In alles wat hij maakt is Jan Wolkers oprecht

Maartje Wortel.Beeld Maartje Geels

Als puber las schrijfster Maartje Wortel (34) 'Turks fruit'. De verliefdheid is nooit meer overgegaan. 'Het is zoals bij een religie: ik geloof Jan Wolkers. We leveren ons aan elkaar uit, hij en ik.'

Jan Wolkers ontdek ik op mijn twaalfde, in 1994. Ik heb een pot met kokendhete thee over mijn buik laten vallen en moet thuisblijven, de wonden verzorgen, de koorts uit mijn lijf zweten. Ik zit in de eerste klas van de middelbare school en omdat ik niet te veel achter wil blijven bij mijn klasgenoten, probeer ik mijn tijd te gebruiken door als een razende de leeslijst door te werken.

En dan begin ik te lezen in 'Turks fruit': 'Ik was aardig in de rotzooi terecht gekomen nadat ze bij me weggegaan was. Ik werkte niet meer, ik at niet meer. Ik lag de hele dag tussen mijn vuile lakens en plakte foto's en naaktfoto's van haar vlak bij mijn gezicht zodat ik op den duur haar dik onder de rimmel zittende oogharen dacht te zien bewegen als ik me aftrok.'

Ik had mijn moeder weleens horen praten over dit boek. Ze las het, net als ongeveer half Nederland in die tijd (eerste druk: 1969) stiekem met een zaklamp onder de dekens.

Nu lees ik het terwijl ik ziek op de bank in de woonkamer lig. Mijn vaders aanwezigheid in diezelfde kamer irriteert me plotseling, want voor het eerst voel ik de sensatie dat ik alleen wil zijn met een boek. Echt alleen. Ik ervaar een intimiteit die te groot is om met iemand - laat staan mijn vader - te delen.

Ik schaam me niet voor de seks in dat boek: mijn ouders hebben me open en vrij opgevoed, ik weet wel wat aftrekken is, of wat een kut is en een pik en wat (kont)neuken is en ik snap ook wel dat geilheid niet iets is om lacherig over te doen. Tenminste: niet per definitie, het mag altijd natuurlijk, want laten we onszelf niet al te serieus nemen, daar wordt de seks doorgaans ook niet beter van. Wat ik zeggen wil: seksualiteit hoort simpelweg bij het alledaagse bestaan, zoals eten en slapen en poepen en pissen.

Seksualiteit

Ik kan niet voor een hele generatie spreken, maar ik doe dat voor het gemak toch even: mijn generatie snapt dat. Misschien mede dankzij schrijvers als Wolkers die het pad voor ons geëffend hebben. Hij zegt vlak nadat Turks Fruit verscheen in een tv-interview dat hij verwacht dat er later over zijn werk gezegd zal worden dat hij eenvoudig en gewoon over seksualiteit schreef.

Precies zoals seksualiteit is of zijn kan: eenvoudig en gewoon. Hij zegt in datzelfde interview met zijn zo karakteristieke dictie en stem: "Erasmus heeft al gezegd: de lichaamsdelen waardoor we zijn voortgebracht kunnen we niet eens zonder lachen noemen. Van een ontstellende infantiliteit is dat."

Ik schaam mij tijdens het lezen van Wolkers dus niet voor de seks. En met terugwerkende kracht hebben de mensen zich bij het uitkomen van het boek misschien in hun gevoelens van ongemak en de koppeling daarvan aan de seksuele passages vergist. Want er is (los van de 'grove' taal en onderwerpkeuze) iets anders met Wolkers aan de hand. Hij is, in alles wat hij maakt en schrijft schaamteloos, compromisloos, grappig, vies, lelijk, woedend soms, maar nooit bang, altijd oprecht.

De eenvoud waarmee hij de lezer nadert is af en toe bijna angstaanjagend. Er zijn (nog altijd) weinig mensen (zelfs kunstenaars) die zo eerlijk durven zijn en dat blijft me, ook bij herlezing, keer op keer met schaamte vervullen. Omdat ik me niet tegen zijn werk kan verzetten. Omdat de schrijver mij rechtstreeks aanspreekt en mijn eigen schaamte en ongemak daarmee van duidelijke contouren voorziet.

Terwijl ik op de bank lig te lezen, besef ik dat ik nog nooit iemand zo dichtbij heb gevoeld. Dat ik me eindelijk begrepen voel. En precies daar en dan snap ik dat dit de kracht van Wolkers en tegelijkertijd van de literatuur is. Iedere zin beukt op onverklaarbare wijze recht in op mijn hart. (Neem een simpele zin als: 'Er is niets zo mooi als sneeuw aan zee.' Uit: 'Een onverbiddelijke tijd'.

Als ik dat lees weet ik dat ook ik bij wijze van spreken niets ooit nog zo mooi zal vinden als sneeuw aan zee. Het is zoals bij een religie: ik geloof Jan Wolkers. We leveren ons aan elkaar uit, hij en ik. En ik moet op dat moment huilen van de schoonheid ervan. Ik ben dan ook een puber.

Mijn vader vraagt niets. Hij zegt dat hij dringend wat hout moet gaan hakken in de tuin. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor. Hij moet mijn schaamte gevoeld hebben. Een schaamte waar een vader niets mee kan; namelijk een dochter die voor het eerst van haar leven echt verliefd is.

Want dat ben ik. Tijdens het lezen van de eerste paar pagina's van Turks fruit heeft Wolkers mij verleid en zijn leven binnengetrokken, als ware het liefde op het eerste gezicht. Tomeloos verliefd ben ik. En dat is nooit meer overgegaan. Sterker nog: naarmate ik meer en meer lees en denk te begrijpen van het leven en van de literatuur wordt het alleen maar erger. Omdat ik bij niet zoveel schrijvers het gevoel heb dat ze zo oprecht en natuurlijk samenvallen met het werk dat ze maken.

Al ken(de) ik Wolkers uiteraard niet persoonlijk. Ik hoef een schrijver niet te kennen, waar het om gaat is dat ik mezelf via hem ken. Ik hoefde hem niet te ontmoeten. Wel ben ik thuisgebleven toen de uitvaart van Wolkers werd uitgezonden op de televisie. Wel heb ik alle tv-programma's en radioprogramma's met Wolkers teruggekeken en geluisterd. Wel rijd ik als ik op Texel ben altijd even langs zijn huis. En toen ik afgelopen zomer zijn vrouw Karina en zijn zoon Bob bij paal 17 zag zitten, heb ik mijn vrienden gesms't. (Ze vroegen: 'Wie zijn Karina en Bob?')

Wel ben ik er trots op dat ik net als Wolkers op 26 oktober geboren ben en dat ik in vele boekenkasten naast hem in de kast sta. En toch is het enige wat ik van een boek verlang dat de woorden 'waar' zijn. Zoiets kun je nooit bepalen, laat staan meten. In 'Een roos van vlees' zegt de verteller Daniël tegen Emmy over de muziek van Bach: 'De mensen maken elkaar bij miljoenen af... Ze vreten elkaar levend op. Als er even iets mis gaat, moet zijn achterwerk dichtgenaaid worden... Maar deze muziek bestaat... Naast de wereld van bloed bestaat een wereld van kristal. Het mag een schijnwereld zijn, een wereld die ineens kan optrekken als damp, die ophoudt als de grammofoon afslaat. Maar nu beleef ik de eeuwigheid, nu besta ik bijna niet meer.'

Precies dat gevoel heb ik als ik Wolkers lees. Ik hou op te bestaan. En tegelijkertijd voel ik tot in mijn kern dat ik leef. Omdat Wolkers simpelweg opschrijft wat hij weet.

In een interview zegt Wolkers: "Je kunt alleen maar iets betekenen voor die paar mensen die je kent."

Daar heeft hij zich in vergist. Voor mij is er maar één schrijver die boven alle schrijvers uitstijgt en dat is Wolkers. 'Het lijkt wel of we met elkaar vergroeid zijn, zo dicht lopen we tegen elkaar. Ik weet niet of we op weg zijn ergens naartoe of dat het zomaar een dwalen is. Er is geen angst, want ik weet dat we elkaar niet kwijt kunnen raken'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden