (herinnering) voor haar broer Laertes; venkel (vleierij) and akelei (ondankbaarheid) voor koning Claudius; wijnruit (verdriet) voor koningin Gertrude; viooltjes (trouw) voor geen van allen.

Meer tekst en uitleg volgt tijdens Shakespeare-in-de-kloostertuin, waar de bezoeker zich kan laven aan hartige en zoete lekkernijen bereid met kruiden uit de tuin: citroenmelisse in de scones, zonnebloempitten in de muffins, bieslook in de quiche, bessenjam met mint en verschillende soorten kruidenthee. Met als specifieke traktatie het Birgittijns kroontje: een cake gemodelleerd naar het hoofddeksel van de zusters van de Orde van de Birgittinessen. Om Hamlet te citeren: ,,Get thee to a nunnery' -op naar het klooster.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden