BoekrecensieOorlogsklassieker

‘In de ban van de tegenstander’ van Hans Keilson (1909-2011) is een diepgravend oorlogsboek

Hans Keilson:'Ja, ik heb hem gezien, Hitler. Een klein mannetje dat zichzelf opblies om groot te lijken. Onvoorstelbaar dat intelligente Duitsers zo'n figuur als leider konden accepteren.’Beeld Mark Kohn

Tot Bevrijdingsdag bespreekt Letter&Geest wekelijks een oorlogsklassieker. Vandaag ‘In de ban van de tegenstander’ van Hans Keilson

Het was was een heuse literaire hype, wat er in 2010 gebeurde rond de honderdjarige schrijver Hans Keilson. Het begon met een recensie in The New York Times, een bespreking die uit het niets kwam, want het besproken boek ‘In de ban van de tegenstander’ was verschenen in 1959 – in het Duits. Hoe dan ook, de krant sprak van een meesterwerk en noemde Keilson een genie. Kort daarna zat hij aan tafel bij ‘DWDD’, waar Matthijs van Nieuwkerk begon te zinspelen op een Nobelprijs. In 2011 was Keilson voor het eerst aanwezig op het Boekenbal, twee maanden later overleed hij, 101 jaar oud. ‘In de ban van de tegenstander’ werd dat jaar een bestseller.

Hans Keilson werd in 1909 in Duitsland geboren, hij vluchtte in 1936 naar Nederland, moest onderduiken en nam deel aan het verzet. Na de oorlog werkte hij als psychiater en arts, hij behandelde Joodse kinderen met een oorlogstrauma. Zijn eigen ouders stierven in Auschwitz, en het feit dat hij hen niet heeft kunnen redden heeft hem zijn leven lang met spijt vervuld. Dit verklaarde hij nog in de laatste interviews die hij gaf.

Jeugdige verbazing

In het licht daarvan moet ‘In de ban van de tegenstander’ ook gelezen worden. Het verhaal gaat over een naamloze jongen die gefascineerd raakt door zijn grote tegenstander, een politiek leider die wordt aangeduid als ‘B.’. Nergens wordt genoemd dat het om de Jodenvervolging in Duitsland in de jaren dertig gaat, zelfs de woorden nazi en fascisme vallen niet. Het boek heeft ook nog de vorm van een raamvertelling: een advocaat overhandigt na de oorlog een manuscript aan een schrijver. Op deze manier wil Keilson blijkbaar afstand scheppen tot zijn onderwerp, al is in het begin niet direct duidelijk waarom. De verteller in het manuscript is een jongeman die aanvankelijk met jeugdige verbazing en nieuwsgierigheid kijkt naar de toenemende populariteit van B. in zijn omgeving. Als hij ontdekt dat hij door zijn leeftijdgenoten wordt buitengesloten begrijpt hij dat hij ‘anders’ is, dat hij de vijand van B. is, of liever, de tegenstander, want dat woord straalt gelijkwaardigheid uit: ze staan tegenover elkaar. Hij ontwikkelt een obsessie voor zijn tegenstander en hij bezoekt zelfs een toespraak van B. in een morsig hotel. De meest geroemde scène uit het boek is die waarin de verteller aan tafel komt te zitten met een stel jongens die in een knokploeg zitten. Een van hen vertelt triomfantelijk en tot in detail over de schending van een (Joodse) begraafplaats. Er worden grafstenen vernield, schedels kapot getrapt, gepist en gepoept, zo walgelijk en achteloos dat je het nauwelijks kan lezen.

Eau de cologne in de rugzak

Het is een beklijvend beeld, maar de meest onvergetelijke scène is die waarbij de jongen de versleten, volgepakte rugzak van zijn vader ergens in huis ziet liggen. Zelf staat hij op het punt weg te gaan om (in Nederland) onder te duiken. Zijn ouders blijven, in de wetenschap dat zij waarschijnlijk snel opgepakt zullen worden. Met zijn vader bespreekt hij uitvoerig en op kalme toon de inhoud van de rugzak: heeft hij wel overal aan gedacht? Een stuk zeep, lucifers, eau de cologne ‘voor moeder’, dikke sokken en bouillon voor een kop soep. Voorwerpen die horen bij zorgzaamheid en warmte. De inhoud van die rugzak staat in schril contrast met de plek waar zijn vader en moeder heen zullen gaan, dat weet de verteller natuurlijk, het maakt de rugzak tot een symbool van menselijkheid en beschaving. “Ik zal hen niet meer terugzien. Moeder huilde en vader droeg een rugzak.”

Na deze gebeurtenissen kan de jongeman zijn tegenstander alleen nog maar blind haten, en zichzelf erbij. Dan begrijp je waarom die abstractie nodig was, en de vorm van de raamvertelling: de schrijver wil op afstand kunnen kijken naar zijn trauma, hij wil het trauma niet zijn, hij wil het kunnen beschrijven als de psychoanalyticus die hij is. De verteller kan alleen in het reine komen met de schuld die hij voelt over de dood van zijn ouders door hun moordenaar, zijn tegenstander B. volkomen de baas te zijn, hem te overwinnen, wat betekent: hem begrijpen, in hem dezelfde angst herkennen die hij zelf meedraagt.

‘In de ban van de tegenstander’ is een volstrekt ongewoon oorlogsboek, diepgravend en vol inzichten die ver reiken.

Hans Keilson
In de ban van de tegenstander
Rainbow (alleen tweedehands en als ebook verkrijgbaar)

Lees ook: 

Hans Keilson (Bad Freienwalde, Duitsland, 1909) is schrijver, arts en psychiater. Op honderdjarige leeftijd werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Hernieuwde aandacht voor zijn literaire werk bracht een Amerikaanse recensent ertoe Keilson uit te roepen tot een van de grootste schrijvers van onze tijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden