Lorenzo Viotti repeteert in Amsterdam met het Nederlands Philharmonisch Orkest. De combinatie opent het seizoen van De Nationale Opera met de double bill ‘Pagliacci/Cavalleria rusticana’.

Interview Lorenzo Viotti

‘Ik dirigeer het liefst zonder baton’

Lorenzo Viotti repeteert in Amsterdam met het Nederlands Philharmonisch Orkest. De combinatie opent het seizoen van De Nationale Opera met de double bill ‘Pagliacci/Cavalleria rusticana’. Beeld Melle Meivogel

Lorenzo Viotti zou pas over twee jaar bij De Nationale Opera debuteren. Maar na veel kunst- en vliegwerk opent hij onverwacht het nieuwe seizoen daar. Met behulp van een bewonderde regisseur, een geliefde zangeres en twee titels waar Viotti onmogelijk ‘nee’ tegen kon zeggen.

Totaal onmogelijk, het kon gewoonweg niet. En dus is het een klein wonder dat de jonge Zwitser Lorenzo Viotti (29) donderdag toch de seizoensopening van De Nationale Opera (DNO) zal dirigeren. Viotti werd dit voorjaar benoemd als chef-dirigent van DNO en het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO). Maar omdat Viotti’s agenda de komende twee jaar al bom- en bomvol zat, zou hij pas in september 2021 aan die eervolle dubbelfunctie beginnen. Er waren nergens gaten in zijn agenda om hem in Amsterdam al eerder in de bak of op de bok te zetten. En toen zegde Sir Mark Elder om gezondheidsredenen af.

Sophie de Lint, artistiek directeur van DNO, moest op stel en sprong op zoek naar een nieuwe dirigent voor het tweeluik ‘Pagliacci/Cavalleria rusticana’. Ze bladerde door Viotti’s balboekje, en zag alleen maar schier onoverkomelijke obstakels. Viotti moest in de betreffende periode concerten geven in Salzburg en Milaan, er stonden stapels repetities gepland voor een nieuwe productie van ‘Manon Lescaut’ in Frankfurt, en zo was er nog het een en ander. Toch vond De Lint dat ze Viotti, als beoogd chef, in ieder geval moest inlichten over de vrijgekomen mogelijkheid. Al was het alleen maar voor de vorm, tegen beter weten in. De Lint belde. Viotti nam op.

Kriebelgevoel

“Wat ik nu ga vertellen, geloof je waarschijnlijk niet, en toch is het precies zo gegaan”, vertelt Lorenzo Viotti na afloop van een enerverende repetitie in Nationale Opera & Ballet. Het is nog een week tot de première. “Ik had deze zomer acht weken compleet vrijaf. En dat was al heel lang niet voorgekomen. Er waren vier mooie en ontspannen weken op Sardinië voorbij, toen het ineens ging kriebelen. Daar was ineens die gedachte, die ik wel vaker heb gehad: ‘Hoe fijn zou het zijn als ik nu een lastminute-aanbieding krijg om ergens te dirigeren, ergens in te springen’. En een dag daarna hing Sophie de Lint aan de lijn. Ze vertelde om welke periode het ging, en dat ze al wist dat het onmogelijk was. Met één oog in mijn agenda kon ik dat helaas alleen maar beamen.

“Toch vroeg ik door, juist ook omdat ik een dag eerder dat onbestemde kriebelgevoel had gekregen. Ik vroeg om wat voor productie het zou gaan. Mascagni’s ‘Cavalleria rusticana’ en Leoncavallo’s ‘Pagliacci’. Ik slikte even. Het waren titels die ik zó graag wil doen. Ik had ze in onze planningsgesprekken voor over twee jaar al voorgesteld. Mijn volgende vraag was wie de regisseur zou zijn. Robert Carsen. Ik slikte weer even. Met hem wil ik al heel lang samenwerken. En mijn laatste vraag ging over de zangers. Toen De Lint de naam van mezzosopraan Anita Rachvelishvili noemde, ging de knop definitief om. Hoe het moest, wist ik niet, maar dát het moest, daar was ik nu van overtuigd.”

Viotti gaat er prat op dat hij uiteindelijk niets heeft hoeven afzeggen om hier nu in Amsterdam te zijn. Hij heeft loyaliteit hoog in het vaandel staan. Er werden na uitvoerig overleg wat repetities in Frankfurt verplaatst, hij repeteerde en dirigeerde gewoon zijn programma’s in Salzburg en in Milaan, en hij kon zelfs het huwelijk van zijn zusje bijwonen. Een en ander betekende wel dat hij in een week tijd zo’n twaalf keer in een vliegtuig zat.

Partituren 

Veel gedoe en hoofdbrekens, maar het is dus toch gelukt. Ook al dirigeert Viotti in Amsterdam maar vijf van de acht voorstellingen, hij is er. Veel eerder dan iedereen hoopte, inclusief Viotti zelf. Toen hij vorig seizoen in Amsterdam de productie van Wagners ‘Tannhäuser’ bijwoonde, wilde hij zó graag al beginnen. Het idee dat dat pas over twee jaar zou zijn, was bijna ondragelijk.

“Toen we eenmaal hadden besloten dat we het moesten proberen, drong het volgende probleem zich op. Want hoe krijg je de partituren van die twee opera’s zo snel op mijn vakantieadres in Sardinië? Dat is echt veel ingewikkelder dan je denkt. Hoewel ik de opera’s kende, heb ik ze hiervóór nog nooit gedirigeerd of bestudeerd. Na veel vijven en zessen kwamen de partituren aan op Sardinië en ben ik als een bezetene gaan studeren. Het komt erop neer dat ik beide opera’s in drie dagen geleerd heb.”

Tijdens de repetitie is daar niets van te merken. In een eenvoudig T-shirt, een lange broek met modieus opgerolde pijpjes en met blote voeten in mocassins staat Viotti volleerd te dirigeren en aanwijzingen te geven. Hij hamert op bepaalde accenten, wil meer effect of sarcasme bij een bepaalde passage en blijkt bij een ingewikkelde entree van het koor geweldig goed in multitasking. Als het pauze is, en iedereen naar de kantine vertrekt, blijft Viotti in de orkestbak achter. Sommige musici komen even wat vragen, regisseur Carsen geeft hem een schouderklopje, de koordirigent is er, de tweede dirigent, de assistent-dirigent. Allemaal willen ze wat van de nieuwe chef in spe. Als iedereen verdwenen is, staat Viotti eenzaam en in zichzelf gekeerd wat voor zich uit te dirigeren. Zo staat hij nog als iedereen uit de pauze terugkomt.

Breekbaar pianissimo

Dan wordt het beroemde orkestrale intermezzo uit ‘Cavalleria rusticana’ gerepeteerd. Viotti legt zijn baton weg, en de beroemde melodie bloeit uit een prachtig breekbaar pianissimo op. Viotti’s handen en armen boetseren de klank, maken die haast tastbaar. “Niet te letterlijk spelen, volg je oren en je instinct”, drukt hij de strijkers op het hart. Even is er de associatie met beelden van een met zijn handen dirigerende Herbert von Karajan, die ook een voorliefde voor deze door-en-door Italiaanse muziek had. Het klinkt in elk geval net zo weergaloos.

“Ik dirigeer het liefst zonder baton”, legt Viotti later uit. “Echt fantastisch vind ik dat. Met alleen je handen kun je musici veel beter uitnodigen om de juiste klank te maken. En Mascagni’s intermezzo is werkelijk ongelofelijke muziek, ook al is het nog zo populair. Je kunt het bijna niet mét baton dirigeren, omdat het voor mij een soort a-capellamuziek voor orkest is. Gezongen instrumentale muziek zonder woorden als het ware. Maar als je opera dirigeert, heb je die baton wel echt nodig, omdat anders de koorleden achter op de bühne je slag niet meer kunnen zien.”

Slagwerker

Viotti dirigeerde het NedPhO slechts één keer eerder, tijdens een invalbeurt in 2018. Hij herinnert het zich goed. “We deden Stravinsky’s ‘Petroesjka’ in de complete originele versie, en niet in de versie uit 1949 zoals ik gedacht had. Die originele partituur is echt veel ingewikkelder en ik dacht dat we niet genoeg tijd zouden hebben om het ingestudeerd te krijgen. Gelukkig ben ik opgeleid als slagwerker, ik was een tijdlang paukenist in de Wiener Philharmoniker, waardoor ritme mijn sterke kant is. Heel belangrijk in de muziek van Stravinsky. De repetities en concerten waren best stressvol, maar het was een goede manier om het orkest een beetje te leren kennen.

“En toen, na dat concert, werd het stil. Mijn management hoorde niets meer. Ik ook niet. We wisten dat ze op zoek waren naar een nieuwe chef-dirigent, maar toen het zo lang stil bleef heb ik het idee dat ik dat zou kunnen worden weer uit mijn hoofd gezet. Totdat ik ontdekte dat Nederlanders gewoon meer tijd nodig hebben voor dit soort beslissingen. Daar zit wel een risico aan, want er waren meer aanlokkelijke aanbiedingen op mijn pad gekomen. Toen ik daarna bij de Opera van Zürich dirigeerde, kwam Sophie de Lint me opzoeken. Ik vertelde haar dat er kapers op de kust waren, maar dat ik direct voor Amsterdam zou kiezen als ze me daar nog wilden hebben. En toen waren daar ineens musici van het NedPhO. Ze kwamen naar mij luisteren in Zürich. Ze wilden horen hoe ik opera dirigeer. Dat ontroerde me zeer, en toen heb ik alle andere aanbiedingen geblokkeerd, omdat de positie in Amsterdam te belangrijk voor me was. Als ze daar meer tijd nodig hadden, dan kon ik nog wel even wachten.”

Repetitie in Amsterdam Beeld Melle Meivogel

En nu staat Viotti dus hier te repeteren. Nog wel muziek waar hij zoveel van houdt. Bij een koorpassage roept Viotti naar de koorleden dat het veel te opera-achtig is. Wat bedoelt hij daarmee? “Zingen gaat niet alleen om zingen. Tekst, tekst, tekst, ik kan het niet genoeg benadrukken. Ik moet het verhaal achter de woorden kunnen voelen. Dan is zingen alleen niet genoeg. Als het koor een uitbundig ‘Viva’ moet zingen, dan moet je je afvragen hoe je dat gaat doen. Als je alleen maar de noten zingt, valt het dood. Ik moet verrast worden door die uitroep.

“Het voelt geweldig om hier nu in de bak te staan. En dan ook nog met deze muziek. Ik repeteer nu dus tegelijkertijd deze opera’s en Puccini’s ‘Manon Lescaut’ in Frankfurt. Ik weet dat er over deze componisten soms minderwaardig gesproken wordt. Men vindt Puccini te zoet en te sentimenteel. Onzin. Wat Puccini aan modernismen in de eerste akte van Manon Lescaut stopt, daar kan zelfs een componist als Bartók niet aan tippen. Puccini maakte vervolgens een hele ontwikkeling door, vernieuwde zich steeds, en wilde juist niet voldoen aan de verwachtingen die het operapubliek van hem had. Dat was precies de valkuil voor Mascagni en Leoncavallo. Ze schreven met ‘Cavalleria rusticana’ en ‘Pagliacci’ meesterwerken. Met een enorme explosie zetten ze zich op de kaart. Maar ze werden het slachtoffer van hun eigen succes. Ze wilden het publiek daarna te zeer behagen met meer van hetzelfde, en liepen daar in vast.

“Maar Puccini dus niet. Als ik hier officieel begin doe ik dat met Puccini’s ‘Tosca’. Over dat werk raak ik haast niet uitgepraat. Elke harmonie in Tosca heeft een betekenis. Als je die partituur goed gaat analyseren val je van de ene verbazing in de andere. We hebben het daar misschien over twee jaar nog weleens over. Ook Leoncavallo speelt op een ongelofelijke manier met toonsoorten. De aria van Nedda heeft vijf kruisen, daarmee haar frivoliteit benadrukkend. Als badguy Tonio opkomt, veranderen die vijf kruisen subiet in vijf mollen. Er is meteen een andere sfeer.

“Het is de bedoeling dat ik hier veel Italiaanse opera’s ga doen. In dat eerste officiële seizoen in 2021-2022 dirigeer ik bijvoorbeeld ook nog Verdi’s ‘Otello’. Maar ik ga ander repertoire beslist niet uit de weg. Ik weet dat het NedPhO geweldig Wagner kan spelen, en een orkest dat dat kan is bijna als vanzelf ook heel goed in Puccini. Ik sta open voor alles, en ik zal met gretigheid alles aannemen wat ze me aanbieden. Ik zal het Duitse repertoire waarschijnlijk wel vanuit een heel andere visie benaderen, dat kan ook niet anders.

Boksen

Weet je wat zo leuk is? Hartmut Haenchen belde me op. Die heeft hier bij DNO en het NedPhO als jarenlange chef-dirigent zo’n enorm indrukwekkende geschiedenis. Hij bood aan om met hem te komen praten, en dat ga ik zeker doen. Ik kan van hem veel leren, niet alleen over de geschiedenis hier, maar over muziek in het algemeen. Ik zie erg uit naar die gesprekken. Het zal aanvoelen als ­lessen van een hele goede coach.

“Dirigeren was een noodzaak voor me. Dat besefte ik op negentienjarige leeftijd. In het begin van mijn carrière was ik er wel bang voor, vanwege mijn dirigerende vader, Marcello Viotti. Kon ik wel in zijn voetsporen treden? Ik heb hem niet heel bewust als dirigent meegemaakt, omdat hij stierf toen ik veertien jaar was. Na zijn dood hoorde ik geweldige verhalen over hem, hoe mooi hij als mens was. Ik ben nu trots om de zoon te zijn van die vader, en niet per se de zoon van die dirigent. Ik heb de goede weg gekozen. Het leven is mooi nu.”

Het was een enerverende dag voor Viotti. Morgen weer een dag vol repetities, en dan naar Milaan voor weer nieuwe avonturen met het orkest van de Scala. Na het gesprek vraag ik hem of hij niet doodop is. “Helemaal niet. Van zo’n dag hier krijg ik juist ontzettend veel energie. Nu ga ik een uurtje naar de bokstraining hier vlakbij. Alles even van me af meppen. Daarna stort ik waarschijnlijk in.” 

Opening Operaseizoen

Lorenzo Viotti dirigeert op 5, 8, 11, 21 en 28 september het Nederlands Philharmonisch Orkest in ‘Pagliacci/Cavalleria rusticana’ bij De Nationale Opera in een regie van Robert Carsen. De voorstellingen op 15, 18 en 24 september worden geleid door Aldert Vermeulen. www.dno.nl

Lees ook:

Het wordt spannend met de jonge, onstuimige en over-de-rand-dirigent Lorenzo Viotti

Viotti zal in 2021-2022 beginnen met Verdi’s ‘Otello’ en Puccini’s ‘Tosca’. Die keus is beslist veelzeggend. Met hem komt het grote Italiaanse repertoire bij DNO eindelijk in handen van een chef-dirigent en wordt het niet meer uitbesteed aan gastdirigenten, zoals dat gebeurde bij Viotti’s vier voorgangers in Amsterdam. 

Een nieuwe chef begint, een nieuwe gast verrast

Lorenzo Viotti is de naam. Zoon van wijlen Marcello, eveneens dirigent. Donderdagavond daalde de Zwitser zelfverzekerd de grote trap van het Concertgebouw af, maar hij moet misschien toch het gevoel hebben gehad dat hij met iedere genomen trede dichterbij de leeuwenkuil kwam. Daar wachtte het Koninklijk Concertgebouworkest op de vervanger van Franz Welser-Möst, de Weense topdirigent die bij het orkest zou debuteren, maar wegens ziekte had moeten afzeggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden