Review

'Ik heb Felix al vijf keer psychotisch gezien'

“Geef mensen genoeg geld zodat ze niet meer hoeven te werken en laat ze doen wat ze graag willen, en over tien jaar zijn ze allemaal uitgeblust en roepen ze om te mogen sterven, tenzij ze bang zijn om te sterven natuurlijk”, schrijft de Belgische patiënt Felix Sperans aan zijn psychiater. Ironie? Nee, galbittere ernst, waaraan zelfs een filosoof als Arthur Schopenhauer nog een punt zou kunnen zuigen. “Dokter, hoe slaagt u erin om het uit te houden in deze rotmaatschappij?”

Felix lijdt bijna 30 jaar aan een schizo-affectieve stoornis als hij een correspondentietherapie met de psychiater Marc De Hert begint. In diens ogen lijkt Felix' pessimisme een tweede natuur voor hem te zijn geworden, waarbij hij voortdurend terugvalt op existentiële vragen, zoals: Wie ben ik? Wat doe ik hier? Heeft het leven zin?

Nu zullen de meeste psychiaters vragen over godsdienst, politiek of filosofie het liefst zo snel mogelijk terzijde schuiven. Ziek of niet ziek, daar gaat het in hun ogen om. Ze houden zich als schoenmakers van de ziel bij hun leest. Nog weer andere psychiaters menen hun vak zonder kennis van de psycho-analyse, geschiedenis of literatuur te kunnen uitoefenen. Voor hen telt in hoofdzaak hoe antipsychotica en antidepressiva precies de receptoren in de synaps van de zenuw beïnvloeden via neurotransmitters, zo lijkt het soms. In plaats van dokters van de ziel, met belangstelling voor de vroege jeugd, de levensgeschiedenis en de betekenis en context van het symptoom, gedragen zij zich alsof zij neurologen voor mensen met zieke hersenen zijn.

De Hert voldoet niet aan de dichotome karikatuur die zieldokters sinds de oude Grieken indeelt in de twee groepen van lichaam en geest. Met zijn beide benen op de grond geeft hij Felix op al zijn vragen antwoord, behalve als hij het antwoord niet weet, en zonder de minste zweem van esoterie of onbegrijpelijke taal.

Op zijn beurt uit Felix kritiek op de psychiatrie, die De Hert vervolgens beantwoordt op een rustige, betrokken toon. Drie maanden duurde het experiment waaraan De Hert zich op verzoek van Felix heeft gewaagd. In plaats van gesprekken vroeg Felix Sperans (1944) de psychiater over zijn problemen te mogen schrijven, waarop de psychiater zou antwoorden per brief. De Hert aarzelt even, maar stemt dan toch met het voorstel in. Felix schrijft in totaal zes brieven, zijn (Filippijnse) vrouw Myriam vier: “Ik heb Felix al wel vijf keer psychotisch gezien. Dan sta je machteloos. Het is net of je spoken ziet. Erg is dat. Ooit bleef hij zo drie volle jaren onafgebroken in bed liggen.”

In een psychotische aanval wilde Felix zijn vader uit zijn graf halen, wat door Myriam verijdeld werd. Patiënt en psychiater blijken het lang niet altijd met elkaar eens te zijn. Felix is warm pleitbezorger van grootschalige psychiatrische ziekenhuizen, waar goed voor de patiënten wordt gezorgd en waar voldoende toezicht wordt gehouden op het innemen van de juiste medicatie. De Hert is voorstander van psychiatrische intensieve thuiszorg en kleinschalige voorzieningen, toegesneden op de noden van de patiënt.

Zelf voelt Felix, die steun heeft van een uiterst begrijpende en geduldige echtgenote, zich het meest geholpen met dagtherapie gedurende halve dagen, waar hij in principe niets hoeft te doen en waar men geen enkele druk op hem uitoefent.

Met schizo-affectieve stoornis, voor het eerst beschreven door de Amerikaanse psychiater Kasanin (1933), bedoelen psychiaters een ziektebeeld dat trekken van schizofrenie én manisch-depressieve ziekte vertoont. Amerikaanse en Engelse psychiaters gebruiken die diagnose meestal niet, maar kiezen liever tussen die twee. Vooral op het vasteland van Europa en Japan is de term schizo-affectieve stoornis bij psychiaters in zwang.

De behandeling is een combinatie van een stemmingsstabilisator en een antipsychoticum. Felix gebruikt al tien jaar lang dezelfde medicijnen, de stemmingsstabilisator Tegretol en het wekelijkse antipsychoticum Semap, met redelijk succes. Na een verdrietige jeugd als ongewenst kind, heeft hij sinds 1968 een aantal psychotische en manische perioden doorgemaakt, maar wat nog het meest imponeert is de diepe eenzaamheid die uit zijn brieven spreekt, zijn walging van het leven en zijn volslagen gebrek aan initiatief en plezier in de dingen en wereld om hem heen.

Regelmatig denkt hij aan suïcide, maar besluit dit toch maar niet te doen om zijn vrouw en kinderen nog meer verdriet te besparen. Want dat vooral zijn vrouw meelijdt, wordt op een schrijnende manier duidelijk in dit boek. Wat vooral bijblijft van deze 'Kroniek van een psychiatrische aandoening' is dat elk mens zin aan zijn bestaan moet weten te geven, of hij nu psychiatrisch patiënt is of niet. De vraag is alleen of je daar nu een filosoof voor nodig hebt, zoals Felix oppert.

Er bestaan genoeg psychiaters die kwesties van leven en dood of zingeving niet uit de weg gaan. De Hert: “Nog een woordje over de dood misschien. Wat ons na de dood te wachten staat, weet uiteraard niemand, dat blijft een mysterie. Ieder vult dit mysterie in volgens zijn eigen wereldbeeld of religieuze overtuiging. Zeker is wel dat ieder van ons een soort onsterfelijkheid in zich draagt omdat wij alleszins in de herinnering zullen blijven voortleven van mensen die ons kenden of liefhadden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden