Klein Verslag

In Berlijn mocht je blij zijn als je heelhuids de schouwburg uit kwam

De Volksbuhne in Berlijn.Beeld Wikimedia Commons

Berlijn. Ik woonde er enige jaren en dan is de stad in je wezen gekropen, onderhuids, en nu en dan duikt een terugverlangen op, ook al is de stad niet meer de stad van toen, van 1991, toen ik er kwam wonen.

Toen waren er nog twee steden, een west en een oost, ook al was de Muur gevallen. In Mitte, dat tot het oostelijk deel behoorde, stonden grote theaters: het Deutsches Theater, het Berliner Ensemble van Brecht en de Volksbühne. Schitterende voorstellingen zag ik er, stukken van Botho Strauss, in de regie van Thomas Langhoff, bewerkingen van Heiner Müller, radicale regiestukken van Frank Castorp.

Ernstig theater. Spannend. Je mocht blij zijn als je heelhuids weer de schouwburg uit kwam. Publikumsbeschimpfung - titel van een stuk van Peter Handke - is een Duits woord. Schelden op het publiek. Castorp, sinds 1992 artistiek leider van de Volksbühne, liet op het podium naakte acteurs schelden en tieren en verfbommen naar het publiek smijten.

Berlijns theater, een geseling, een zelfkastijding. En nauwelijks een stuk zonder stampende laarzen. En een snerpend pistoolschot.

Nou ja. Geschoten en gestampt werd er niet bij de laatste uitvoering die ik van Castorp zag, dit voorjaar in de Volksbühne, maar diens 'Faust' was een achtbaan van lange, uitgeschreeuwde monologen en een duizelingwekkend kantelend decor, zes uur durend.

Bastion van compromisloze vrijheid

Ik schreef erover in deze krant, omdat het na 25 jaar ook Castorps zwanezang was aan dit imposante theater, dat sinds de Eerste Wereldoorlog als een monoliet oprijst aan wat de Rosa Luxemburgplatz heet. Een fier, intimiderend huis, waarlangs lange banieren neerhingen, rood of zwart, met het symbool van een karrewiel erop, symbool van de roofkunst, maar dan de roofkunst van Robin Hood.

Een bastion van compromisloze vrijheid was het, maar wel zwaar door de stad gesubsidieerd. En onder Castorp betekende die vrijheid een niet aflatende kritiek op dictaturen, op het kapitalisme en het imperialisme, en de wereld was zo waanzinnig dat zijn acteurs het uitgilden. Het was allemaal heel erg Duits, een woedend om zich heen slaan om de demonen van de geschiedenis te verdrijven.

Maar de tijden veranderen. Niet die van Castorp, maar wel die van het stadsbestuur, dat in 2015 een opvolger aanwees in de persoon van Chris Dercon, de Vlaming die kunstcentra leidde, van de Witte de With en het Boijmans in Rotterdam tot de Tate Modern in Londen. Het was alsof de kosmopolitische, neoliberale duivel zelf werd ingehaald, zo loeiden de commentaren, de Volksbühne zou nooit meer de geselende Volksbühne zijn, maar een trendy middenklasse-theater. En dit najaar is het theater uit protest dagenlang bezet geweest, niet door Castorp of zijn acteurs, maar door linkse, Berlijnse activisten.

Hier werd een oorlogje uitgevochten tussen lokaal en mondiaal, tussen het 'kleingeestige' (aldus Dercon) Berlijn en de wereldburgers die overal hetzelfde modernisme brengen.

Onlangs kon Dercon eindelijk zijn eerste enscenering presenteren. Een performance, een video-installatie en een minimalistische monoloog van Beckett. Kranten maakten er gehakt van. Weer was een stuk van het oude Berlijn gestorven.

Lees hier ook de andere Klein Verslag-columns van Wim Boevink

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden