Review

Ilja Leonard Pfeijffers taal-tararaboemdijee

’Virtuoos’ wordt Ilja Leonard Pfeiffer vaak genoemd. Maar dat wil niet zeggen dat het deze alleskunner alleen maar gaat om de vorm.

Onlangs verscheen ’De man van vele manieren’, een verzameling van de gedichten die Ilja Leonard Pfeijffer publiceerde vanaf 1998 tot nu. De verzamelde poëzie beslaat meer dan zeshonderd pagina’s en de auteur is pas veertig jaar oud!

Pfeijffer is een alleskunner: hij schrijft naast poëzie ook romans, waaronder in 2004 het relaas van een werkman op een sleephopperzuiger getiteld ’Het grote baggerboek’. Hij schreef ook liedjes voor zangeres Ellen ten Damme en twee geruchtmakende toneelstukken voor het Haagse gezelschap Annette Speelt. In het eerste toneelstuk sterft de huidige premier van Nederland, in het tweede overwegen twee durfinvesteerders uit verveling een vliegtuig via een zelfmoordaanslag uit de lucht te halen.

Maar bovenal in zijn gedichten bewijst Pfeijffer dat niemand zo kan hotseklotsen met taal als hij. Het werkwoord ‘hotseklotsen’ bestaat niet, maar het is helemaal van toepassing op dat grenzeloze, dat vrije taal-tararaboemdijee dat Pfeijffer zijn lezers bij voortduring voorschotelt. Zoals in ’Van de vierkante man’: „en het is donker en / wakker ligt wie wacht / haar wonden laten likken / wil wakker ligt wie droomt / iemand zwelgt op papier / ook al moet hij morgen op / toch maar weer en de vervulden / verzuipen zich in het decolleté / van na sluitingstijd / of men neukt wat rond / in afwezige lijven”.

In de opvolger uit 2001, ’Het glimpen van de welkwiek’, gaat het zo: „je lokt zoet in goedkope geuren / achter duizend ramen tastbaar als een dier / dat zich spinnend tegen de stad aan schurkt.”

Likken, zwelgen, verzuipen, spinnen en schurken; het zijn echte Pfeijffer-woorden. Een beetje vies, een beetje vuig, maar bovenal ’virtuoos’, een kwalificatie die de auteur zelf verafschuwt, zo schrijft hij in het voorwoord bij ’De man van vele manieren’. Want „wat ze ermee bedoelen, is dat alles wat ik schrijf vorm is zonder inhoud”.

Nu weet ik niet wie ‘ze’ zijn en ik weet ook niet of ze het zo bedoelen, maar wat vaststaat is dat Pfeijffers taal zeker betekenisvol en zelfs geëngageerd is. Neem om te beginnen deze eindregel uit zijn debuutbundel, die te diep gaat voor een tegeltje: ‘uiteraard komt alles uit maar de meeste mensen / wensen verkeerd’. Of neem deze regels uit ’Het glimpen van de welkwiek’: „Ken jij de hoge hallen die weergalmen / van wereldvreemde erediensten voor een perzisch vers / waar ochtendrust verstoord wordt door een hogepriester / die op honderd houten koppen hamert met de fijne punten / van de spijkerschriftgrammatica?”

Of neem de in 2005 verschenen vuistdikke bundel getiteld ’In de naam van de hond’, die destijds door zo’n beetje de gehele Nederlandse poëziekritiek is genegeerd. Wie de bundel nu leest zal zich afvragen waarom Pfeijffer nooit ’Dichter des Vaderlands’ is geworden, als hij schrijft: „in een land waar niets kan / kan elk moment iets gebeuren”.

Pfeijffer maakte voor de komende Dichter des Vaderlands-verkiezingen deel uit van een longlist van mogelijke kandidaten, maar op de shortlist komt hij niet voor. Er wordt gezegd dat het feit dat hij zich voor de achterflapfoto van ’De man van vele manieren’ in adamskostuum heeft laten portretteren, in belangrijke mate heeft meegespeeld bij de jurybeslissing onder voorzitterschap van oud-Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven. Alles over de verkiezing leest u op dichterdesvaderlands.nl, alwaar u ook kunt stemmen op een van de vijf overgebleven dichters.

Terug naar Pfeijffers poëzie. De gedichten uit ’Doka’, achterin de verzamelbundel, verrasten me het meest. Het betreft een reeks gedichten die nooit in een afzonderlijke bundel zijn verschenen. Deze korte, afgepaste gedichten zijn geïnspireerd door aikido, de Japanse krijgskunst die door Pfeijffer al jaren met volle overgave wordt beoefend. De taal in ’Doka’ is in alles tegenovergesteld aan zijn eerdere hotseklotsende werk: „ik krijg het // zodat ik vergeet het / te geven // totdat het te laat is het / nog te verwachten’. Doet u mij een plezier en leest u die regel nog eens over, eerst in uw gewone kloffie en daarna in Oosterse gevechtsuitrusting.

Of neem het gedicht dat hieronder is afgedrukt. Het zijn regels die je onmogelijk in eigen woorden kunt samenvatten. Probeer het maar eens. Op geen enkele manier zal uw horkerige hertaling recht doen aan dit gedicht. Het ’dit is waar’ op het eind is een onverdragelijk pesterijtje. Je begrijpt alle woorden van het gedicht maar je vat het gedicht niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden