Ik word nog wel iets, dacht schilderes Modersohn-Becker. En ze had gelijk

Stilleven met vissenkom (1905-1906). Beeld Von der Heydt-Museum Wuppertal

Een kruik en een schaaltje sinaasappels staan op een tafel met een grijs tafellaken. Een stilleven in de stijl van Cézanne, gemaakt door Paula Modersohn-Becker in 1906. Maar rechts staat een kom met goudvissen. Drie stevige exemplaren. Levende goudvissen. Die zou Cézanne nooit schilderen.

Het zou een lange neus kunnen zijn geweest. Toen Paula Modersohn-Becker eerder dat jaar een ander stilleven opstuurde naar een tentoonstelling in Bremen, werd het geweigerd: het was, zo meende een jurylid, te veel van Cézanne afgekeken. Dat jurylid had deels gelijk. Kort voor haar dood, een paar jaar later, zou Modersohn-Becker Paul Cézanne als een van haar grote inspiratiebronnen noemen. 'De uitwerking van een onweer', noemt ze het, toen ze zijn werk voor het eerst zag in een Parijse galerie. Maar die goudvissen, die waren van haar.

De komende maanden is te zien dat Modersohn-Becker meer deed dan afkijken, of levende goudvissen toevoegen aan stillevens. Rijksmuseum Twenthe organiseert samen met het Von der Heydt Museum in Wuppertal een sfeervolle tentoonstelling van het werk van de Duitse kunstenaar. In Duitsland is haar naam redelijk bekend, in de rest van de wereld minder. Onterecht, zo blijkt.

Haar levensverhaal heeft nota bene grote gelijkenissen met dat van misschien wel de alleberoemdste kunstenaar ooit, Vincent van Gogh: geboren in de negentiende eeuw, maakte binnen een paar jaar honderden schilderijen en tekeningen die getuigen van een enorme ambitie, woonde meerdere keren in Parijs, verkocht nauwelijks, stierf te jong maar dankzij de brieven hebben we toch een bijzonder gedetailleerd beeld van haar.

Tekst loopt verder onder de afbeelding

Oude vrouw met zwarte hoed (1905). Beeld Von der Heydt-Museum Wuppertal

Gecompliceerd huwelijk

En net als Van Gogh kun je bij Modersohn-Becker allerlei kanten uit: ze had een hechte vriendschapsrelatie met Reiner Maria Rilke, een ambigue verhouding tot het moederschap, een gecompliceerde huwelijk. De tentoonstelling in Enschede volgt, terecht, min of meer chronologisch haar ontwikkeling in de schilderkunst. 

Die begint in Worpswede, het kunstenaarsdorp waar Paula Becker, ambitieus en onder de indruk van de oudere heren die daar de natuur vastleggen, in 1898 terechtkomt, 22 jaar oud. Ze krijgt er teken- en schilderles, maakt er grote, stevige houtskooltekeningen van dorpelingen. Ook maakt ze kennis met Clara Westhoff, later echtgenote van Rilke, een leeftijdgenootje dat beeldhouwer wil worden.

Samen zijn ze in 1900 voor het eerst in Parijs; ze zal er vier keer langere tijd wonen. Paula kan er voor het eerst naakten schilderen, iets dat in de rest van de wereld niet gepast wordt geacht voor vrouwen.

Tekst loopt verder onder de afbeelding

Meisje met gespreide hand voor borst (1905). Beeld Von der Heydt-Museum Wuppertal

Ze bezoekt er tentoonstellingen en keert vol inspiratie terug in het Duitse dorp, daar trouwt ze in 1901 met kunstenaar Otto Modersohn. In Enschede hangen de werken van de kunstenaars uit Worpswede tegenover de hare: al snel kiest ze een eigen koers. Waar Heinrich Vogeler of Hans am Ende nog heel braaf de werkelijkheid verbeeldden, liefst vanaf een schildersezel in het landschap, probeert Paula vanaf het begin meer.

'Je moet helemaal niet zo aan de natuur denken als je een schilderij opzet', schrijft ze in haar dagboek.

Experimenteren doet ze: met dikke, direct op het karton aangebrachte verf, met close-ups van berkenbosjes, inderdaad geïnspireerd door andere kunstenaars die ze ziet in Parijs. Een vrouw uit het armenhuis van Worpswede vertoont zo gelijkenissen met de beroemde 'La Berceuse' van Van Gogh, exotischer kleuren en vormen neemt ze over van Gauguin, er is zelfs een exotisch naakt met goudvissenkom. Daarnaast zoekt ze naar een eigen stijl, vorm, en vindt, heel duidelijk, inspiratie in de Egyptische fayoumportretten die ze in de Parijse musea ziet.

Tekst loopt verder onder de afbeelding

Moeder en kind (1905). Beeld Von der Heydt-Museum Wuppertal

Zoektocht

In de laatste van de vier zalen van de tentoonstelling - Modersohn-Becker werkt meestal op klein formaat, dus de meer dan zestig werken nemen weinig ruimte in - komt die zoektocht naar een eigen stijl het beste naar voren. Een lange rij portretten, van kinderen en van zichzelf, steeds op een andere manier, toont het hele scala. Naast een Fayoumportret (150 na Christus) hangt een zelfportret uit 1903, waarbij Paula het hele oppervlak heeft gekrast.

Ze schrijft enthousiast over de portretten van de oudheid. 'Wat zijn die groots om te zien! Voorhoofd, ogen, mond, neus, wangen, kin, dat is alles. Het klinkt zo simpel en toch is het zo ontzettend veel'. Nog voordat kunstenaars in Parijs de omslag naar abstractie maken, is Paula in Worpswede hard op weg.

'Ik word nog wel iets. Hoe groot of klein, dat kan ik zelf niet zeggen, maar het wordt een samenhangend geheel', schrijft ze in 1906. Een jaar later overlijdt ze plotseling aan een embolie, twee weken na de geboorte van haar dochtertje.

'Paula Modersohn-Becker tussen Worpswede en Parijs', is tot 12 augustus in Rijksmuseum Twenthe, daarna in Wuppertal.
Catalogus 19,95 euro.
www.rijksmuseumtwenthe.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden