Interview

Ik hoop op erkenning van de moeder als schrijver

Beeld Hollandse Hoogte / Merlijn Doomernik

Hagar Peeters breekt in haar nieuwste dichtbundel een lans voor de alleenstaande moeder. ‘Heel ambitieus! Maar ik vind het nodig.’

Een oranje bank. Van wol en met grote knopen. Zo’n bank stond er in de woonkamer toen Hagar Peeters in 1972 geboren werd. Vanaf die bank ontdekte ze de wereld. Op die bank zag ze haar moeder zitten, haar alleenstaande moeder, die met haar werk had moeten stoppen toen haar dochter geboren werd.

de moeder verdwenen achter haar oranje wollen bank

wist ik wat ik verwachten moest

toen ik op uitbreken van haar leeftijd stond

op drift in de klauwen van wie

ik hou van je, ik hou van je

nu zelf onverwacht in verwachting?

De geschiedenis herhaalde zich. Al had ze nog zo bedacht nooit alleenstaande moeder te willen worden, in 2008 raakte Peeters onverwacht zwanger. Ze kreeg een zoon. ‘Mijn moeder was niet gelukkig, ik had met haar te doen. Zij was liever bij mijn vader – socioloog Herman Vuijsje – gebleven, maar die was voor mijn geboorte al vertrokken. Hij reisde als journalist door Latijns-Amerika in die tijd, koos voor zijn eigen geluk. Pas toen ik elf was vertelde hij aan anderen dat hij een dochter had. Pas toen kregen we frequenter contact. Mijn moeder vond ik moreel hoogstaander dan mijn vader, maar als klein meisje wist ik al: zó wil ik het zelf niet.’

Zo ging het ook niet, niet helemaal. Met de vader van haar zoon heeft ze dan geen relatie, hij is wel betrokken bij de opvoeding. En alleenstaande moeder Hagar Peeters werkt. Ze is schrijver, twintig jaar geleden verscheen haar poëzie-­debuut ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’. In ­‘Wasdom’, haar voorlaatste bundel, schreef ze over de geboorte van haar zoon: ‘Zo’n weerloze vraagt om geen antwoord/ wil alleen een bodem om op te liggen,/ dezelfde als waaruit hij voortkomt.’

Drieluik

Nu ligt er het eerste deel van wat een drieluik moet worden. Een dichtbundel met de titel ‘De schrijver is een alleenstaande moeder’, een thema dat ze behalve in poëzie, ook in een roman en in beschouwingen wil onderzoeken.

“Heel ambitieus!” lacht ze. “Maar ik vind het nodig.” Gevraagd naar het waarom, buitelen de zinnen over elkaar heen, schiet Peeters van persoonlijke ervaringen en literatuur naar existentialisme en het feminisme in de jaren 70.

“Alleenstaande moeders worden vaak ingedeeld in twee categorieën: die van ‘kijk-mij-het-allemaal-eens-fantastisch-alleen-doen’, en de categorie die een beetje zielig gevonden wordt, die eigenlijk hoopt dat er nog een fijne, zorgzame man voorbij komt. Beide doen geen recht aan de werkelijkheid.”

“Toen ik net zwanger was, voelde ik me erg alleen. De eerste maanden na de geboorte vond ik zwaar. Tegelijk maakte het samenzijn met mijn zoon me heel blij. Maar ik merkte – vaak op onverwachte momenten – dat de maatschappij niet is ingericht op het eenoudergezin. Heel praktisch: ga maar eens naar de wc als je met een kind in de kinderwagen in een café zit. Vraag je dan iemand even op je zoon te letten? Neem je je kind met kar en al mee naar de wc? Hoe doe je dat dan als er geen invalidentoilet is?

Het plaatje van mannetje-vrouwtje is dominant, terwijl dat geen afspiegeling is van de maatschappij zoals die nu is. Er zijn veel alleenstaande ouders, ga je scheiden, dan sta je alleen. Het kan iedereen gebeuren. Het is onzinnig te denken dat het leven maakbaar is, het meeste is onzeker. En juist die onzekerheid is een bron van wijsheid.”

“Gek genoeg zijn de rollen moeder en schrijver ergens onverenigbaar. Het opvoeden van een kind vereist een ­altruïstische houding, terwijl je als schrijver egoïstisch moet zijn. Maanden, jaren, zit je in je eentje op een boek te broeden. Ik wil uitzoeken hoe dat zit, literair, maar ook meer wetenschappelijk: wat er gebeurt in je hersenen als je het een doet, of het ander? Ik heb zoveel vragen.”

Lego

De komende maanden gaat ze op zoek naar antwoorden. Ze kreeg een onderzoeksbeurs en een werkplek in het NIAS-KNAW, het instituut voor onderzoek op het gebied van de mens-, maatschappij- en gedragswetenschappen. “Normaal werk ik in een hoekje van de woonkamer, tussen de lego en de afwas,” lacht ze. “Hier ontmoet ik wetenschappers met heel verschilleden achtergronden. Heel prikkelend om met hen van gedachten te wisselen. Voor mij is het een doorbreking van alleen met een onderwerp bezig te zijn.”

Het thema speelt al langer in haar werk. Ook in haar debuutroman ‘Malva’ (2015) – ze kreeg er de Fintro Literatuurprijs voor – draaide het om een dochter van een alleenstaande moeder. Peeters is net terug uit Bogotá, waar ze was voor de promotie van de Spaanse vertaling van dat boek. Malva was de gehandicapte dochter van de Chileense dichter Pablo Neruda. Maar hij stuurde haar en haar Nederlandse moeder terug naar Nederland en repte nooit meer met een woord over zijn dochter. Peeters: “Dat begrijp je toch niet? Een man die opkwam voor verdrukten, een voorvechter van mensenrechten, Nobelprijswinnaar, en dan je vrouw zo onrechtvaardig behandelen en je eigen kind verzwijgen. Op zo’n moment wil ik begrijpen hoe het zit. Dan begint een roman. Of een gedicht.”

‘De schrijver is een alleenstaande moeder’ is onvermijdelijk een persoonlijke bundel. Maar wat laat de schrijver wél van zichzelf zien, en wat niet? Neigt ze meer naar de Poolse Wisława Szymborska, die bij monde van Peeters zegt: ‘Laat de kaften van mijn biografie gesloten’, of geldt voor haar vooral:

Voor een dichter is

zijn eigen leven proeftuin.

Thuis heeft hij zijn laboratorium

van ervaringen.

“Voor een dichter is alles wat hij meemaakt materiaal. Het hebben van een kind hoort heel erg tot de privésfeer. Nog niet zo lang geleden zetten mensen dat bijvoorbeeld niet op hun cv. Ik vind dat raar. Je leven is een geheel en alle delen waar het uit bestaat beïnvloeden elkaar. Soms lijkt moeder-zijn haast iets waar je je voor moet schamen. Het echte, grote leven, dat is wat ertoe doet. Ik wil juist inzoomen op wat dichtbij is, en hoop via dat persoonlijke iets groters, iets over de wereld te zeggen.”

“In deze bundel staan confronterende gedichten. Die man in de bus die zich aftrok op mijn mooie, nieuwe schooltas, ja, dat is echt zo gebeurd. Zo’n gedicht komt voort uit een gevoel van onrechtvaardigheid. Dat is vaker mijn drijfveer. Ik wil dat de wereld iets weet. Er zijn zoveel vrouwen met ervaringen als deze, zie #metoo. Mij maakt het boos, en dus wil ik er over schrijven. Ik wil laten zien: iedereen doet alsof het erbij hoort, alsof het normaal is, maar dat is het niet.”

als dagelijkse bijkomstigheden van het meisje-zijn

als regelmatig voorkomende bijwerkingen

te lezen op de bijsluiter,

door de artsen na de bevalling aan de moeder meegegeven.

Peeters richt de blik niet alleen op haar eigen leven. In een lang gedicht laat ze bijvoorbeeld Elisabeth Fritzl aan het woord, de Oostenrijkse die 24 jaar door haar vader in een kelder werd vastgehouden en van hem zeven kinderen baarde.

Waarom wilde je deze verschrikkelijke geschiedenis een plek geven in je bundel?

“Elisabeth was op de allerafschuwelijkste manier óók een alleenstaande moeder. 24 jaar zat ze opgesloten, samen met drie van haar kinderen. Drie andere kinderen voedde haar vader op, één overleed. Ze was afgezonderd. Rond de tijd dat haar verhaal naar buiten kwam, was ik in Wenen, met mijn zoon. Ik was heel gevoelig voor dat soort verhalen. Het druist in tegen alles wat je denkt dat een vader voor een dochter moet zijn. Het is zo tegennatuurlijk.”

De mensen zeggen Hoe is het mogelijk

dat wij er niks van hebben gemerkt, terwijl het kwaad

toch in ons midden woonde?

“Maar er was nog iets dat bleef knagen. Mensen in de buurt van Elisabeth hadden het kunnen weten als ze met elkaar waren gaan praten. Iedereen wist iets, maar niemand durfde door te vragen.

Niet alleen hier, maar in zoveel andere situaties ontbreekt het aan empathie en gevoeligheid. Mensen kunnen zich niet verplaatsen in het standpunt van de ander. Hebben geen begrip voor drijfveren van de ander. Precies daar hebben poëzie en literatuur een heel belangrijke rol: die kunnen gevoeligheid voor de ander vergroten.”

Toch was je eerder, in ‘Lamento van het gedicht’, niet optimistisch over wat poëzie teweeg zou kunnen brengen?

Ik koester niet de illusie dat u mij langer

dan een ademtocht verdraagt.

“De plaats die poëzie inneemt is te klein, te marginaal, maar een gedicht is waardevrij, terwijl communicatie vaak een belang dient: iemand, een instantie wíl iets, wil jou beïnvloeden.

Poëzie toont de werkelijkheid via de ogen van de dichter, en die werkelijkheid kun je aannemen of niet. Er zijn geen verstopte belangen. Tegenwoordig is iedereen bezig met sociale media. Die lange gedichten in deze bundel, dat is ook een beetje lezertje pesten, want die wil natuurlijk zo snel mogelijk weer op zijn telefoon. Haha!

Maar serieus, er komt zoveel informatie op je af, veel is oppervlakkig. Kortstondige flitsen, die zonder verband lijken. Literatuur kan die flitsen duiden. Een gedicht brengt de realiteit terug tot de essentie.”

‘De schrijver is/ een alleenstaande/ moeder zoals hij/ en hij alleen dagelijks/ opstaat zorg draagt.’ Wil je met deze gedichten ook een stem zijn in het maatschappelijk debat over de positie van de vrouw, van werkende moeders?

“Ja, ik keer me tegen politici als Thierry Baudet. Dat vrouwen niet zouden mogen werken, minder slim zijn, dat abortus weer in het verdomhoekje komt, ik vind het ongekend dat dat soort ideeën weer de kop op steken.

Maar ik hoop ook op een soort intellectuele erkenning voor de moeder als schrijver. Eerst vond ik die parallel negatief. Ik voedde alleen mijn kind op, ik schreef alleen, ik deed alles alleen. Later zag ik het als een kracht: ik wil iets in de beeldvorming doorbreken.

Door moeder en schrijver gelijk te stellen, door bewust de mannelijke vorm ‘schrijver’ te kiezen, en niet ‘schrijfster’, combineer ik iets wat in het collectieve bewustzijn meestal niet samenvalt. Er is nog altijd het beeld dat mannen ‘echtere’ literatuur schrijven. Maar mannen zitten ook gewoon in hun eentje in hun kamerjas hun verhalen te tikken. Zij zijn ook ontroerd en kwetsbaar en bang. En dat is waar alle schrijven over gaat.”

In Koffers zeelucht vroeg je je af: Zal ook ik, eenmaal op het vasteland geraakt,/er niet in slagen mij een thuishaven te baren. Is dat gelukt, een ‘thuishaven’ maken?

“Ja. Ik heb met mijn zoon heel erg een thuis. De band met hem is zo anders dan alle andere banden. Toen hij baby was voelde ik al helemaal zijn persoonlijkheid, wist ik: daar wil ik niets aan verpesten.”

En stiekem vindt ze niks leuker dan samen met hem indiaantje spelen, of een hut bouwen onder de tafel in de woonkamer, waar inmiddels ook de oranje wollen bank staat.

Hagar Peeters treedt zaterdag 28 september op tijdens de Nacht van de Poëzie. www.nachtvandepoezie.nl. Vandaag om 17.00 uur wordt Peeters in café Boekowski in Antwerpen geïnterviewd door Wim Helsen tijdens de presentatie van haar bundel.

Hagar Peeters brak in 1997 door als rapdichter. Haar debuut ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ (1999) werd een bestseller. Voor ‘Koffers zeelucht’ (2003) ontving ze de J.C. Bloemprijs, de ­Jo PetersPoëzieprijs en een Gedichtendagprijs. In 2008 kwam ‘Loper van Licht’ uit, gevolgd door ‘Wasdom’. Malva (2015) was haar eerste roman. Peeters heeft een zoon van schrijver Jan-Willem Anker. Haar liefde van de laatste jaren is criticus Arjan Peters.

Hagar Peeters

De schrijver is een alleenstaande moeder

De Bezige Bij; 96 blz. € 19,99

Lees ook:

Over de hunkering van een ‘volmaakt belachelijk wezen’

Wat betekent het voor een meisje als ze niet erkend wordt door haar vader? Of nog wel in naam erkend, maar verder versmaad, verzwegen, verbannen. En dat terwijl die vader zelf wel door íedereen gezien wordt, als een held op handen gedragen zelfs. Een recensie van ‘Malva’ door Jann Ruyters.

Een serie interviews van Janita Monna met dichters over moederschap: 

Neeltje Maria Min: ‘Het plezier van het verzinnen vind ik genoeg’

Met een nieuw gedicht opent Neeltje Maria Min een tweewekelijkse reeks over het Boekenweekthema ‘de moeder de vrouw’. Mins oeuvre is klein gebleven, maar erg is dat niet. ‘Nu denk ik: als ik het vergeet, zal het niet belangrijk zijn.’

Hoe haar alcoholistische moeder een inspiratiebron werd voor Kira Wuck: ‘Ik schaamde me heel erg voor haar’

Het tweede gedicht in onze serie rond het Boekenweekthema ‘De moeder de vrouw’, komt van Kira Wuck. Haar moeder was Fins. En alcoholist. Een vrouw als een ‘angstige reiger’. Schrijven doet Wuck in Finland. Alleen niet met Kerst: ‘Eenzaamheid ruikt naar kalfslever.’

Dichteres Esther Jansma: Ja, ik ga een blije oude moeder worden

Esther Jansma huiverde toen Trouw haar vroeg voor een gedicht over het Boekenweekthema ‘De moeder de vrouw’: ‘Het raakt me ook op een andere manier diep. Moederschap krijgt vaak een zuurstokroze sausje, terwijl alles wat mensen mooi en lelijk maakt, zit ook in moeders.’

Radna Fabias pelt vooroordelen af: Noem je Curaçao een paradijs? Dan kijk je niet goed

De vierde dichter in onze Boekenweekserie is Radna Fabias, geloofd en gelauwerd voor haar debuutbundel ‘Habitus’. In haar poëzie pelt Fabias vooroordelen af, over vrouwen, over Nederland, over haar geboorte-eiland. ‘Noem je Curaçao een paradijs? Dan kijk je niet goed.’

Dichter Marieke Lucas Rijneveld toont haar ongebreidelde fantasie in haar laatste werk

Marieke Lucas Rijneveld, de vijfde dichter in de serie over ‘De moeder de vrouw’, beschikt over een ongebreidelde fantasie: ‘Als ik ga schrijven, gaat er een heel register open, wat soms ook gevaarlijk is, want ik kan mezelf heel bang maken.’

Ester Naomi Perquin, schrijfster van het Boekenweekgedicht: moeder worden maakt je geen ander mens

In een interviewserie vertellen vrouwelijke dichters over het Boekenweekthema ‘de moeder de vrouw’ en schrijven ze speciaal voor Trouw een gedicht. Vandaag: Ester Naomi Perquin. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden