Review

Ik wil priemende vragen stellen

Met zijn roman 'De hongerende weg' (1991) werd de Nigeriaanse schrijver Ben Okri in één klap wereldberoemd. Vanwege de Nederlandse toneelbewerking was hij even in Nederland. Een gesprek over zijn laatste roman, de reis naar het paradijs en zijn metamorfose als schrijver.

Iris Pronk

Hij zweeft binnen op de champagne van de vorige avond, niet versuft maar vrolijk geprikkeld en alert. Enkele uren eerder was Ben Okri (1959) nog op het premièrefeest van 'De hongerende weg', een Nederlandstalige toneelbewerking van zijn gelijknamige roman.

Nu neemt hij alweer gewillig plaats in de bibliotheek van het Amsterdamse Ambassade hotel. Okri spreekt met een diep, warm timbre, in wiegende, repeterende zinnen. Tijdens het gesprek zal hij verschillende keren transformeren: van bedachtzaam, docerend tot introvert en vriendelijk afwerend. Maar steeds geeft hij blijk van nieuwsgierigheid, een drive om ook van het zoveelste interview iets te maken. Transformatie is het sleutelwoord - van zijn werk, van zijn nieuwste roman 'In Arcadië'.

Eerst wil Okri wel reageren geven op 'De hongerende weg', het toneelstuk van Rieks Swarte en Liesbeth Coltof naar zijn beroemde, met de Booker Prize bekroonde roman. Zijn echte oordeel is nog 'in wording', maar op de tast formuleert hij zijn eerste indruk zo: ,,Laten we wel wezen: ik heb er geen woord van verstaan. En ik heb het boek in geen tien jaar gelezen, ik ben het compleet vergeten. Dus in zekere zin keek ik naar het werk van een vreemde in een taal die ik niet begreep. Alles wat mij restte was het puur visuele aspect en dat vond ik betoverend, ontroerend, fascinerend. Een toneelstuk moet geen slaafse imitatie zijn van het boek. Het moet leven op het podium, het moet een ander dier zijn, een herformulering, een transformatie. Ik was tevreden met wat ik zag, ik denk dat ze een winner hebben.''

Het toneelstuk en het gelijknamige boek vertellen het verhaal over het jongetje Azaro en zijn familie. Azaro leeft in twee werelden: het door armoede en chaos beheerste Nigeria van net na de onafhankelijkheid, én de wereld van de geesten, die voor hem net zo reëel is. Ben Okri zal aan het eind van het gesprek nog een keer terugkomen op zijn 'compleet vergeten' boek, vol Jeroen Bosch-achtige hellevaarten en hongerende geesteskinderen.

Zachtjes, aarzelend: ,,Ik denk dat mensen dit boek nog steeds niet écht hebben gezien. 'De hongerende weg' is nog ongezien. Denk aan een schilderij, waarop twee kleuren zijn aangebracht. Kijk je goed naar die kleuren, dan zie je nog een derde kleur, die op het doek niet bestaat. Zo is 'De hongerende weg' ook geschreven, zo'n effect heeft het ook op de lezer. Maar dat zal nog een hele tijd duren, denk ik.''

Ongezien of niet, Okri's roman werd veelvuldig geroemd. Geesteskind Azaro, kroegbazin Madame Koto, bokser Zwarte Tijger, Ma met haar mond vol armoede, ploeterend in de chaotische, wrede wereld van Okri's vaderland Nigeria - ze maakten van Okri in één klap een wereldberoemd auteur. Maar dat boek - en de vervolgdelen 'Toverzangen' en 'Onmetelijke rijkdom' - zijn alweer even geleden. Op tafel ligt Okri's laatste roman, 'In Arcadië', zojuist in Nederlandse vertaling verschenen.

In deze roman gaat een tv-ploeg letterlijk op reis naar Arcadië, een paradijselijke plaats in de Griekse Peloponnesus. Hun weg leidt van Londen naar Parijs en verder per trein. Langs mooie natuur, langs kunst vooral, waaronder Poussins schilderij 'Et in Arcadia Ego'. Maar veel belangrijker is de mentale reis van de hoofdpersonen, die in het beste geval naar een figuurlijk, strikt persoonlijk Arcadië leidt. Voor de meeste per sonages - een treurig stelletje losers - is dat geluk echter niet weggelegd. Zij moeten zich behelpen met een iets groter zelfinzicht, een vaag besef van 'memento mori'.

Natuurlijk heeft hij zelf ook een persoonlijk Arcadië, zegt Okri. ,,Maar ik ga je geen antwoord geven. Een persoonlijke Arcadië is het meest exclusieve geheim, dat mensen zelfs voor zichzelf verbergen. Het is datgene wat je het allerliefst wilt, wat jou het grootste geheime genoegen verschaft, een verlangen dat je zelf niet eens wilt erkennen. Je echte Arcadië is diep verborgen, het kan totaal onverwacht en soms zelfs behoorlijk schokkend zijn. Het kan bijvoorbeeld iemands Arcadië zijn om te vrijen met een zeker persoon op een zeker moment op een bepaalde plek in een bepaald land. Ook al is die ander dood.''

Eeuwen hebben een Arcadië, landen ook. Wat dan het Arcadië van Nederland of Nigeria is, dat zou Okri zo gauw niet weten. Maar over het verborgen paradijs van Groot-Brittannië heeft hij wel een idee: ,,Engelands Arcadië is The Empire, het koloniale rijk. Iets diep in het Britse bewustzijn mist The Empire. Niet zozeer de koloniën zelf, als wel de manier waarop de Britten zich toen voelden over zichzelf. Ik denk dat die vreemde, overdreven gehechtheid van de Britse regering aan George Bush hieruit verklaard kan worden. Het is een getransformeerde, geprojecteerde nostalgie.''

Al is het paradijs niet voor hen weggelegd, de meeste personages in 'In Arcadië' veranderen wél door hun reis. De reis als metamorfose, als een vorm van sterven en opnieuw geboren worden - zo'n reis maakte Okri zelf ook. Toen hij zeven jaar was, lokte zijn moeder hem onder valse voorwendselen op de boot die van Londen naar Nigeria zou varen. Zijn vader was daar al, maar de kleine Ben wilde beslist niet mee. Want zijn blanke, Britse vriendjes hadden hem verteld dat het in Afrika krioelde van de tijgers en leeuwen en dat de mensen er in bomen leefden. Geen haar op zijn hoofd, in zo'n krankzinnig oord zou hij niet gaan wonen. Goed, zei zijn moeder, blijf dan, maar kom me nog even gedag zeggen op de boot. En tijdens dat afscheid vertrok het schip toch, met een verwarde, kleine Ben aan boord.

,,Ik maakte deze reis in complete verwondering en vervreemding. Die reis was bijna een initiatie, hij tastte mijn bewustzijn voorgoed aan. Ik keek maar door die kleine gaten over de oneindige zee die nergens stopte. Ik was me voor het eerst bewust van de enormiteit van dingen, op het dek, op de zee, onder de lucht, dag in dag uit, voor wat de rest van mijn kindertijd leek te zijn. En vlak na aankomst begon de burgeroorlog in Nigeria. De persoon die in Afrika arriveerde was niet de persoon die Londen verliet.''

Ook zijn terugreis, per vliegtuig van Lagos naar Londen op 18-jarige leeftijd, was indrukwekkend en zou zijn leven diepgaand veranderen. Maar het was die eerste overzeese reis die van Okri een schrijver maakte. ,,Zonder deze reis zou ik niet Ben Okri zijn. Absoluut niet, absoluut niet. Deze reis veranderde mijn leven niet, deze reis maakte mijn leven. Ik mediteer al meer dan dertig jaar over deze reis, maar ik weet nog steeds niet hoe ik ermee om moet gaan.''

In Engeland werd het nieuwe boek niet eensluidend positief ontvangen. Sommige critici wilden het boek naar de esoterische planken voor 'Mind, Body, Spirit' verbannen. Te didactisch, te belerend, en zo heel anders dan zijn grote 'Afrikaanse' romans, luidde hun oordeel. Maar volgens Okri zijn er wel degelijk overeenkomsten tussen 'De hongerende weg' en 'In Arcadië'. Beide boeken handelen over klassieke thema's, in beide boeken onderzoekt hij de 'de wortels van onze contemporaine realiteit'. En beide boeken zijn het product van een ,,groot gevoel, een grote onrust, die een weg naar buiten zoekt, een groot, diep verdriet, bijna een psychische stoornis in mijn geest, over mezelf en over de tijd waarin we leven. Dat moet naar buiten en vaak vindt het dan het juiste middel om zichzelf uit te drukken.''

'In Arcadië' is zijn 'meest open boek', zegt Okri. ,,Of het daardoor makkelijker leest, weet ik niet. Maar met dit boek stroop ik de huid en het vlees van mijn lezers af, ik ga rechtstreeks naar de zenuwen en het bot en de elektriciteit en de gedachte en de ziel van dat waaraan een verhaal moet appelleren. Het is mijn meest open, naakte en kwetsbare boek, en daardoor erg rauw.''

Gevraagd naar zijn ontwikkeling als schrijver sinds 'De hongerende weg', ziet Okri d t als de grootste verandering: ,,Ik voel me vrij om naakter, rauwer en kwetsbaarder te schrijven.'' Nee, hij is absoluut niet op Afrika uitgekeken, zijn volgende boek zou zich weer in Nigeria af kunnen spelen, maar net zo goed in Rusland of in de ruimte.

,,De transformatie zit in het soort vragen die ik stel. Misschien stel ik nu meer priemende speldenprikvragen, doorborende vragen, recht op het hart, op de kern af. 'In Arcadië' is meer een stiletto dan een vuist. Misschien leg ik steeds meer lagen af, in plaats van meer gewicht te verzamelen. In dit boek ruk ik de buitenste kleren van het verhaal af. Intuïties, dromen, al die elementen die normaal gesproken alleen op de achtergrond van een verhaal meespelen, breng ik op hetzelfde, gelijkwaardige niveau. Want dromen zijn niet zomaar een kleine toevoeging aan ons dagelijks leven, ze zijn echt. Dromen en intuïties zijn gelijkwaardig aan verhalen, beschrijvingen, dagelijkse dingen. Vergelijk het met een schilderij van Matisse: er is geen achtergrond of voorgrond, alles is achtergrond, voorgrond en nu tegelijk. Zo leven we. Het zal vreemd zijn voor de lezers, maar ze zullen eraan gewend raken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden