null Beeld
Beeld

BoekrecensieRoman

In aangrijpende roman stelt Miriam Toews vragen over het recht om te sterven

Vrouwen zijn de ware heldinnen in Miriam Toews’ autobiografische boek Niemand zoals ik.

Lieke Kézér

Elfrieda Von Riesen heeft als concertpianiste de wereld aan haar voeten liggen, ze heeft een familie die haar op handen draagt, maar ze drinkt bleekwater en snijdt haar polsen door. ‘Zwitserland’ schrijft ze op een papiertje als haar zus Yolandi haar opzoekt in het ziekenhuis. Elf heeft de wereld nooit leren verdragen en nu – eind veertig is ze – wil ze na een reeks mislukte zelfmoordpogingen begeleid sterven in een land waar dat legaal is, maar niet alleen. Yoli moet mee: ‘ik ben bang om alleen dood te gaan’.

In een aangrijpende roman beschrijft Miriam Toews de intens treurige strijd van twee zussen: ‘Zij wilde dood en ik wilde dat ze bleef leven en we waren vijanden die elkaar liefhadden’.

Broeden op een kaartenhuisplan

De succesvolle Elf, moe gebeukt door de ene na de andere depressie, en Yoli, de verstelster, een alleenstaande moeder met een ongeregeld leven. Uitgeput is ze van al dat broeden op een ‘kaartenhuisplan’ dat ervoor moet zorgen dat haar zus wil blijven leven. Tien jaar eerder stapte hun vader ‘met tonnen existentieel verdriet’ voor een trein en zijn dood hangt als een loden deken over haar heen.

Het is de lijdensweg van Yoli die Toews nauwgezet in beeld brengt, van het onbegrip, de woede en de angst tot de hoop die voorgoed vervliegt waarna de vraag zich opdringt wat liefde is en hoe je iemand écht kunt helpen. Is het niet ‘naïef, egoïstisch en afschuwelijk om te zeggen je moet blijven leven, je moet willen leven, je moet leven?’.

Miriam Toews in 2021. Beeld Getty Images
Miriam Toews in 2021.Beeld Getty Images

Niemand zoals ik van de Canadese Toews verscheen in 2014 als All My Puny Sorrows en is twee jaar geleden verfilmd. Het is, net als haar eerdere werk, hecht verweven met haar eigen leven. Haar miserabele jeugd in een mennonitische gemeenschap, waar de nadruk lag op schuld, op discipline en schaamte, waar de vrouwen klein en onwetend werden gehouden en de controle door de bisschop en de kerkoudsten groot was, en die ze op haar achttiende ontvluchtte, vormt een vast gegeven in haar boeken.

De dominee verjagen met een striptease

Ook Elf en Yoli groeien op in een mennonietenstadje: ‘Ons gebeente hangt aan elkaar van verdriet’. Ze schreef over de suïcide van haar vader in het memoir Swing Low en nu, in dit boek over de zelfverkozen dood van haar zus in 2010, een daad die Toews, net als de vertelster van Niemand zoals ik, jarenlang trachtte te voorkomen en die vragen opwierp als welke rechten een individu heeft als het zijn of haar leven wil beëindigen en wat de plichten zijn van de naaste omgeving.

Vragen die lichtjes boven de pagina’s van dit prachtige boek zweven, maar die nooit de vorm van een pleidooi aannemen. Ja, schrijven helpt haar om vat te krijgen op de tragische gebeurtenissen in haar leven, zei Toews in een interview, maar het draait om de kunst, om een solide roman en dát is het prachtige Niemand zoals ik boven alles. Ware heldinnen zijn de vrouwen in dit verhaal, Yoli en haar moeder – die ondanks al dat rampzaligs monter en optimistisch blijft en als een Winnie de Poeh door het leven struint – haar tante en haar puberdochter; zij verdrijven de zwaarte.

Oersterk zijn ze en buitengewoon geestig, zelfs Elf, zoals wanneer er plots een dominee aan haar ziekenhuisbed verschijnt om te bidden en ze hem verjaagt met een gedicht van Philip Larkin én een striptease.

null Beeld

Miriam Toews
Niemand zoals ik
(All My Puny Sorrows)
Vert. Josephine Ruitenberg, Claudia Visser
Cossee; 352 blz. € 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden