null Beeld
Beeld

Tv-columnRenate van der Bas

Ik snap het ongemak van Tim den Besten en Nicolaas Veul in ‘100 dagen in je hoofd’

Met 100 dagen in je hoofd maken Tim den Besten en Nicolaas Veul opnieuw een serie waarvan je donderdag na aflevering 1 al weet dat hij ­innerlijke verschuivingen gaat veroorzaken. De makers van eerder indringend werk als 100 dagen voor de klas en Super Stream Me werken deze keer honderd dagen als stagiair in psychiatrische kliniek De Grote Beek in Eindhoven. De eerste les is snel geleerd: de grens tussen ‘gek’ en normaal is aardig diffuus.

En het lijntje tussen lachen en serieus blijven trouwens ook. Ik was blij met het onwennige openingsfragment waarin Den Besten en Veul nog buiten staan en er een vrouw komt aanlopen die keihard Hé, niet zoenen op het zebrapad zingt. Alsof ze in een goede bui is. De mannen willen vrolijk in­haken, maar de vrouw loopt hun straal voorbij, heeft ze misschien niets eens zien staan. Lachen – al dan niet gegeneerd – om deze ­situatie is een logische reactie, maar kan dat wel? Den Besten en Veul zijn meteen in de war. En het zal niet de laatste keer zijn.

‘Ja, maar ik heb óók gewoon een man’

Want hun zelfopgelegde opdracht is: begrijpen hoe het is om geestesziek te zijn. En dat betekent permanent checken aan welke kant van de streep je zelf eigenlijk zit. Of zoals nachtverpleegkundige Kim inmiddels weet: “Het lijntje tussen hier verblijven en hier werken is heel dun.

Er kan altijd iets ­gebeuren waardoor je leven verandert en je hier terechtkomt.” Het besef dat dit ook voor haarzelf geldt, helpt Kim om met meer respect om te gaan met haar cliënten, zoals de bewoners in Eindhoven heten.

Het heeft Kim twaalf jaar gekost om dit respect echt te voelen, maar ze is streng voor Den Besten wanneer die in zijn eerste week vertelt dat hij de neiging heeft iedere cliënt te vragen waarom hij of zij daar zit, ­iedereen graag in een duidelijk hokje zet. Als Kim vraagt waarom, zegt Den Besten: “Omdat hier mensen zitten die ik niet de hele dag tegenkom?” Kim: “Wie zegt dat? Misschien kom je ze in de Albert Heijn en het Kruidvat ook wel tegen.”

Tim den Besten en Nicolaas Veul tijdens een nachtdienst. Beeld
Tim den Besten en Nicolaas Veul tijdens een nachtdienst.Beeld

De verpleegkundige vertelde hoe zij ­leerde dat psychische problemen vaak maar een momentopname zijn. Het was toen ­iemand haar uitlegde: “Ja, maar ik heb óók gewoon een man, ik heb óók gewoon kinderen”. Een scène waarbij je meteen aan de ­arme toeslagouders moet denken.

Ongemak en onzekerheid

‘Je komt hier niet alleen bijzondere mensen tegen, maar ook jezelf’, concluderen Den Besten en Veul. Zo wordt de serie ook spannend wat betreft de grote balans: zitten we uiteindelijk meer in de hoofden van de makers dan in die van de bewoners van De Grote Beek? In de vooruitblik in aflevering twee zagen we al een snikkende Nicolaas Veul: “Ik ben te veel met mezelf bezig in plaats van met de cliënt”.

Omdat ik geen enkele twijfel heb over de integriteit van Den Besten en Veul, accepteer ik bij voorbaat alle resultaten van dit ­experiment. Sowieso kan ik me vereenzel­vigen met het ongemak en de onzekerheid die de makers in de eerste aflevering uitstraalden: dit is een intens project dat ieder normaal mens zou doen wankelen.

In de VPRO Gids zegt Den Besten dat zijn blik in ieder geval is veranderd. Zo loopt er in zijn buurt een in zichzelf pratende vrouw rond, die hij vroeger steevast vermeed, maar met wie hij nu wél een praatje maakt. Een simpele grens om eens overheen te stappen.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden