Review

'Ik wil nooit meer naar Goor'

Zoals er schrijvers zijn van wereldklasse, van Europees formaat en 'dichters des vaderlands', zo bestaan er natuurlijk ook provinciale auteurs. Literair geograaf J.Heymans slaagde erin om maar liefst tweeënvijftig Overijsselse schrijvers bijeen te brengen in een portrettengalerij.

MARGOT ENGELEN

De criteria waaraan een schrijver moet voldoen om zich een 'Overijsselse schrijver' te mogen noemen zijn dan ook ruim genomen. Een auteur moet in Overijssel geboren zijn dan wel er een 'belangrijk deel' van het leven hebben doorgebracht, en bovendien moet hij of zij op literaire wijze over de provincie geschreven hebben. Maar wat is een 'belangrijk deel'? Andreas Burnier bracht de oorlogsjaren gedeeltelijk door in Overijssel, als onderduikster. Over die uiterst ingrijpende tijd gaat de roman 'Het jongensuur', waarmee Burnier aan alle criteria lijkt te voldoen. Toch beschouwt Heymans haar niet als een Overijssels auteur, omdat het boek binnen haar oeuvre een 'buitenbeentje' zou zijn. Dat valt te betwijfelen. Anderzijds wordt wel de in Goor geboren Rutger Kopland opgenomen, die alleen zijn eerste vijf levensjaren in Overijssel doorbracht en slechts één enkel gedicht over Twente schreef -op verzoek van een krant. Twee minor poets van protestants-christelijke signatuur vielen buiten de boot, met het weinig steekhoudende argument dat deze stroming toch al zo zwaar doorklinkt in de Overijsselse literatuurgeschiedenis. Ida Gerhardt, die lange tijd in Gelderland woonde en geassocieerd wordt met Eefde en Zutphen, is ingelijfd bij Overijssel omdat ze een paar jaar in Kampen werkte en vaak over de IJssel schreef.

Er valt wel wat af te dingen op de gehanteerde selectiecriteria, maar voor wie niet zo nauw kijkt valt er genoeg te genieten aan lofzangen op het Overijsselse landschap. En aan weeklachten; vooral de stad Enschede moet het in dat opzicht ontgelden. Willem Brakman ('een Haagse introvert in het onlieflijke stadje E.') heeft Enschede vaak als nare plek bij uitstek geportretteerd. Ook de dichter Paul Gellings en 'de Sundance Kid in letterland' Jaap Scholten publiceerden weinig vleiende teksten over de voormalige textielstad. J.C. Bloem typeerde de door hem gehate stad Almelo als 'der gaten gats'.

De portretten in 'Schrijvers in Overijssel' zijn volgens een heel strak stramien opgebouwd. Sterker nog: vrijwel elke minibiografie begint met dezelfde woorden. We krijgen een korte levensbeschrijving, een bibliografietje en tenslotte een stukje tekst over Overijssel, alles passend op één pagina. Verderop in het boek staat 'De plaats, de plek', waar drieëntwintig schrijvers bij een foto van een voor hen belangrijke plek in de provincie een paar regels schreven. Meestal werd een citaat uit het werk gekozen, zoals uit 'De ontdekking van de wereld' over het kasteel Groot-Hoenlo in Olst, waar Harry Mulisch enige jaren een werkkamer had. Gek genoeg komt Andreas Burnier in dit fotogedeelte wél voor met een citaat uit 'Het jongensuur'. Terwijl veel teksten een wat melancholiek karakter hebben, een gevoel van heimwee naar vervlogen tijden uitdrukken, komt ook het omgekeerde voor. Rutger Kopland is het stelligst: ,,Ik wil nooit meer naar Goor'. En Stephan Sanders maakt zich alsnog op een vrolijke manier kwaad op de Twentse kappers die zich geen raad wisten met zijn kroeshaar.

'Schrijvers in Overijssel' geeft een aardig doorkijkje op het belang van de provincie Overijssel voor de Nederlandse literatuur, een belang dat als je maar héél goed zoekt best groot is.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden