Boekrecensie

In de ban van een monomaan genie

‘Kustlandschap met een grote rots op de voorgrond’, Lars Hertervig.Beeld Collectie Stavanger Kunstmuseum

Jon Fosse verwoordt de obsessie en neergang van de 19de-eeuwse landschapsschilder Lars Hertervig.

In Nederland kennen we ze misschien niet zo goed, de Noorse landschapsschilders uit de negentiende eeuw, maar mensen als Dahl, Tidemand en Hans Gude worden tot de top van de Europese romantische schilderkunst gerekend. 

Waanzinnige hongerkunstenaar

Ook de merkwaardige schilder Lars Hertervig (1830-1902) hoort huis in dat rijtje, maar vormt er toch ook weer een uitzondering op, hij schilderde namelijk geen realistische maar fantastische landschappen, sprookjesachtige verbeeldingen van zijn eigen gewaarwordingen. Hertervig was het schoolvoorbeeld van de romantische waanzinnige hongerkunstenaar, een vreemde geest, schizofreen, monomaan, straatarm. Afkomstig uit een milieu van quakers was hij bovendien opgezadeld met religieuze en morele frustraties, die misschien niet zozeer zijn werk als wel zijn sociale leven sterk beïnvloedden.

De Noorse schrijver Jon Fosse, ook wel de Noorse Beckett genoemd, wijdde in de jaren negentig van de vorige eeuw twee romans aan hem, ‘Melancholia I’ en ‘II’ getiteld, ook al eigenaardige boeken waarin hij de uitzonderlijke geest van Hertervig probeert op te roepen.

‘Melancholia I’ is onlangs vertaald en het is een bijzondere, maar zoals de jury van de European Prize for Literature 2014 opmerkte ook veeleisende leeservaring. Fosse heeft geprobeerd de mentale staat van Hertervig vast te leggen in proza dat nog het meest aan de muziek van minimalisten, Philip Glass, Simeon ten Holt, doet denken; het is een stroom van zich herhalende, zich soms licht wijzigende maar in wezen monotone gedachten.

Voortdeinende zinnen

Hertervig, als schildertalent naar de Düsseldorfer Schule gestuurd, raakt daar in de ban van de dochter van zijn hospita, de vijftienjarige Helene Winckelmann, zozeer dat de gastfamilie hem de deur uitzet.

We treffen hem aan als hij moet verhuizen en hij zich wanhopig naar de kunstenaarskroeg Malkasten begeeft waar zijn schilderende collega’s de draak met zijn obsessie steken. In het tweede deel van het boek treffen we hem aan in het krankzinnigengesticht Graustad, alwaar hij zijn dagen hopeloos masturberend en sneeuwruimend doorbrengt. 

Dat is eigenlijk het hele verhaal, maar Fosse heeft getracht het malende besef van de schilder te treffen in almaar voortdeinende en -golvende zinnen, zoals deze over de afwezige muze Helene: “Ik loop. Ik loop naar je toe, ik ben een draai naar jou toe. Ik ben mijn verlangen naar jou. Ik ben niet meer dan een draai naar jou toe. Ik loop. Ik loop naar je toe. Ik kan niet anders, ik kan alleen maar een beweging naar jou zijn, of je er bent, of niet. Alles wat ik ben, is een beweging naar jou. Een beweging, een draai, naar jou.” En dat pagina’s lang.

Geen ontsnapping mogelijk

Het is een trance-achtig, in wezen muzikaal modulerend proza waaruit, voor de hoofdpersoon maar ook voor de lezer, in feite geen ontsnapping mogelijk is. Wie dit boek leest voelt zich meegezogen in de mentale cocon van Hertervig, eerst in Düsseldorf, later in Noorwegen waar hij van de artsen een verbod heeft gekregen te schilderen maar ook om te masturberen: “Omdat ik vaak aan mezelf heb gezeten tussen mijn benen mag ik niet meer schilderen, daarom moet ik niet meer met mijn hand tussen mijn benen zitten, maar ik heb mezelf daar al zo vaak betast en ik heb niet gewoon mijn hand daar gehouden niet gewoon dat, ik heb zoveel met mijn hand tussen mijn benen gedaan, ik heb dat steeds gedaan, steeds maar weer, elke dag en nacht heb ik meerdere keren mijn hand tussen mijn benen gehouden.” Proza als strafwerk voor een krankzinnig genie.

Omslag ‘Melancholie I’

Het laatste, derde deel van ‘Melancholie I’ vormt een merkwaardig slot; de half mislukte schrijver Vidme, een ver familielid van Hertervig, begeeft zich in 1991 naar de plaats van een door Hertervig geschilderd landschap en wendt zich vervolgens tot een dominee om zich weer in de Noorse Kerk te laten inschrijven, maar zij praat het hem uit het hoofd. Josse legt niet uit wat hij met dit einde heeft bedoeld, net zomin als hij de gekte van Hertervig verklaart, maar je zou kunnen denken dat hij wil uitdrukken dat je je eigen weg moet gaan zonder je te conformeren en je aan conventies te houden, iets wat hij zelf in elk geval ook doet want zijn proza begeeft zich ver van de gebaande wegen der vertelkunst.

Het is een doelbewuste beproeving, die je misschien een eind van huis maar dichter bij de vreemde hersenkronkels van zijn protagonist(en) brengt.

Oordeel: trance-achtig, muzikaal modulerend proza waaruit je niet kunt ontsnappen.

Melancholie I
Vert. E. Koenders en A. van der Hoeven. 
Oevers; 320 blz. € 18,95

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden