Column

Ik mompelde tegen Renate: toe, help me

Beeld Maartje Geels

Twee herinneringen aan Renate Dorrestein. 

De eerste uit het seizoen 1986-87 toen we allebei writer-in-residence in Amerika waren, zij in Ann Arbor, Michigan, ik in Minneapolis, Minnesota. Een jaar lang lesgeven aan de plaatselijke universiteit maar wat mij betreft toch ook vooral in een Dodge Dart rondrijden en inkopen doen bij K-Mart. We werden geacht lezingen bij elkaar te houden.

Ik had geen missie, Renate wel. Ze kwam vertellen over het feminisme in de Nederlandse literatuur, dat juist in die dagen veel schoons teweegbracht, waaronder zelfs een prijs voor vrouwelijke schrijvers, de Anna Bijnsprijs, inmiddels ter ziele maar toen juist ingesteld. Op de voorste rij zaten de wiglits instemmend te luisteren: Women in German Literature. Hadden zij ook maar zo'n prijs!

Op de bank

Voor hotels bij het houden van zulke lezingen was geen geld, we logeerden bij elkaar. Ik had mijn bed voor Renate ontruimd en sliep zelf op de bank in de voorkamer. Het was allemaal heel vriendelijk, Renate en ik waren van hetzelfde jaar, we deelden een gemeenschappelijk verleden en we begrepen veel van elkaar. Maar aan het eind van de avond en na enige glazen wijn kregen we ruzie, of hoe zullen we het noemen, een Hoekse en Kabeljauwse twist. Zij vond dat mannelijke critici niet zuiver konden oordelen over literaire teksten van vrouwen, zoiets.

Ik zeg het ongetwijfeld te kort door de bocht maar zo schoot het me ook het verkeerde keelgat in en na enig gekrakeel verdween ik verongelijkt naar mijn bank en zij, ongetwijfeld zegevierend voor haar gevoel, naar mijn bed. De volgende ochtend was het alweer bijgelegd en reed ik Renate door Minneapolis op zoek naar een winkel waar je vliegers kon kopen. Want dat deed ze toen: vliegeren.

Wraakgodinnen

Een paar jaar later (we zagen elkaar in de tussentijd op literaire feestjes) werd ik voor het feministisch gericht gedaagd, op de Utrechtse universiteit. Ik had, vervuld van mannelijke superioriteitsgevoelens, misprijzend gesproken over dichteres Elly de Waard, althans in de ogen van Maaike Meijer die haar proefschrift over dichteressen en het literair systeem had geschreven: 'De lust tot lezen'.

Vanaf een geleerd tafeltje keek ik in de hongerige muil van een paar honderd boze studentes, klaar om me te verscheuren. Als wraakgodinnen. Renate zat naast me. Het ging helemaal mis. Niets van wat ik beweerde, dat ik een oecumenisch criticus was en niet oordeelde op huidskleur of geslacht, werd gepikt, en of ik mij dan werkelijk niet in de vrouw kon verplaatsen?!

Ik dreigde uitgeteld te worden en mompelde tegen Renate: toe, help me. En dat deed ze. Ze gispte het fanatisme van haar zusters en stak me een hart onder de riem, zodat ik tenminste niet naar buiten werd gesleept en gestenigd. Nooit zal ik vergeten hoe ze zich tussen mij en de Erinyen opwierp.

Later schreef ze gewoon weer iets lelijks over critici die ze armzalige mutanten noemde maar toen was de mystiek van het feminisme in de literatuur tussen ons allang opgehelderd. Ik wens haar een zachte rust.

Lees hier meer columns van Rob Schouten

Lees ook: Renate Dorrestein (1954-2018), geestig en laconiek schrijfster met een missie

Scherp en vilein bond ze de strijd aan met de verhuftering en het dedain voor ‘de middelbare mutsen’. Lees hier de necrologie van Renate Dorrestein.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden