Review

Ik wil dat het goed afloopt met mijn personages

'Luuk?' Ze herkende hem meteen, lachte en huilde tegelijk en herhaalde de naam die altijd in haar gedachten was gebleven. Ontroerd riep ze: 'Luuk! Jij bent het!' Vervolgens deed ze wat ze vroeger altijd had gedaan wanneer Luuk van een verre reis weer veilig bij haar thuis was gekomen. Ze wipte op haar tenen, sloeg haar armen knellend om zijn nek en zoende hem hartstochtelijk, waarna ze tegen zijn borst fluisterde: 'Je bent weer thuis, je bent weer bij me. O, Luuk . . .'

Henny Thijssing-Boer, schrijfster van streek- en familieromans te Drachten, houdt van haar personages en wil dat het goed met hen afloopt. “Mijn boeken hebben daarom een happy-end. Ik wil de lezer niet met een onbevredigend gevoel opschepen. En mezelf ook niet.”

De afgelopen drie jaar was ze de meest uitgeleende schrijfster in de openbare bibliotheken. Zo werden haar boeken in 1993 ruim twee miljoen keer uitgeleend.

In 1976 kwam haar eerste boek uit, op dit moment ligt haar achtenvijftigste titel in de boekhandel. “Toen de kinderen de deur uitgingen, heb ik me op het schrijven gestort. Als kind schreef ik altijd al verhaaltjes en in het begin van mijn huwelijk schreef ik ook veel. Voor ik het wist had ik al vier boeken klaarliggen. Mijn dochter wilde toen per se een exemplaar lezen en zij was razend enthousiast. Zij heeft me aangemoedigd naar een uitgever te gaan.”

Intussen verdient de schrijfster een dik belegde boterham met haar boeken. “Ik moet gewoon schrijven. Die drift heb ik in me. Dat ik er een goed leven door kan leiden is mooi meegenomen. Met het verdiende geld kan ik leuke dingen doen.”

Thijsing-Boer is nu 61 jaar, maar denkt niet aan stoppen. “Bij ieder boek vraag ik me weer af of het de laatste zal zijn. Toch heb ik na een tijdje opnieuw een verhaal in mijn hoofd en zet ik het op papier.”

In de huiskamer staat slechts één boekenkast die gevuld is met haar eigen werk en andere streekromans. Schrijven doet ze in haar werkkamer. “Mijn eerste boeken heb ik aan de keukentafel geschreven. Nu heb ik daar een aparte ruimte voor ingericht.” Haar werkkamer kijkt uit op een groene weide vol Friese koeien. “Een prachtig uitzicht om bij weg te dromen. Ik kijk echter nauwelijks naar buiten als ik zit te werken.”

De schrijfster maakt geen gebruik van een computer. “Ik heb een elektrische type-machine en daar kan ik prima op werken.” Het apparaat staat op een oud houten bureau, de stoel waarop ze werkt is versleten. Op de zitting ligt een oude sprei en een kussen. “Niemand mag aan deze stoel komen. Ik zelf alleen als ik aan het werk ben. Voor de rest laat ik de stoel met rust.”

In intellectuele kringen wordt vaak neerbuigend naar de streek- en familieroman gekeken. Streekromans zouden niets te vertellen hebben en allemaal volgens dezelfde structuur zijn geschreven.

“Mijn boeken vallen niet onder de noemer literatuur en dat vind ik niet erg. Ieder zijn vak. Mijn genre is de streekroman. Ik kan geen literatuur schrijven en dat hoef ik ook niet. Dat doen anderen maar. Ik vind echter wel dat je respect moet hebben voor elkaars werk en dan erger ik me wel eens aan die neerbuigende houding. Als ik dan zie dat mijn boeken zoveel uitgeleend worden, weet ik dat mijn lezers mij in ieder geval waarderen. Daar gaat het voor mij om.”

Zelf leest ze de laatste tijd niet zoveel meer. “Als ik iets lees zijn het meestal ook streekromans. Daar houd ik van. Ik heb altijd wèl iets van Simon Carmiggelt in huis. Ik heb ontzettend veel bewondering voor die man, zoals hij met woorden kon toveren. Prachtig.”

Haar boeken mogen dan wel onder de noemer lectuur vallen, de vergelijking met delen uit Bouquet-reeks gaat de schrijfster te ver.

“In die pockets gaat het altijd om mensen met veel geld, òf de hoofdpersonen zijn van adel. Dat heeft niets met de realiteit te maken. Bovendien is het plot voorspelbaar en zit er geen levensverhaal in. In mijn boeken wel. Natuurlijk is er wel een gelijkenis. Zowel de bouquetreeks pockets als de verhalen van mezelf kennen een gelukkige afloop. In het normale leven kun je dat vanzelfsprekend niet sturen. In m'n boeken kan ik dat wel en maak ik de hoofdpersonen gelukkig.”

Hoewel ze alleen 's middags werkt, heeft Thijssing-Boer binnen zes weken een boek af. Inspiratie haalt ze uit verhalen die mensen haar vertellen of uit kranteberichten.

“In mijn laatste boek 'In tweestrijd verstrikt' zit één van de hoofdpersonen onschuldig in Turkije vast wegens drugsmokkel. De laatste tijd staan er regelmatig dit soort berichten in de krant. Als ik zo iets lees, vraag ik me af wat voor persoonlijk drama daar achter zit. Zo ontstaat dan het fictieve verhaal.”

De man die in het laatste boek levenslang krijgt wegens drugsmokkel, dwingt zijn vrouw van hem te scheiden. De vrouw doet dat met pijn in haar hart en voedt hun dochter alleen op. Tegen haar kind vertelt ze dat de vader verongelukt is.

Na een paar jaar ontmoet ze een nieuwe grote liefde. Ze trouwt met hem en baart een zoon. Dan blijkt haar ex-man onschuldig te zijn en staat hij plotseling voor haar neus. Zij houdt nog steeds van hem en staat nu voor een moeilijke keuze. Ze moet kiezen tussen twee mannen waar ze zielsveel van houdt.

“Ik heb nachten wakker gelegen van die keuze”, zegt Thijssing-Boer. “Vreselijk vond ik het. Moet je je eens voorstellen dat je tussen twee mensen waar je van houdt moet kiezen. Welke keuze je ook maakt, het is nooit de goede.”

Voor haar uitgever Gottmer in Haarlem is Henny Thijssing-Boer gebonden aan een vast formaat. “Als ik 250 pagina's heb geschreven ben ik nog niet klaar met mijn mensen. Daarom schrijf ik ook vaak een trilogie, zodat ik hun levensverhaal af kan maken. Ook op 'In tweestrijd verstrikt' heb ik al een vervolg geschreven. Zo komen de verhalen uiteindelijk toch nog tot een goed einde.”

De schrijfster meent dat het genre streekroman veranderd is. “Boeken van Toon Kortooms en Antoon Coolen zijn streekromans en vallen onder de noemer literatuur. In die boeken zitten maatschappelijke zaken verwerkt. Mijn eerste boeken hadden ook zulke thema's. De verhalen speelden zich af in Groningen. Ik ben in die provincie geboren en getogen. Ik weet hoe de mensen daar denken en voelen en ken de sociale problemen. Bij het lezen van die boeken kom je ook daadwerkelijk iets te weten over het leven op het Groningse platteland en de armoede die daar heerste.”

“Tegenwoordig staat in mijn boeken de streek niet meer centraal. Het geluk van de hoofdpersonen bepaalt nu het verhaal. Ik noem mijn boeken dan ook geen streekromans meer, maar familieromans.”

Ze zegt geen morele boodschappen in haar boeken te verwerken. “Je moet de lezer serieus nemen. Het gros van de lezers zijn vrouwen. Zij zijn oud en wijs genoeg om zelf beslissingen te nemen. Toch krijg ik vaak reacties van lezers die troost vinden in mijn boeken.”

De romanschrijvers van het genre wordt vaak verweten niet met hun tijd mee te gaan. Ze zouden nog steeds uitgaan van de gevestigde rolpatronen en daardoor de emancipatie van de vrouw remmen. Lezers zouden niets van de boeken kunnen leren.

Henny Thijssing-Boer deelt die kritiek voor een deel. “Ik vind het de taak van literatuurschrijvers om roldoorbrekend te zijn. Maar het is niet zo dat wij niet met onze tijd meegaan. Mijn eerste boeken spelen zich af aan het begin van deze eeuw. De rollen lagen toen heel duidelijk. Ik vond dat een heel romantische tijd en heb veel met mensen gesproken die die tijd hebben meegemaakt. Naarmate mijn kinderen opgroeiden is er veel veranderd. Vrouwen zijn veel zelfstandiger geworden en lopen niet meer klakkeloos achter hun man aan. Dat geeft mij de ruimte om over meer onderwerpen te schrijven. Vroeger was het bijvoorbeeld een schande als vrouwen gingen scheiden, nu kun je daar openlijk over schrijven.”

De schrijfster geeft toe dat ze veel fantasie heeft. De ellende die in haar boeken ruimschoots aan bod komt, is niet uit haar eigen leven gegrepen. “Zoveel ellende als in mijn 58 boeken beschreven staat, zou ik nooit zelf beleefd kunnen hebben. Dat zou vreselijk geweest zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden