InterviewManoj Kamps

Improvisatie-opera ‘Faust’ is knotsgekke potpourri én dankzij corona een bijzonder debuut

Muzikaal leider en componist Manoj Kamps: ‘Bij ons is Faust aanwezig door zijn afwezigheid’. Beeld Patrick Post
Muzikaal leider en componist Manoj Kamps: ‘Bij ons is Faust aanwezig door zijn afwezigheid’.Beeld Patrick Post

Grootse opera’s zijn niet coronaproof, daarom zet De Nationale Opera de deur open voor het experiment. Jonge makers mengden ‘Faust’ met kinderliedjes, elektronische muziek, aria’s, Roemeense volksmuziek en ‘vergeten verhalen’.

Snoeren, koptelefoons, draden, kastjes, stopcontactdozen. Alsof je een laboratorium binnenloopt. In de grote studio van Nationale Opera & Ballet is een workshop aan de gang. Dertien performers – zangers, dansers, kinderen, figuranten – kunnen via sensoren op hun lichaam geluiden oproepen die geluidskunstenaar Akim Moiseenkov eerder verzamelde op zijn computer. Medewerkers met mondkapjes bevestigen de sensoren op de dertien lichamen. Ervóór en erna ontsmetten ze hun handen. Iedere keer opnieuw.

Muzikaal leider Manoj Kamps bekijkt het gebeuren vanaf een hoge kruk, en wacht stil en geduldig af. Voor iedereen is het de eerste verkenning met deze sensoren, en de onwennigheid is voelbaar. Het zijn de kinderen die er nog het meest onbevangen mee omgaan. Deze scène moet de epiloog worden van de voorstelling, waarin geluiden en muziek uit de voorstelling als een vreemde, vervormde herinnering terugkomen. Nieuw en gewaagd.

Het nieuwe seizoen van De Nationale Opera (DNO) was het eerste van de nieuwe artistiek directeur Sophie de Lint. Het had zaterdag spectaculair moeten openen met ‘Mefistofele’, de opera die Arrigo Boito van Goethes ‘Faust’ maakte. Maar niks van dat al. Een dergelijk groots gemonteerde productie met uitgedijd orkest en koor is in deze tijden onmogelijk. Niet opengaan was evenwel geen optie.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

Er moest een alternatieve seizoensopening komen

De Lint bedacht een alternatieve seizoensopening en nodigde een nieuwe generatie Nederlandse theatermakers uit om iets te bedenken. Uitgangspunt was het ‘Faust’-thema dat door het oorspronkelijke seizoen geweven was. De kar van concept en creatie wordt getrokken door dirigent/componist Kamps en regisseur Lisenka Heijboer-Castañon. Zij omringden zich met andere makers uit diverse disciplines en vroegen componisten en arrangeurs om muziek te maken of te bewerken voor het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat vanwege de maatregelen uit slechts zesenveertig musici mag bestaan. In amper drie maanden tijd werd een voorstelling uit de grond gestampt, die als titel ‘FAUST [working title]’ kreeg.

Na afloop van de lange workshop heeft Kamps tijd voor een gesprek. “Sophie de Lint belde begin juni met regisseur Lisenka Heijboer-Castañon. De opdracht die ze kreeg was om te reageren op dit tijdsgewricht, en toen Lisenka dat hoorde, zei ze meteen: ‘Dan moeten we Manoj erbij halen’. Een paar dagen later zat ik ineens bij DNO mijn debuut te bespreken. Zonder de pandemie was dat uiteraard nooit gebeurd. DNO wilde dat we een week later al met een soort van concept zouden komen.”

De enige zekerheid was dat Faust-thema, verder was alles blanco

Tijdens de voorbereiding had het team steeds te maken met nieuwe protocollen. Er werd de hele tijd rekening gehouden met de realiteit dat het misschien uiteindelijk toch niet door kon gaan. Kamps: “Eerst mocht er maar één zanger op het toneel. Dat werden er later meer, maar dan moesten ze in de zangrichting van elkaar 2,5 meter afstand houden. Mocht er wel een orkest in de bak? Hoe zat het met het koor? Kinderen tot 13 jaar mochten wel bij de volwassenen in de buurt komen, de anderen niet.

“De enige zekerheid was dat Faust-thema, verder was alles blanco. Eerlijk gezegd was die Faust voor mij een ver-van-mijn-bed-show. We weten natuurlijk allemaal wie die figuur is. Ik had ooit Goethes ‘Faust’ gezien, en ik kende wat highlights uit de Faust-opera’s van Berlioz en Gounod. Maar met de archetypen uit het stuk van Goethe konden we eigenlijk weinig aanvangen. Het ‘Ewig-Weibliche’, Gretchen die zich opoffert voor Faust, het verkopen van je ziel aan de duivel, verlossing – het zijn de grote thema’s in Goethes stuk. Die vonden we allemaal niet interessant. Uiteindelijk hielden we de zucht naar kennis van de hooggeleerde Faust over. Kennis, en de macht die bij die kennis hoort. Dat sprak ons aan. Faust krijgt die kennis, door zijn pact met de duivel, maar wat betekent dat?

“Zelf ben ik van Sri Lankaanse afkomst, en in die context had ik behoefte aan een buiten-Germaans, niet-westers perspectief. Dat kwam door Simon(e) van Saarloos. In het essay ‘Herdenken herdacht’ schrijft Van Saarloos over herdenken, en wat er nu eigenlijk herdacht wordt. In dat essay wordt werk van talloze vrouwen, non-binaire mensen, en mensen van kleur aangehaald. Er zijn veel verhalen, maar we horen alleen de dominante verhalen, de witte westerse verhalen, zoals het Faust-verhaal. Hoe kunnen we ‘vergeten’ verhalen naar de voorgrond halen? Dat is de basis geworden voor onze voorstelling. Ja, het mondt misschien uit in iets chaotisch, maar dat omarmen wij als een vorm van schoonheid.

We gebruiken typische opera-talen Italiaans en Duits, maar ook Xhosa

“Bij ons is Faust aanwezig door zijn afwezigheid, Gretchen komt langs via een Schubert-bewerking van Reinbert de Leeuw en Mephistopheles is hoogstens aanwezig in sommige muziek. We gebruiken verschillende talen. De typische opera-talen Italiaans, Duits, Frans en Russisch, maar ook Roemeens, Xhosa en Tamil. En soms de taal van de elektronica. Iedere performer mocht zijn verhaal en muziek inbrengen. En dus hebben we Händel naast Roemeense volksmuziek die overgaat in Mahler, Miriam Makeba naast Julian Eastman, kinderliedjes naast Berlioz, Mexicaanse muziek naast Vivier. Mijn lichaam en de lichamen van alle anderen in deze voorstelling vormen een archief. In die archieven zit van alles opgeslagen, klassieke muziek, niet-klassieke muziek, niet-westerse, teksten, beelden. Toen we wisten dat we die archieven wilden gebruiken en inzetten, moesten we het gaan ordenen.”

Bij een grote repetitie in het theater wordt een en ander wat duidelijker. Kamps leidt de repetitie gestructureerd en met gezag. Er wordt vertrokken vanuit de opera. Uit ‘Mefistofele’, de oorspronkelijke seizoensopening, klinkt de proloog – bewerkt en ingekort. Een aria uit Händels ‘Rinaldo’ loopt even later fantastisch uit de rails, Mahlers Achtste symfonie wordt kort aangetikt en over Berlioz’ ‘Marche au supplice’ (een opname door de luidsprekers) klinkt zang van de Amerikaanse queer artiest serpentwithfeet. In die knotsgekke potpourri klinkt niets zoals we het kennen.

“Er is een veelheid aan perspectieven”, zegt Kamps. “Al die componisten wier muziek dan ook nog eens door zo’n vijftien verschillende arrangeurs bewerkt is, arrangeurs van allerlei afkomst en geaardheid. Die mochten vanuit de originele partituur vertrekken, maar we vroegen hen wel iets eigens toe te voegen. Je hebt dus zowel herkenning als vervreemding.

Het radicale zit hem in de context

“Het is niet per se vernieuwend wat we doen, maar het radicale zit hem in de context. Dit theater, dit podium. Normaal heb je hier de wet van de partituur, waar dan een laag van een vernieuwende regisseur overheen komt. Maar hier was helemaal geen partituur. We zetten ons niet af tegen het gebouw, we gebruiken de expertise van de mensen hier, en het archief van het gebouw, omdat we in de opslag onze decorstukken uit eerdere DNO-producties hebben gekozen. We willen alleen laten zien dat je mét, en ín dit gebouw ook iets heel anders kunt doen. Opera is een hele trage kunstvorm. Je moet nieuwe producties ongeveer vier jaar vooruit plannen. In de opera kun je dus nooit echt reageren op de tijd waarin je op dat moment leeft. Nu kon dat wel. De wereld staat in brand, en deze productie is daar een reactie op.”

In ‘Mefistofele’ van Boito, de opera die niet door kon gaan, noemt Faust de duivel een ‘strano figlio del Caos’. Die ‘vreemde zoon van de chaos’ zal in FAUST [working title] in veel meer gedaanten en vormen aanwezig zijn.

FAUST [working title] gaat zaterdag in première bij De Nationale Opera. dno.nl

Lees ook:

Joepie, de dirigent doet een jurk aan

Kamps heeft zich al vaak uitgesproken over gender, en verwonderde zich erover dat vrouwelijke ­dirigenten het vrouwelijke wegstoppen zodra ze op de bok stappen. Kamps’ jurk was een statement. Zijn directie van het lastige programma trouwens ook. Kamps maakt sierlijke bewegingen, waarbij zijn slanke handen en zijn zwartgelakte nagels opvallen.

Sophie de Lint leidt De Nationale Opera een nieuw tijdperk in

Sophie de Lint volgt Pierre Audi op als artistiek directeur van De Nationale Opera. Ze laat in haar eerste seizoen een nieuwe lichting artiesten debuteren, onder wie een paar opvallende vrouwelijke dirigenten en regisseurs. ‘Ik heb de behoefte om close te zijn met de artiesten met wie ik samenwerk.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden